nieuws

Waterbouwers vrezen verlies knowhow door gebrek aan werk midden- en kleinbedrijf Vervolg van pagina 1

bouwbreed

den haag – De veiligheid en de garantie dat transport over water altijd mogelijk moet blijven, moeten de twee peilers zijn waarop de overheid het beleid voor waterhuishouding baseert. De Vierde Nota voor de Waterhuishouding van staatssecretaris De Vries van Verkeer en Waterstaat is een goed stuk, maar schiet te kort als het gaat om de garantie voor de bevaarbaarheid van de rivieren.

Dit zegt voorzitter W.A. Lubberhuizen van de Vereniging van Waterbouwers in Bagger-, Kust- en Oeverwerken (VBKO) in een reactie op het beleidsstuk. De ideeen om het water in Nederland meer ruimte te geven en zo overstromingen tegen te gaan, juicht hij toe. “Er is sprake van een goede integrale visie. Maar ik lees nergens in de nota iets over de bevaarbaarheid van de rivieren. Als het gevolg van het beleid is, dat ’s zomers zo weinig water in de rivieren staat dat ze onbevaarbaar zijn, heeft dat verstrekkende gevolgen voor de belangrijke transportfunctie. Als je er over begint, zal iedereen ongetwijfeld roepen dat het natuurlijk niet de bedoeling is de scheepvaart te belemmeren, maar dan reageer ik daar weer op met de vraag waarom het dan niet wordt opgeschreven.”

Perspectief

De Vierde Nota voor de Waterhuishouding biedt volgens Lubberhuizen de waterbouwers op termijn veel perspectief. “Er wordt rekening mee gehouden dat voor maatregelen rond het IJsselmeer 1,2 miljard gulden nodig is en voor het scheppen van ruimte voor de rivieren nog eens 1,2 miljard. Staatssecretaris De Vries is er nog niet zeker van of het wel voldoende zal zijn. Ik deel die twijfel. Eerlijk gezegd denk ik dat de bedragen aan de lage kant zijn. Op termijn is er dus veel werk te doen. Maar een probleem voor ons is dat, met name op het gebied van onderhoud in Nederland, op dit moment erg weinig opdrachten afkomen. De laatste jaren is het werk, dat met name door het midden- en kleinbedrijf wordt gedaan, met 30 tot 40 procent teruggelopen. Gevolg is dat de kleine bedrijven, waar ongeveer 1600 mensen werken en enkele honderden miljoenen per jaar worden omgezet, in de problemen zijn geraakt. Niet dat ze failliet gaan, want dat gebeurt deze aannemers niet. Hebben ze geen werk op hun vakgebied dan zorgen ze wel weer voor ander werk. Maar die ontwikkeling is niet goed. Die leidt tot verschraling van de kennis. We lopen op dit moment dus het risico dat diverse midden- en kleinbedrijven worden uitgehold en straks niet klaar zijn om het voor de veiligheid en bevaarbaarheid noodzakelijke werk aan rivieren en de kust te kunnen uitvoeren.”

Het probleem zou kunnen worden getackeld als de overheid jaarlijks een paar honderd miljoen gulden extra aan werk in de markt zet. Lubberhuizen: “Naar mijn mening is dat niet te veel gevraagd. Wij zijn een sector die 4 miljard per jaar omzet en waar 12.340 mensen werken. Jaarlijks vloeit dank zij onze activiteiten een half miljard gulden netto in de staatskas. Het is dus niet zo gek als we vragen of daarvan een paar honderd miljoen gulden kan terugkomen.”

Consequenties

“Gebeurt dat niet, dan kan dat ook consequenties hebben voor onze positie in het buitenland. Je moet op je thuismarkt knowhow kunnen opbouwen, wil je in het buitenland kunnen slagen. Als die thuismarkt er niet is, lukt dat dus niet.”

Lubberhuizen maakt zich zorgen over het feit dat het kabinet nu vooral plannen heeft gemaakt voor de toekomst en op dit moment weinig investeert. Hij verwijst naar de uitgaven die gepland staan voor het inrichten van natuurgebieden waar water moet worden vastgehouden. “Deze kabinetsperiode wordt rekening gehouden met een bedrag van 56 miljoen gulden. Voor de periode daarna is 700 miljoen nodig. Je zult zien dat het in volgende kabinetsperiodes moeilijk wordt dat geld vrij te maken. Nu al zijn er grote problemen om alle infrastructuur die nodig is te bekostigen.”

PPS

Publiek-private samenwerking (pps) is volgens de voorzitter van de VBKO geen oplossing als het gaat om werkzaamheden aan vaarwegen. “De scheepvaart heeft vrije doorgang. Je kunt niet ergens een sluis bouwen en vervolgens tol gaan heffen. Internationaal zijn er te veel afspraken over gemaakt. Daarom zou de overheid toe moeten naar een andere vorm van financieren van infraprojecten. Eerst zou moeten worden bekeken wat mogelijk is met geld van het bedrijfsleven. Daarna moeten prioriteiten worden gesteld voor de besteding van overheidsgeld. Juist die dingen waar pps-constructies kansloos zijn, moeten dan hoog scoren”.

Hoog water op de IJssel. Maatregelen tegen wateroverlast mogen er volgens de Waterbouwers niet toe leiden dat rivieren onbevaarbaar worden. Foto: APA

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels