nieuws

Prof. Pols: ‘Als markt wegen moet betalen, daalt de vraag’

bouwbreed

delft – Laat de markt de werkelijke kosten van infrastructuur betalen, dan neemt de vraag ernaar vanzelf af. Dit recept tegen de toenemende vraag naar onder meer wegen verkondigde prof. Bram Pols gisteren tijdens de Landelijke Bestuurskundedag in Delft.

In de visie van Pols is er bij infrastructuur sprake van een ‘clubgoed’. Zolang de overheid daar zwaar voor betaalt, wil iedereen meer van dat goed. Bovendien zorgt een te lage bijdrage in de kosten voor ‘overconsumptie en overproductie’ ervan, redeneert de hoogleraar.

“Als de kosten volledig worden toegerekend aan de gebruikers die er het meeste belang bij hebben, zakt de vraag in”, verdedigde hij zijn stelling dat rekeningrijden moet worden ingevoerd.

Volgens hem zijn er factoren die moeten worden bekeken voordat een beslissing wordt genomen of infrastructuur moet worden aangelegd. In de eerste plaats is dat economische haalbaarheid. Dat kan volgens hem heel simpel worden bekeken door de markt te vragen de infrastructuur te betalen. “Als die dat niet wil, dan blijkt het dus economisch niet haalbaar. Zoals de Betuwelijn, die nooit rendabel zal worden.”

Baten

Als het antwoord op de economische haalbaarheid negatief is, dan nog kunnen er argumenten zijn om de infrastructuur aan te leggen. Dat heeft dan te maken met maatschappelijke baten, waarnaar dan ook goed gekeken moet worden.

Die baten zouden wel eens behoorlijk kunnen tegenvallen, wanneer de overheid de werkelijke kosten in rekening gaat brengen. De mobiliteitsvraag wordt in zijn ogen momenteel alleen maar gestimuleerd door de lage kosten.

Hij pleitte daarom ook voor een wezenlijk andere rol van de rijksoverheid bij de aanleg van infrastructuur. Die is nu nog volledig verantwoordelijk voor de financiering van de infrastructuur, ondanks alle pogingen om de markt er in toenemende mate bij te betrekken.

VVD-Kamerlid Pieter Hofstra en DHV-topman Hans Huis in ’t Veld, die ook deel uitmaakten van het discussiepanel, waren het op zich met Pols eens dat er een prijs gevraagd mag worden voor een schaars goed als infrastructuur. Hofstra toonde zich na de val van het kabinet nu echter tegenstander van rekeningrijden. Huis in ’t Veld had daar minder problemen mee.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels