nieuws

Dom Hans van der Laan met de Abdij Mamelis in Lemiers (1956-1986)

bouwbreed

Het zoeken naar een universele, tijdloze architectuur en een harmonieus maatsysteem heeft veel architecten bezig gehouden. De Benedictijner monnik en architect Hans van der Laan (1904-1991) is een van de weinigen die dit ideaal tenminste weet te benaderen. Hij verdedigde zich ooit tegen het verwijt dat hij niet vernieuwde met de woorden: “Ik zoek vormen die nooit nieuw zijn geweest.”

Zijn oeuvre is uiterst beperkt: verschillende uitbreidingen van de abdij Mamelis in Zuid-Limburg, een woonhuis in Best (1982) en een kerk in het Belgische Waasmunster (1974). Het zijn robuuste, archetypische gebouwen met zware, gemetselde muren, betonnen lateien en repeterende, rechthoekige ramen en kolommen. Het belangrijkste kenmerk is echter het maatsysteem dat aan zijn ontwerpen ten grondslag ligt en zorgt voor een voelbare harmonie tussen de verschillende gebouwdelen en ruimten.. Het ontwikkelen van dit maatsysteem _ het plastisch getal _ is, wellicht meer dan de feitelijke gebouwen, Van der Laans levenswerk.

Van der Laan studeert bouwkunde aan de Technische Hogeschool in Delft en begint daar onder invloed van hoogleraar Granpre Moliere zijn zoektocht naar de grondslagen van de architectuur. In 1927 breekt hij zijn studie af en trekt hij zich terug in een klooster. Daar werkt hij gestaag aan een stelsel van maten en verhoudingen dat uiteindelijk in 1960 _ eerst in het Frans, later in het Nederlands _ in het boek ‘Het Plastisch Getal’ wordt gepubliceerd. Anders dan bijvoorbeeld de Gulden Snede of het daarvan afgeleide maatsysteem Modulor van Le Corbusier, is het plastische getal geen vlak, maar een ruimtelijk systeem met als basis de gevoelsmatige verhouding tussen klein, middel en groot. Alle onderdelen, ramen, kolommen, muren en muurvlakken, maar ook de tussenliggende ruimten zijn in hun hoogte, breedte en diepte door dit stelsel van verhoudingen bepaald. Van der Laan heeft door zijn deelname aan de naoorlogse Cursus voor Kerkelijke Architectuur in Den Bosch een bepalende invloed op het ontstaan van de zogenaamde Bossche School.

In de loop de tijd bouwde Van der Laan aan het bestaande klooster in Lemiers een ingangsgebouw, een binnenhof in twee bouwlagen, een kloosterhof en een kloosterkerk, met daaronder een crypte. De binnenplaats met de trap die naar de omgang rond de kerkruimte leidt en de basiliekvormige kerkruimte die wordt verlicht door een rij hooggeplaatste ramen, behoren tot het selecte rijtje onvergetelijke architectonische ruimten van deze eeuw

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels