nieuws

‘Het bouwkundige ambacht is nog altijd onderbelicht’

bouwbreed

rotterdam – “Met ambachtelijk bouwkundig werk is ontzettend veel eer te behalen. Het is een facet van het vak dat onderbelicht is.” Die overtuiging zijn de voormalige hts’ers Rob Goverts en Dik Hoogstad toegedaan en daarom voorzien zij al elf jaar lang in die lacune met hun Bureau Bouwkunde. Met succes. Vandaar dat zij genomineerd zijn voor de Rotterdamse Ondernemersprijs.

Bureau Bouwkunde genomineerd voor Rotterdamse Ondernemersprijs

“Onruststokers” noemen ze zichzelf. Verstarring in hun bedrijf willen zij voorkomen. Het geringe verloop onder de ruim vijftig werknemers, die kennelijk met plezier in de platte organisatie hun werk doen, is hun daarom een zorg.

“Om flexibiliteit en enthousiasme te behouden pluggen wij steeds nieuwe acties in. Wij veranderen regelmatig de samenstelling van de teams en geven van tijd tot tijd mensen andere taken”, verklaren Dik Hoogstad (1953) en Rob Goverts (1952) in koor wat zij bedoelen met onrust stoken. Niet steeds de reguliere organisatie overdonderen met nieuwe ideeen maar wel leven houden in het bedrijf.

Ook met Bureau Bouwkunde waren zij baanbrekers. Het was in 1988 het eerste facilitaire bureau voor architecten, om ze te helpen bij de uitwerking van projecten.

Bouwtechnologisch

Het eerste grote project was het ministerie van VROM, ontworpen door Jan Hoogstad, de vader van Dik. De typering “facilitair” vinden zij nu niet meer passend. Dat klinkt te ondergeschikt. Ze noemen zich nu een “bouwtechnologisch ontwerpbureau” dat met vestigingen in Rotterdam, Maastricht en Amsterdam alle taken kan verzorgen op het gebied van bouwvoorbereiding en procesmanagement.

Hun lijst van klanten leest als een erelijst: niet alleen staan er vooraanstaande Nederlandse architectenbureaus op als Coenen, MVRDV, Mecanoo en Neutelings, maar ook buitenlandse coryfeeen als Piano (New Metropolis), Bolles en Wilson (Luxortheater),Kurokawa (Van Gogh Museum) en Foster (World Port Center). Waren het eerst architecten die hun hulp inriepen, in toenemende mate zijn het nu ook opdrachtgevers die het bureau inschakelen en naast hun architect zetten.

Op verzoek van een ontwikkelaar hebben zij zelfs een keer het voortouw genomen en zijn de rollen omgedraaid: zij introduceerden de Franse architect De Portzamparc bij een project van tweehonderd woningen in Deventer. “Maar wij willen absoluut niet boven de architect gaan staan”, benadrukken zij.

De architect heeft de leiding over het ontwerpen. Dat zou overal zo moeten zijn, is hun overtuiging. Want het leidt alleen maar tot een verarming van de gebouwde omgeving als architecten ondergeschikt worden gemaakt, en ook als het ontwerp wordt gedicteerd vanuit de techniek.

Gelijkwaardig

Hoogstad en Goverts zijn er kien op om de verhouding tot de positie van de architect goed uit de doeken te doen. “We hebben niet de ambitie op zijn stoel te gaan zitten, al willen wij wel een gelijkwaardige rol spelen bij het uitwerken van het plan. Het versterken van het concept van de architect staat daarbij voor ons voorop. We proberen als het ware in de huid van de architect te kruipen. Essentieel is het vertrouwen tussen de architect en ons bureau.” Dat vertrouwen is blijkbaar soms zo groot dat architecten ook de contractbesprekingen overlaten aan Bureau Bouwkunde.

De ontplooiing van het Bureau Bouwkunde is gelijk opgegaan met vernieuwingen op de Technische Universiteiten. Naast de klassieke architectenopleiding waarin het ontwerp centraal staat, zijn er richtingen gekomen waarin de bouwtechnologie, het bouwproces en de kostenbewaking de centrale onderwerpen zijn.

Complex

Het bouwen is zo complex geworden dat architecten niet meer in alle deskundigheid kunnen voorzien, is de overtuiging van Hoogstad en Goverts, die beiden na de HTS halverwege de TU-studie afhaakten, omdat hun eigen architectenbureau alle aandacht opeiste.

“De meeste architectenbureaus draaien te weinig omzet om een compleet apparaat op de been te houden dat voorziet in alles van bouwtechniek, bestekken schrijven, procesmanagement enzovoort. Veel architecten hebben die ambitie ook niet, die willen geen manager worden maar ontwerper blijven.” Hun eigen Rotterdamse hoofdkantoor zet, met ongeveer veertig werknemers, tussen de vijf en zeven miljoen gulden per jaar om. Gewerkt wordt aan twintig tot dertig kleine en grote projecten per jaar.

Voor de komende jaren staat, wat hen betreft, niet productievergroting centraal. “Grootste prioriteit heeft het verbeteren van de kwaliteit van de productie, en dat staat in ons vak haaks op productievergroting”, schreven zij bij hun aanmelding voor de Rotterdamse Ondernemersprijs.

Intermediair

Terwijl de rol van de architect de komende jaren zich meer en meer zal concentreren op de vormgeving willen zij zich ontwikkelen tot intermediair, om te zorgen dat alle specialistenwerk wordt geintegreerd. “Van belang is integratie van civiele techniek en installatietechniek in de bouwtechniek, waarbij en passant verschillen in cultuur overbrugd dienen te worden.”

Hun werk loopt van de allereerste schets tot en met de realisatie. Het gaat in wezen om het aloude bouwkundige ambacht: hoe je dingen maakt. “Dat is een facet van het vak dat lang onderbelicht is geweest: de ambachtelijke en bouwkundige kant. En daar is juist ontzettend veel eer mee te behalen. Want architectuur bestaat pas als die gebouwd is, en goed gebouwd.”

Vanaf hun kantoor op de veertiende verdieping van een toren op de Schiedamsedijk hebben Dik Hoogstad (rechts) en Rob Goverts uitzicht op twee van hun belangrijkste bouwlocaties. Op de Kop van Zuid werken zij met Foster aan het World Port Center en met Bolles en Wilson aan het Luxor Theater.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels