nieuws

Aanleg tunnels in bevroren klei geen probleem

bouwbreed

delft – Bij het bouwen van de dwarsverbindingen tussen de geboorde tunnelbuizen van de Westerscheldetunnel kunnen in klei vriestechnieken worden gebruikt. Bevroren klei is daarvoor sterk genoeg.

Dit advies geeft NITG-TNO aan de Bouwdienst Rijkswaterstaat. De bouwdienst is bezig met het toetsen van het definitieve ontwerp voor de Westerscheldetunnel van aannemer Combinatie Middelplaat Westerschelde (KMW). Het onderzoeksinstituut NITG-TNO zocht in opdracht van de dienst uit hoe het zit met structuurveranderingen en de eigenschappen van klei als gevolg van het vries-dooiproces die bij de beoogde aanlegmethode van de dwarsverbindingen kunnen optreden.

In het onderzoek zijn buitenlandse ervaringscijfers gecombineerd met de hier bekende geomechanische gegevens over de klei. In tegenstelling tot zand is het water in klei aan plaatvormige kleimineralen gebonden. Dat bevriest moeilijker, waardoor de sterkte bij bevriezen maar langzaam toeneemt. Binnenkort volgen nog experimenten in het laboratorium. NITG-TNO verwacht daardoor echter niet tot echt andere inzichten te komen. Gekeken wordt bijvoorbeeld naar het optreden van extra grondspanningen door het bevriezen.

Ir. H. de Jonge van KMW laat weten al bij de aanbieding in 1992 overtuigd te zijn geweest van de maakbaarheid van dwarstunnels door bevriezing van grond. Hij is dan ook blij met elke bevestiging daarvan. Uiteraard is de vriesmethode voor toepassing bij de dwarstunnels danig gecheckt door adviseurs. De waterdrukken op de aanlegdiepte van zo’n zestig meter maken de aanleg van de dwarstunnels tot een van de moeilijkste onderdelen van het project. Het boren van de tunnelbuizen begint medio dit jaar, gevolgd door maken van dwarstunnels om de 250 meter. De hele tunnel moet eind 2002 klaar zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels