nieuws

2000 is ook een schrikkeljaar

bouwbreed

Op 31 december 1996 veroorzaakte een storing in de besturingscomputers van een aluminium smeltoven in Nieuw-Zeeland een schade van anderhalf miljoen gulden. De reparatie van de software van de fabriek duurde meer dan twaalf uur. In die tijd raakte de smeltoven verhit en liep deze een onherstelbare schade op. Precies twee uur later (het tijdsverschil tussen de twee landen) deed hetzelfde probleem zich voor in een vergelijkbare fabriek in Australie.

De oorzaak van dit alles was dat de programmatuur 1996 niet als schrikkeljaar herkende en daardoor vastliep op dag 366.

Het jaar 2000 is ook een schrikkeljaar. Hoeveel computers er zullen uitvallen of incorrecte resultaten opleveren rond 29 februari 2000 is onbekend.

In januari 1995 vervoerde een chemiebedrijf chemicalien naar een productielijn. De chemicalien waren vijf jaar houdbaar en werden vervoerd in vaten waarop als uiterste datum ‘1-4-00’ was aangegeven. De datum werd bij aankomst ingevoerd in het voorraadbeheersysteem, maar het systeem weigerde de vaten te accepteren en meldde dat ze moesten worden teruggestuurd naar de fabrikant. Dit gebeurde en de productielijn moest worden stilgelegd vanwege gebrek aan grondstof.

De oorzaak bleek te liggen in het feit dat het voorraadbeheersysteem ’00’ interpreteerde als ‘1900’ en dus concludeerde dat de stof in de vaten 95 jaar oud en dus onbruikbaar was. In de rechtszaak die ontstond, werd tussen partijen een schikking bereikt.

Hapering

Voor de aannemerij zullen de millenniumproblemen zich vooral concentreren rond de levering van bouwmaterialen. Ook kunnen aannemers te maken krijgen met uitval of hapering van hun administratieve systemen.

Hoofdaannemers moeten er rekening mee houden dat zij aansprakelijk kunnen worden gesteld voor eventuele verborgen gebreken in apparatuur die bij hun klanten is geinstalleerd. Het is dan ook van belang na te gaan in hoeverre men aansprakelijk is voor millennium schade en in hoeverre deze aansprakelijkheid kan worden doorgeschoven naar onderaannemers of de leverancier van de software.

Garantiebepalingen

De hoofdaannemer is in beginsel aansprakelijk voor de door hem geleverde producten. Dit kan anders zijn indien die aansprakelijkheid bij het aangaan van de aannemingsovereenkomst nadrukkelijk van de hand is gewezen.

Ook kunnen garantiebepalingen worden opgenomen in de overeenkomsten met onderaannemers, die op hun beurt in bepaalde gevallen kunnen aankloppen bij hun softwareleverancier. Daardoor worden de kosten van schadevergoeding als het ware doorgeschoven naar de fabrikant van de software.

Eisen

Voor de vraag in hoeverre dit doorschuiven van aansprakelijkheid zal slagen is van belang welke eisen er aan de geleverde software mogen worden gesteld.

Dit moet in de eerste plaats worden beoordeeld aan de hand van de gesloten softwareovereenkomst. Deze verwijst voor de vaststelling van de omvang van de leveringsverplichtingen meestal uitsluitend naar de door de leverancier vastgestelde specificaties. Hierin wordt meestal niet vermeld dat de software probleemloos een overgang kan maken naar een nieuwe eeuw of dat er geen problemen zullen ontstaan in schrikkeljaren.

Vonnis

Toch houdt dit niet in dat de software daardoor ook niet aan deze eisen behoeft te voldoen. Zo werd in een vonnis van de rechtbank Rotterdam bepaald dat geleverde software dient te voldoen aan de bijgevoegde specificaties en dat deze de eigenschappen diende te hebben die nodig zijn voor een normaal gebruik daarvan.

Of de software deze eigenschappen bezit, moet worden beoordeeld naar het moment waarop deze werd geleverd. Een softwareleverancier zal dus niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor storingen of gebreken die hij bij de oplevering van het systeem redelijkerwijze niet had kunnen voorzien.

Ten slotte zijn er nog wettelijke aansprakelijkheidsgronden, op grond waarvan aansprakelijkheid kan bestaan. Gronden hiervoor zijn onder meer de onrechtmatige daad en eventueel de regelingen voor productaansprakelijkheid en (consumenten)koop.

Uiteraard kunnen geen vorderingen worden ingesteld, indien de termijnen daarvoor zijn verjaard. Deze verjaringstermijnen bedragen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval dat aan de orde is, tussen de vijf en twintig jaar.

Dit artikel is geschreven door mr. A.A. Boot en mr. H.P.Th. Hennevelt, werkzaam bij Wouters Advocaten en Notarissen te Amsterdam, geassocieerd met Arthur Andersen Belastingadviseurs.

De auteurs maken deel uit van de Real Estate Services Group van Arthur Andersen.

Bij vragen kunt u hen bereiken onder telefoonnummer (020) 8808700.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels