nieuws

De ‘ontknoping’ van Haarlem

bouwbreed

De tijd tussen een pril plan en de gedetailleerde uitwerking hoeft geen maanden te duren. Het kan ook in een week. Het bewijs ligt in de gemeente Haarlem.

Ad van Krimpen hangt in zijn beschouwing het succes van dit ‘tempowerken’ op aan drie sleutelwoorden: een specialistisch team, gedeelde verantwoordelijkheden en een gemeenschappelijk belang.

Gedurende de tweede week van juni heeft een team specialisten voor de gemeente Haarlem een openbaar vervoerstunnel en een ondergronds bus/tramstation ontworpen. Aan het begin van de week was er nog een Gordiaanse knoop, zoals de dienst verkeer en vervoer van de gemeente het noemde. Vijf dagen later lagen er een tracekeuze, een uitgewerkt ontwerp, een constructieplan, detailtekeningen, een zeer gedetailleerde kostenberekening, exploitatie en onderhoud, een analyse van flankerende ontwikkelingsmogelijkheden.

Dit alles op basis van harde uitgangspunten en randvoorwaarden. De gemeente Haarlem zag hoe binnen een week een schier onontwarbare knoop fijnzinnig uiteengerafeld werd en hoe er een realistisch en financierbaar plan ontstond, waar de stad mee verder kan.

Wonderbaarlijk

Cobouw van 12 juni berichtte er al over: ‘Tunnel in een mum van tijd ontworpen’. De conclusie daarbij luidde dat de spade bij wijze van spreken direct na een week al de grond in kon. Dat was enigszins overdreven, maar het feit blijft dat er vergeleken met de normale ontwerp- en bouwpraktijk toch wel iets wonderbaarlijks is gepresteerd. In een week is het werk van vele maanden verricht en dat op een manier die waarschijnlijk meer degelijke integrale oplossingen oplevert dan we gewend zijn.

Wat er in die week gebeurde, vormde een voorlopig resultaat van een studie van het Centrum Ondergronds Bouwen (COB) naar een nieuw samenwerkingsconcept voor het ondergronds bouwen.

Onder de titel AMOI-CE, Asset Management voor Ondergrondse Installaties, gebruik maken van Collaborative Engineering, heeft een studieteam van het COB een methode uitgewerkt die beslist veelbelovend is. Hoewel de verschillende onderdelen van het concept op zich niet nieuw zijn, is het geheel niet veel minder dan een volstrekte cultuuromslag voor de bouw. AMOI-CE richt zich op het aanpakken van complexe problemen, van het soort die we in de infrastructuur veel tegen komen. De basis van de methode vormt de stichting van een alliantie van partijen, die bereid zijn een oplossing te creeren en daarbij samen de risico’s van het project aan willen gaan. Die de ‘lusten en lasten’ met elkaar willen delen.

Deskundig

Die alliantie moet bestaan uit ‘the best of class’ onder de ondernemingen die willen aanschuiven: bouwers, installateurs, projectontwikkelaars, maar in ieder geval ook de opdrachtgever of de gebruiker. Met andere woorden, geen scheiding van verantwoordelijkheden. Uit de beste menskrachten van deze partijen wordt een deskundig team gevormd dat bestaat uit civiel ingenieurs, elektrotechnisch ingenieurs, werktuigbouwkundigen, raadgevend ingenieurs, een architect, eventueel een stedenbouwer en een planoloog.

Dit aspect wordt collaborative engineering genoemd, of het ‘tezamen, gelijktijdig en vanuit gemeenschappelijk belang’ ontwerpen. Deze methode is ontstaan in de Amerikaanse industrie, waar een behoefte bestond aan een snellere, maar vooral betere manier van ontwerpen. Vooral de automobielindustrie – onder druk van de Japanse concurrentie, maar ook van de wapen- en de vliegtuigindustrie – maakt tegenwoordig met veel profijt gebruik van de methode. Zo heeft Ford onlangs een nieuw topmodel op de markt gezet, dat dertig maanden daarvoor nog niet eens de vorm van een concreet idee had. Dertig maanden waarin niet alleen het concept is ontwikkeld, modellen gebouwd, motoren getest, maar ook met ontwikkelde marketingstrategieen en een complete fabriekslijn werd opgezet. Een snellere ‘time-to-market’ kun je je bijna niet voorstellen.

Het collaborative engineeren maakt gebruik van wat de AMOI-CE methode een CE-week noemt. Gedurende deze periode van ongeveer een week trekt het team van specialisten zich terug in een ‘hutje op de hei’, waar het zich omringt met genoeg hulpmiddelen om de klus te klaren. Behalve pc’s en ander rekentuig behoort daar ook visualisatiemiddelen bij, zoals virtual reality, om het ontwerp direct te controleren op ontwerpfouten. Aanwezig zijn ook de specialisten die in staat zijn om op basis van kostenraming een deugdelijke begroting te maken.

AMOI-CE lijkt op wat we al kennen onder de term design and construct, maar gaat veel verder. Veel verder. Ten eerste is de gehele levenscyclus van het te bouwen object onderwerp van de methode. Van bouw tot en met sloop en onderweg eventueel enkele opwaarderingen en het mogelijk herinrichten voor een nieuwe bestemming. Ten tweede keert de methode zich af van de huidige sequentiele bouwpraktijk, waarin verantwoordelijkheden gescheiden zijn en waarin de ene partij na de andere de opdrachten uitvoert. Met alle gevolgen en verspillingen die we allemaal zo goed kennen.

Herbezinning

Wie het aantal ontwerpfouten, zoals in het ondergrondse bouwen, beziet, weet dat het tijd is voor herbezinning. Hier en daar is dat besef al doorgedrongen en zoeken bedrijven als Slavenburg Bouw, HBG en Ballast Nedam naar andere methoden.

In het geval van AMOI-CE zijn het vooral de installateurs die aan de bel trokken. Stork Infratechniek, Croon/Wolter en Dros Infra. GTI en Imtech Projects namen het initiatief voor de studie. Ze kennen de situaties maar al te goed, waarbij het beton weer open moet, omdat de ontwerpende partijen onvoldoende rekening hielden met het installatiewerk.

Uiteraard zijn er ook vraagtekens rond de methode. Vooral het aspect van het delen van de risico’s roept vragen op bij degenen die worden geconfronteerd met het concept.

Voorafgaande aan het sluiten van een alliantie vraagt de methode om gedegen onderzoek naar alle factoren die het project omringen. Niet alleen de geofysica speelt daarin mee, maar ook het terdege afwegen van de belangen van niet-direct betrokken partijen, zoals vervoersmaatschappijen, bewoners- en ondernemersverenigingen, aangrenzende gemeenten en anderen.

De eveneens door het Centrum voor Ondergronds Bouwen nader ontwikkelde quick scanmethodes voor integraal afwegen en voor MER-procedures zijn dan ook vast onderdeel van de AMOI-CE-methode. Het risicodelen heeft een groot voordeel: het automatisme van het zoveel mogelijk afdekken van risico is tegelijkertijd een verzekering voor zo goed mogelijk ontwerpen. Natte vingerwerk is immers onverenigbaar met het karakter van de alliantie.

Vanuit het bedrijfsleven is al veel belangstelling getoond voor deze cultuurvernieuwing in aantocht. Wie het aantal bedrijfsnamen ziet dat bij het Haarlemse project is betrokken – de installateurs, Balllast Nedam, De Boer Techniek en Methode, Oranjewoud Infra, TNO-TPD en -Menskunde, TBI, Rijkswaterstaat en andere – weet dat AMOI-CE serieus moet worden genomen. De gemeente Haarlem kan daar van getuigen.

Ad. van Krimpen

De auteur is hoofdredacteur van het in september te verschijnen blad voor Ondergronds Bouwen en Intensief Ruimtegebruik [-]NAP

Om tot snelle uitwerking van plannen te komen, behoren zich de projectontwikkelaar, ontwerper, technicus, bouwer, automatiseringsdeskundige en de financiele expert rond de tafel te scharen. Illustratie: Cobouw/Bart van der Meiden

‘Binnen een week werd een schier onontwarbare knoop fijnzinnig uitgerafeld’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels