nieuws

Verwijzingstechniek alternatieve routes houdt wegverkeer rijdend

bouwbreed

antwerpen – De drie belangrijkste grensoverschrijdende autowegen zijn binnen twee jaar voorzien van technologie die het mogelijk maakt automobilisten tijdig naar een alternatieve hoofdroute te verwijzen als sprake is van verkeersstagnatie door bijvoorbeeld een ongeval. Nederland heeft hierover in het kader van het Centricoproject afspraken gemaakt met Belgie, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg.

Deze week werd in Antwerpen het startsein gegeven voor een Nederlands-Vlaamse samenwerking bij de bewaking van het verkeer op de hoofdroutes tussen Rotterdam en Antwerpen. De A16 (E19 in Belgie) tussen deze steden zit geregeld bomvol. Door automobilisten te verwijzen naar de A17 (A12 in Belgie) over Bergen op Zoom kan een betere spreiding worden bereikt. Bestaande autowegen worden dan beter benut. Uitbreiding van het wegennet is zo minder snel nodig.

Twee jaar geleden werd een soortgelijk systeem – gekoppeld aan een intensieve uitwisseling van computergegevens tussen de verkeersdiensten van de buurlanden – toegepast op de route tussen Eindhoven en Keulen. Een route die nog volgt is die tussen Arnhem en Oberhausen.

De vijf deelnemende landen hebben in totaal acht drukke verkeersaders aangewezen die voor het zogenoemde ‘rerouting’ in aanmerking komen. Ze moeten in 2002 allemaal zijn voorzien van dynamische verwijzingsborden. De alternatieve routes worden aangegeven met een gele pijl in een zwart vlak of een zwarte pijl in een geel vlak. De vijf landen hebben hierover overeenstemming bereikt.

Secretaris-generaal Pans van het ministerie van Verkeer en Waterstaat lichtte in Antwerpen toe dat met het proefproject voor de route tussen Rotterdam en Antwerpen fors geld wordt bespaard. “Van Nederlandse zijde hebben we in dit project eenmalig 1 miljoen gulden gestoken. Daartegenover staat een besparing van voertuigverliesuren van eveneens 1 miljoen, maar dan per jaar. Het project verdient zich dus binnen de kortst mogelijke tijd terug”, zei hij.

Overigens komt dat geld dan natuurlijk niet retour in de staatskas, maar profiteren de automobilisten en beroepsvervoerders die niet in de file hoeven te staan.

Pans meent dat het systeem van omleiden goed past in het Nederlandse beleid ten aanzien van infrastructuur. “Dat is in de eerste plaat geent op een betere benutting. Als we het daarmee alleen niet redden, komt beprijzing (tolheffing) in beeld. Kunnen we ook daarmee het probleem niet oplossen, dan kan er selectief worden gebouwd. Dat laatste zal ook zeker nodig zijn.”

Tijdens de presentatie van het proefproject Rotterdam-Antwerpen werd duidelijk dat in Centricoverband nog niet wordt gewerkt aan afspraken over tolheffing op grensoverschrijdende wegen.

Topambtenaar Desmyter van het Vlaamse departement voor Leefmilieu en Infrastructuur benadrukte dat Nederland op dit gebied vijf jaar voorloopt. “Maar ik voorspel dat ook in Belgie in de toekomst betaald moet worden voor het gebruik van de wegen. Het is even door de zure appel heenbijten. Als je vervolgens ziet dat het werkt, heeft iedereen er vrede mee.”

Saillant detail van de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen voor de route tussen Rotterdam en Antwerpen is overigens dat automobilisten die niet over de A16/E19 kunnen, worden omgeleid via de Liefkenshoektunnel. Daar wordt tol geheven.

‘Dit project verdient zichzelf snel terug’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels