nieuws

Vergunning betoncentrale Franeker aangevochten

bouwbreed

den haag – De Raad van State maakt op 5 maart bekend of Gedeputeerde Staten van Friesland terecht een uitbreidingsvergunning hebben verleend aan betonwarenfabriek Magre in Franeker.

Scheepsreparateur J. Koehoorn, die zijn bedrijf en woning naast de betonfabriek heeft, verzocht vrijdag tijdens een hoorzitting bij de Raad van State om schorsing van de vergunning van Magre. Volgens de gemachtigde van Koehoorn, A. Borg, verwacht zijn client geluid-, stof-, en stankhinder van de betonfabriek. Bij stankhinder denkt Borg vooral aan de opslag van veevoeder. Enige tijd geleden leidde dat al tot het vrijkomen van dioxine. Koehoorn is ook bevreesd dat zijn scheepsreparatiewerkzaamheden in de knel komen als Magre de activiteiten nog verder uitbreid. Beide bedrijven delen een loswal. GS-woordvoerder mevrouw I. Wulffele verwacht geen overlast voor Koehoorn. De mobiele puinbreker van Magre is een kwartslag gedraaid verder van de woning van Koehoorn weg. De opslag van stinkende producten is niet toegestaan in de vergunning. Verder is er een voorschrift opgenomen om stofhinder tegen te gaan.

Wulffele verzocht de Raad van State dan ook de vergunning van

Magre in stand te laten. De woordvoerder namens Magre ondersteunde dit verzoek van GS en

benadrukte dat er nooit dioxine is vrijgekomen bij zijn bedrijf. Er is wel sprake geweest van brand in een loods waar citroenpulp lag opgeslagen en in die loods is dioxine ontstaan. Daarom is de loods een paar dagen afgesloten geweest. De overlast van dit incident zal beperkt geweest zijn omdat de heersende windrichting (zuidwest) eventuele kwalijke luchten zou hebben afgevoerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels