nieuws

J.B. van Loghem met de Tuinwijk-Zuid, Haarlem (1920-1922)

bouwbreed

In 1926 vertrekt Johannes van Loghem (1881-1940) op uitnodiging van de architect Rutgers naar Siberie. Twee jaar weet hij zijn socialistische ideeen daadwerkelijk gestalte te geven bij de opbouw van de industriestad Kemorovo. Van Loghem behoort met onder andere Berlage, Wijdeveld en J.F. Staal tot de leden van de in 1919 opgerichte Bond van Revolutionair-Socialistische Intellectueelen. In 1921 collectiviseert Van Loghem zijn architectenbureau.

In het verlengde van zijn progressieve maatschappij-opvattingen liggen zijn architectonische ideeen. Deze brengt hij tot uiting in het tijdschrift ‘De 8 en Opbouw’ en in het invloedrijke boek ‘Bouwen bauen batir building’ uit 1932, een overzicht van nieuw-zakelijke architectuur in Nederland.

Van Loghem schrijft: “De grondslag voor een gezonde ontwikkeling der architectuur is elk begrip van vorm, in den zin van vooropgesteld type te overwinnen. In plaats van vroegere stijltypen als schablonen te gebruiken en zoodoende vroegere stijlen te imiteeren is het noodig het probleem der architectuur geheel opnieuw te stellen.” Van Loghems nieuwe architectuur is (zonder hoofdletters): ‘elementair, economisch, functioneel, vormloos en toch bepaald, open en anti-decoratief’.

In zijn eigen gebouwen kan Van Loghem zelden aan zijn eigen theoretische uitgangspunten voldoen. Aanvankelijk bouwt hij voornamelijk villa’s in Haarlem. De arbeiders- en middenstandswoningen die hij in Haarlem en het Amsterdamse Betondorp bouwt komen dichter in de buurt van zijn idealen.

Pas in de jaren dertig weet Van Loghem werkelijk zakelijke architectuur te realiseren met enkele vrijstaande woonhuizen in Den Haag, Waalre en Lonneker en inmiddels afgebroken gebouwen als het Haarlemse Sportfondsenbad en het rusthuis De Blauwvoet in Driebergen.

Het bekendste ontwerp van Van Loghem is de woningbouw Tuinwijk-Zuid in Haarlem-Zuid. De 86 middenstandswoningen zijn in twee woningblokken gesitueerd aan de rand van een villawijk, waar het door het ruime stratenplan mogelijk was grote collectieve binnenhoven te realiseren. Door twee poorten in de straatwanden zijn de binnentuinen bereikbaar. De keukens zijn aan de straatkant en de woonkamers aan de binnenzijde gesitueerd; de prive-tuinen gaan geleidelijk over in het gemeenschappelijke groengebied. De woningen zijn twee of drie lagen hoog en hebben vooral door de platte daken een kubistisch uiterlijk.

De uitvoering is traditioneel en nog sterk geinspireerd door de Arts & Crafts-beweging: bakstenen gevels in combinatie met houten kozijnen, balkons en pergola’s. Tuinwijk-Zuid is begin jaren negentig gerestaureerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels