nieuws

Vinex-hausse kweekt leegstand in naoorlogse woonflats Het is geen wonder dat naoorlogse woonwijken verpauperen.

bouwbreed

Overheden investeren er nauwelijks in, het meeste geld gaat immers naar Vinex-wijken. J. Voskamp van Ons Belang vindt dit verwerpelijk. Grondopbrengsten uit Vinex-wijken zouden moeten worden gebruikt voor herstructurering van bestaande woonwijken. Zelf heeft ons Belang ook een plan: Het verkopen van moeilijk verhuurbare woningen, met terugkoopgarantie. Wil de koper er weer van af, dan is Ons Belang bereid het verkoopverlies te delen. Dit geldt overigens ook voor de verkoopwinst. Er ontstaat een massale leegstand in naoorlogse woonflats als de overheid niet snel investeert in een herstructurering. Dat vreest directeur ing. J. Voskamp van de Hengelose bouwvereniging Ons Belang.

Volgens hem is alle aandacht gericht op het volbouwen van de Vinex-locaties. “De bestaande koop- en huursector raakt uitgehold. Alle subsidies worden aangewend voor Vinex. De gemeente redeneert: hoe meer woningen worden gebouwd, hoe beter. Dat is een totaal verkeerd beleid”.

“Ik signaleer dat in naoorlogse woonflats leegstand gaat ontstaan. In Hengelo is dat nog niet zichtbaar, maar dat duurt niet lang indien maatregelen uitblijven.

De ring rondom binnensteden, waar in de jaren zestig de meeste flats zijn gebouwd, komt in enorme problemen. Allerlei sociale problemen, verpaupering en criminaliteit zullen de kop opsteken.

Tweeverdieners en gezinnen met de hogere inkomens trekken massaal naar Vinex-wijken toe, terwijl de interesse in de naoorlogse flatwoningen afneemt. Het probleem is dat de migratie naar Vinex-locaties groter is dan de vraag naar flatwoningen. Ofschoon het aantal ouderen en kleine huishoudens met een relatief laag inkomen stijgt.”

“Op zich vind ik die verschuiving van een huur- naar een nieuwe koopwoning niet zo raar. Maar er doet zich een onnatuurlijk proces voor. We bouwen geen Vinex-wijken, omdat de bevolking groeit. Want die groei vindt niet plaats. We bouwen om het stijgende aantal kleinere huishoudens onderdak te geven. Maar deze groep, die wel interesse heeft in zo’n flatwoning, blijkt kleiner in omvang dan degenen die naar een Vinex-woning verhuizen. Daardoor komen de woningcorporaties in een krimpscenario terecht. We zullen ons woningbestand fors moeten inkrimpen”.

“We moeten in de bestaande stad ingrijpen. Ik heb drie oplossingen om de komende leegstand het hoofd te bieden. In de eerste plaats slopen en vervangende nieuwbouw toepassen. Dat is de meest wenselijke optie voor de gemeenschap.

Ten tweede denk ik aan verbouw. Dat is een behoorlijk dure operatie. Bovendien bereik je niet de woonkwaliteit die de consumenten tegenwoordig aan een woning stellen. Neem de vloeren in de naoorlogse flatwoningen, die zijn nauwelijks geluidsbestendig te noemen.

In de derde plaats lijkt verkoop een oplossing. Dat is beperkt mogelijk, omdat niet iedere flatbewoner de prijs kan betalen.”

Boekwaarde

“Mijn voorkeur gaat uit naar de eerste oplossing. De kwaliteitsnormen die de woonconsument aan een woning stelt, zijn de laatste jaren omhoog gegaan. Vijfendertig jaar oude flats kunnen daar niet meer aan voldoen, bijvoorbeeld ten aanzien van geluids- en isolatie-eisen en woonruimte.

Overigens pleit ik niet zonder meer voor slopen en opbouwen, want dat is ook een kostbaar proces. De boekwaarde van de bestaande woningen en investeringen in nieuwbouw moeten tegen elkaar worden afgewogen.”

“Ons Belang is bezig om relatief moeilijk verhuurbare woningen te verkopen. We moeten de bewoners van flatwoningen wat bieden om ze niet en masse te laten vertrekken naar de Vinex-locaties. Daarom hebben we voor flatwoningen een soort terugkoopgarantie bedacht.

Als een bewoner het huis wil verkopen en hij doet dat met verlies, dan zullen wij een deel van het verlies voor onze rekening nemen. Wanneer hij aan de verkoop verdient, pakken wij een deel van de winst.

Tevens willen we voorwaarden in de verkoop meenemen ter bescherming van de woonkwaliteit. De woningcorporatie blijft in dit kader de verantwoordelijke rol vervullen. Op die manier hopen we toch dat de bestaande flatwoningen bewoond blijven.”

Volgorde

“Ik wil geen mening geven over het stedenbouwkundig beleid van de overheid, maar ik zie wel dat zij een verkeerde volgorde aanhoudt.

Twintig procent van de Vinex-wijken wordt gereserveerd voor sociale woningbouw. Daarvoor zijn volop subsidies beschikbaar. Herstructurering van naoorlogse wijken kreeg tot voor kort helemaal geen aandacht. De overheid krijgt nu in de gaten dat daar de komende jaren het accent op moet liggen.

Ik pleit er met nadruk voor om grondopbrengsten uit de Vinex-wijken te reserveren voor herstructurering van de naoorlogse wijken. De overheid moet twee subsidiepotjes aanhouden: een voor ontwikkeling van de Vinex-locaties en een voor herstructurering. Want als je voor groeiend woningbezit pleit, moet je ook de consequentie aanvaarden.”

“Wat het opknappen van naoorlogse wijken betreft, hanteert onze woonstichting een blauwdruk voor elke wijk.

Woningcorporaties moeten een gezamenlijk plan van aanpak maken van het woningbestand. Wat ga je opknappen, wat slopen en waar kan eventueel nieuwbouw komen.

Elk plan is gebaseerd op de specifieke kenmerken en van een wijk. Het is taak van woningcorporaties om iedereen een goede en betaalbare woning in een aantrekkelijke leefbare omgeving te bieden. Daarbij hoop ik dat de menging van huur en koopwoningen in stand blijft. Want dat laatste begeeft zich eveneens op een hellend vlak. We moeten segregatie te allen tijde vermijden”.

Directeur ing. J. Voskamp van Bouwvereniging Ons Belang in Hengelo.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels