nieuws

Europese vennootschap stroomlijnt fiscale plichten

bouwbreed

’s hertogenbosch – De Europese koepel van werkgeversverenigingen bepleit sinds jaar en dag de komst van een Europese vennootschap die onder een Europese belasting valt. De politiek heeft daar tot nog toe veel moeite mee omdat deze constructie de fiscale inkomsten vermindert.

Belastingadviseur dr. R. Betten van het bureau ABAB International uit Den Bosch verwacht dat Europa op de lange termijn aan de wensen van de grote multinationals tegemoet komt.

De Europese ondernemingen willen een stelsel waarin ze verliezen kunnen afzetten tegen winsten. Dat kan al wel wanneer ze vanuit een land vaste inrichtingen in andere landen beheren. Nogal wat ondernemingen willen echter geen vaste inrichting, omdat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen.

De directe belastingen speelden vanaf de oprichting van de EG geen rol. De omzetbelasting daarentegen wel. Daarvoor hanteert de EU een geharmoniseerd systeem. De vennootschaps- en inkomstenbelasting zijn moeilijk te wijzigen, dit kan immers uitsluitend met unanieme stemmen.

Begin jaren negentig nam Brussel enkele richtlijnen aan over de directe belastingen. Het ging om de moeder-dochter richtlijn en de fusie richtlijn. Volgens de eerste richtlijn mag het land waar de dochter zetelt, alleen vennootschaps- en geen dividendbelasting inhouden. De moeder moet dan minstens een kwart van de aandelen van de dochter bezitten. Het land dat de uitgekeerde winst ontvangt kan daar geen belasting op heffen.

Bedenkingen

De armere EU-landen lieten hun aanvankelijke bedenkingen varen omdat deze constructie bedrijvigheid aantrekt. Sommige landen verminderden om die reden de heffing op alle uitgaande winsten.

De fusierichtlijn moet het ondernemingen uit de ene lidstaat gemakkelijker maken samen te werken met een bedrijf uit de andere. Beiden gaan dan bijvoorbeeld op in een nieuwe vennootschap. De belasting op de stille reserves schuift dan door naar de toekomst.

Dat geldt voor de ondernemingen en aandeelhouders. Vestigt zo’n nieuwe vennootschap zich bijvoorbeeld in Nederland dan moet die ook nog activiteiten hebben in bijvoorbeeld Belgie, zodat de fiscus daar nog een mogelijkheid tot heffing heeft.

Vennootschaprechtelijk staan vooralsnog alleen Belgie, Spanje, Italie en Frankrijk toe dat een handelsmaatschappij opgaat in een vennootschap uit een ander land. Een vennootschap kan evenwel worden gesplitst. De aandeelhouder van een Nederlands bedrijf krijgt dan belangen in een Duitse vaste inrichting. Blijkt dat een Duitse vennootschap beter werkt, dan kan die wijziging zonder fiscale heffingen worden doorgevoerd.

Voor die constructie komt steeds meer belangstelling. Het is ook mogelijk een onderneming te verkopen die niet in een bepaalde rechtsvorm zit. Hier doen veelal kleinere bedrijven het geheel van bezittingen en schulden van de hand. De betaling gebeurt in aandelen en is onbelast.

De meeste interesse bestaat voor de aandelenruil. De koper moet de meerderheid nemen in de te verkopen onderneming. De verkoper wordt mede-aandeelhouder in het kopende bedrijf. Is de historische koopprijs van de te verkopen aandelen honderd gulden en zijn ze inmiddels het tienvoudige waard, dan moet de fiscus uitgaan van het oorspronkelijke bedrag. Vennootschappen hebben hier recht op deelnemingsvrijstelling.

Schuiven

Bedrijven die in meerdere landen actief zijn, kunnen door middel van verrekenprijzen met winsten schuiven. De Amerikaanse fiscus pakte als eerste deze transacties tussen concernvennootschappen aan. De bijbehorende forse boetes en het feit dat de Amerikaanse vennootschapsbelasting niet zo hoog is, leidde ertoe dat nogal wat winsten naar de Verenigde Staten verschoven. Dat veroorzaakte weer internationale strijd om belastingopbrengsten.

De EU-lidstaten spraken af overleg te voeren over geschillen en tot een vergelijk te komen. Op die manier wordt in elk geval in de EU dubbele belasting voorkomen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels