nieuws

Belangstelling voor landgoed in Overijssel radicaal gedaald

bouwbreed

zwolle – De belangstelling voor de verwerving van een landgoed in Overijssel is radicaal gedaald. Van de ruim zeshonderd aanvragers van een brochure zijn 22 serieuze gegadigden overgebleven.

Het totale kostenplaatje werpt een onoverkomelijke barriere op. De provincie maakt volgende maand bekend wie een schetsontwerp mag maken voor een nieuw landgoed. Het experiment van de provincie omvat maximaal vijf landgoederen van elk tien hectare die aan de rand van de grote steden Deventer, Zwolle, Enschede, Hengelo en Almelo of in waterwinningsgebieden zullen verrijzen.

De provincie kiest eind dit jaar vijf ontwerpen die mogen worden uitgevoerd. Anderhalf jaar trekt de overheid uit voor bestemmingsplanwijzigingen en afgifte van de bouwvergunningen. De aanleg van de landgoederen kan vanaf januari 2001 beginnen.

Afgehaakt

Of er plaats is voor meer dan vijf landgoederen – evaluatie moet dit uitwijzen – is nog de vraag. Vele ‘kastheelheren’ zijn in een vroegtijdig stadium afgehaakt vanwege de hoge kosten. Tien hectare landbouwgrond en de inrichting vergen miljoenen. Vooral de grondaankoop (een hectare landbouwgrond kost circa een ton in Overijssel) hakt er flink in. “Vele kandidaten hadden een verkeerd beeld. Ze dachten dat de provincie de grond zou uitgeven, maar zo werkt het niet”, stelt projectleider Otto Westerink van de provincie.

De landbouwers aan de rand van de stad ruiken geld. Velen willen alleen hun land verkopen als de beoogde landgoedeigenaar het hele bedrijf overneemt. Dat zorgt natuurlijk voor aanzienlijke meerkosten. Daarnaast zijn er tal van andere kosten. Zo zijn de deelnemers verplicht een landschapsarchitect en architect in de arm te nemen. “Wij willen dat het woonhuis samenhang vertoont met het landschap. Om dat te bereiken, is enige deskundigheid vereist”, meent Westerink.

Uiteraard nemen de nieuwe landgoedeigenaren ook de invulling van het landgoed geheel voor eigen rekening. De provincie stelt hoogstens de spelregels vast. De belangrijkste is dat minstens dertig procent van het landgoed moet bestaan uit bos om het groene karakter van de stadsranden te handhaven. Om die reden is de provincie ook dit experiment gestart.

Het overgangsgebied tussen de stedelijke bebouwing en het platteland dreigt verloren te gaan aan oprukkende industrie. Het experiment wekte in eerste instantie enorme belangstelling vanuit het hele land. Na een grondige financiele analyse bleven 22 rijke particulieren en projectontwikkelaars over. Zestien komen uit Overijssel, zes uit andere delen van het land. Vooral de stadsranden van Enschede en Zwolle zijn in trek.

Negatief

Landbouworganisatie GLTO heeft negatief gereageerd op het landgoedexperiment. Ze stelt dat er weer meer grond aan de landbouw wordt onttrokken. “GLTO kan met ons project leven”, vergoelijkt Westerink, “maar wil het louter bij een experiment laten. Mocht het helemaal niet lukken op landbouwgrond, dan heeft de provincie nog alternatieven achter de hand. Waterwinningsgebieden bijvoorbeeld. Extensief beheer, zoals een landgoed, is gunstig voor dit soort gebieden. Daarnaast denken we aan het ontwikkelen van nieuwe ecologische verbindingszones. Aan de weg zou dan het woonhuis kunnen verrijzen, terwijl je aan de achterkant de natuur verder ontwikkelt.”

Voorkeurslocaties

Overigens staan de locaties niet vast, behalve in Zwolle en Almelo. Deze gemeenten hebben voorkeurslocaties aangewezen, andere gemeenten laten het spel op zich afkomen. “Dan loop je inderdaad het risico dat iemand grond koopt waar de gemeenten het niet willen, zoals waardevolle natuurgebieden. Maar als de gemeenten planologisch geen ruimte bieden, houdt het verhaal op. Dus ze hebben wel enige invloed op de locatie.”

Op elk landgoed moet een woonhuis van ‘allure’ verrijzen met minstens duizend kuub inhoud en maximaal drie wooneenheden. De eigenaar moet zijn landgoed voor 90 procent openstellen voor het publiek.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels