nieuws

Welstandscommissie toont zich ‘gepast tevreden’

bouwbreed

eindhoven – De Eindhovense Welstandscommissie heeft zich gebogen over Meerhoven, en is volgens commissielid Ir. Harrie van Helmond ‘gepast tevreden’. “Het is en blijft een buitenwijk, maar wel een waar visie aan ten grondslag ligt. Daarmee heeft het de potentie om net zo’n karakteristieke Eindhovense wijk te worden als het Witte Dorp, het Vonderkwartier, de Schrijversbuurt of ’t Hool.”

Al in een vroeg stadium, na opstelling van het stedenbouwkundig plan, werd de Welstandscommissie geinformeerd over Meerhoven. “Dat gebeurt steeds vaker”, weet Van Helmond. “In plaats van een beoordeling achteraf, worden vooraf al de belangrijkste uitgangspunten vastgesteld, in overleg met de commissie. Dat is nuttig, omdat het kan voorkomen dat je plan bij aanvraag van de bouwvergunning wordt afgekeurd. Bovendien wordt het plan er alleen maar beter van.”

Mede als gevolg daarvan heeft de commissie heel wat werk te verrichten. “We krijgen heel veel plannen ter beoordeling voorgelegd. De productie is in twee jaar tijd verdubbeld. Dat zegt wel iets over de bouwproductie in Eindhoven. Er is veel geld, en er wordt veel gebouwd. Tegelijkertijd zegt het overigens ook iets over de hoeveelheid plannen die we afkeuren…”

Dat gevaar loopt Meerhoven ook nog steeds. Want over de kwaliteit van het stedenbouwkundig raamwerk voor Meerhoven bleek de Welstandscommissie weliswaar te spreken, maar de uiteindelijke beoordeling vindt pas plaats bij de concrete invulling van de kavels. “Het stedenbouwkundig plan is alleen ter kennisgeving afgegeven. Goedkeuren kunnen we pas op het moment dat moet worden gebouwd.”

Kaders

Zolang daarbij wordt vastgehouden aan de kaders die de gemeente zichzelf en de markt bij de planvorming heeft opgelegd, valt van de Welstandscommissie weinig te vrezen. Van Helmond: “Deze wijk is misschien wel een van de minst slechte, of zo je wilt, de beste van de laatste tijd. Gekozen is voor een ingetogen uitstraling, met een eigen identiteit en ontworpen door ervaren architecten, stedenbouwers en landschappers. Meerhoven krijgt een geheel eigen karakter, met nadruk op wonen.”

Een sterk punt vindt Van Helmond dat streng wordt gewaakt over de architectonische kwaliteit van de plannen. Architecten worden geselecteerd op kwaliteit en ervaring met dit soort wijken en moeten werken binnen vooraf bepaalde randvoorwaarden. Bovendien komen ze periodiek bij elkaar om de diverse ontwerpen te bespreken en te toetsen aan het oorspronkelijke stedenbouwkundige concept.

Eenvoud geldt hier als voornaamste thema. “Het mag namelijk geen modebouw worden”, verklaart Van Helmond. “Alle toeters en bellen moeten eraf. Hoe eenvoudiger de woning is, hoe langer kan zij de tand des tijds weerstaat. Op zich hebben we niets tegen spectaculair ontworpen woningen, maar er moet dan wel een programmatische aanleiding voor zijn. Die is er in Meerhoven niet.”

Tegelijkertijd vindt Van Helmond dat hierin een groot gevaar voor Meerhoven schuilt. “Het gevaar is dat de wijk niet gaat leven. Aan de ene kant omdat het allemaal super-esthetisch verantwoord wordt. Zelfs de tuinhekjes en tekeningen voor de toekomstige verbouwingen worden bijgeleverd.”

“Anderzijds”, vervolgt hij, “omdat nauwelijks sprake is van functiemenging. In de stad ziet een kind dat naar school loopt allerlei functies om zich heen. Woningen, maar ook winkels, kleine bedrijvigheid, verkeer. In Meerhoven komt hij alleen langs woningen. Een belangrijke vraag is dan ook hoe je het stedenbouwkundig concept overeind kunt houden en tegelijkertijd toch leven in die wijk krijgt.”

Eigen plan

Terwijl die programmatische discussie nog wordt gevoerd, zijn de eerste bouwplannen voor Meerhoven in ontwikkeling genomen, en dus ook de Welstandscommissie gepasseerd.

Opmerkelijk is dat tussen die plannen ook een ontwerp zit van Van Helmonds architectenbureau, De Beer Van Helmond Architecten. “Tja, dat ziet er wat lullig uit”, erkent Van Helmond. “We hebben er in de commissie veel over gesproken, maar zijn eigenlijk ook niet echt tot een oplossing gekomen. Ik ben het enige commissielid, dat als bouwend architect in deze regio actief is. En dus komen met enige regelmaat mijn eigen ontwerpen in de commissie aan de orde. De afspraak is dat ik me dan terugtrek. Ik moet mij daar niet mee kunnen bemoeien.”

Weifelend

Dat de twee petten elkaar tot nog toe niet hinderlijk in de weg zitten, blijkt uit het feit dat zijn plan voor de bouw van 85 woningen in Zandrijk (eerste bouwfase, tweede ronde) door de Welstandscommissie is aangehouden. “De commissie heeft om aanvullende tekeningen gevraagd”, zegt Van Helmond. “We wilden het metselwerk van de woningen in kleur laten varieren, zodat in de gevels kleurcomposities ontstaan. De Welstandscommissie wilde daarvan toch eerst het effect beter kunnen beoordelen, voordat ze haar goedkeuring wilde geven. Want ze had het nog nooit ergens gezien.”

De weifelende houding van zijn collega-commissieleden stoort Van Helmond niet. “Ik stel me altijd de vraag: wordt het plan er beter van? Zolang daar sprake van is, vind ik het zelfs geen probleem als de Welstandscommissie een plan afkeurt.”

Ir. H. van Helmond, lid van de Welstandscommissie Eindhoven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels