nieuws

Zwaar heiwerk komt materieel tekort

bouwbreed Premium

den haag – Als er een tekort aan heimachines komt, blijft dat beperkt tot de installaties die specifiek werk voor infraprojecten doen. Het ‘grote’ heiwerk brengt naar verwacht wel enige deining op de markt teweeg. Prijsstijgingen zijn niet uitgesloten.

Van Hattum en Blankevoort uit Woerden schat het aantal Nederlandse heistellingen op om en nabij 250, waarvan een derde het zware werk aankan. In dit segment zijn inmiddels al buitenlandse heiers actief die zich bij de uitvoerende combinaties hebben aangesloten en op die manier hun kennis inbrengen.

“Er is nog geen tekort aan heistellingen”, constateert S. Swart van Glorie Heiwerken uit Alkmaar. “Door het inhuren van collega’s is het werk nog te doen. De kans zit er evenwel in dat er een tekort komt. Heipalen zijn nu al moeilijk te leveren. Er zijn al wachttijden tot 3 januari 2000.”

Glorie zet vijf eigen machines en eenzelfde aantal gehuurde installaties in. Swart noemt het aantal opdrachten van dit jaar uitzonderlijk. Een aanmerkelijk deel komt uit de utiliteitsbouw. Ook de grondslag speelt een rol. Minder dan vroeger wordt er nu op staal gebouwd. De gebieden met een goede grondslag zijn vol. Nu komen de slechtere locaties aan bod. En die vergen langere palen. In slappere bodems gaat al snel een paal van pakweg twintig meter.

Uitbreiding

Het vele werk leidt niet automatisch tot uitbreiding van het machinepark. “Een nieuwe heistelling kost rond een miljoen,” rekent Swart voor. “Een kraantje voor een paar ton kopen en geschikt maken voor het heiwerk komt niet meer voor. De machines moeten aan strenge keuringseisen voldoen. Steeds meer aannemers certificeren zich en verwachten dat de onderaannemers aan dezelfde eisen voldoen.”

Dat vraagt meer vakbekwaamheid dan wat de machinisten in de praktijk leren. Bedienend personeel blijft om die reden schaars. Wegkopen komt evenwel niet voor. Heibedrijven onderhouden volgens Swart een soort erecode. Heibazen die rond de stelling werken, zijn wat gemakkelijker te vervangen. “Maar ook die moeten specifieke vaardigheden kennen als het lezen van een tekening en het maken van een palenplan.”

Van Hattum en Blankevoort onderschrijft Swarts verwachting dat projecten als de HSL-Zuid en de Betuweroute niet tot de stichting van nieuwe bedrijven leiden. De sector heien is kapitaalintensief. Mogelijk kan de marktspanning wel tot fusies leiden. De spanning op de inframarkt veroorzaakt misschien een algemene prijsverhoging. De afgelopen jaren was er weinig groot infrawerk. De prijzen weerspiegelden de ‘dunne’ markt.

Buiten het kapitaalintensieve karakter is er nog een reden waarom er niet snel nieuwe bedrijven zullen bijkomen. Het gaat namelijk niet alleen om de machine; er moet ook een technische staf voor zijn. En die is moeilijk te vinden, omdat het vakmanschap in Nederland afneemt. Een ontwikkeling als de spijkerpaal van Volker Stevin voor het procesmatig heien van grote aantallen palen kan daar een oplossing voor bieden.

Investeringen

De toenemende vraag naar trillingsvrij heien stelt de bedrijven voor hogere investeringen. Een dieselblok kost ruim een ton, een hydroblok al snel het dubbele. Afschrijving gebeurt in zes tot acht jaar. Machines gaan echter beduidend langer mee. De tarieven hangen onder meer samen met de werkzaamheden. De dagprijs ligt tussen 1400 en 3500 gulden, exclusief het vervoer naar en van de locatie. Dat vergt nog eens 2500 tot 6000 gulden.

Met dat in gedachten acht Swart het niet erg aannemelijk dat buitenlandse heibedrijven de Nederlandse markt opgaan.

Reageer op dit artikel