nieuws

Het onveilige geraamte van een bouwwerk

bouwbreed Premium

Het fotobeleid van Cobouw is voor een columnist die over veiligheid schrijft een geschenk uit de hemel. De lezer krijgt mooie plaatjes voorgeschoteld, bijvoorbeeld van bouwactiviteiten die niet zo bekend zijn, of als illustratie. Hoe mooi deze foto’s ook zijn, ze deugen vaak niet. Althans als je de maatlat van veiligheid naast de foto legt.

Gelukkig gaat het meestal om tamelijk triviale dingen. Maar sommige foto’s leggen een fundamenteel veiligheidsprobleem bloot. Een goed voorbeeld is de foto die enkele weken geleden in Cobouw stond: een illustratie bij een artikel over de rentelasten van bouwgrond. De foto toont een bult grond met daarachter een blok woningen waarvan alleen het casco gereed is.

Aannemers vragen ons vaak of ze, als tijdelijk niet op vloeren en daken wordt gewerkt, deze vloeren en daken toch van leuningwerk moeten voorzien. Deze situatie komt in de seriematige woningbouw vaak voor. De ruwbouw en het sluiten van gevel en dak volgen elkaar dan niet onmiddellijk op.

Het antwoord is nee: als niet wordt gewerkt, kunnen er ook geen ongevallen gebeuren. Wel moet de aannemer hard kunnen maken dat er echt niet wordt gewerkt. Niet door eigen personeel en ook niet door dat van onderaannemers. Bovendien geldt als harde voorwaarde dat de vloeren en daken niet toegankelijk zijn. Ladders en ander klimmaterieel moeten zijn weggehaald.

De foto waar we over vielen, laat zien dat er in het skelet wel wordt gewerkt. Dak- en verdiepingvloeren zijn met ladders toegankelijk, maar leuningen ontbreken (dakvloer). Ook de trapgatsparingen zijn niet beveiligd.

De situatie op de foto is geen incident, maar komt veel voor. De boosdoeners zijn meestal onderaannemers, onder andere installateurs. Maar zeker niet altijd: ook personeel van de bouwkundige aannemer gaat dikwijls aan het werk op niet beveiligde vloeren.

Verantwoordelijkheid

In eerste instantie is de werkgever van de werknemers verantwoordelijk voor de veiligheid op de bouwplaats. De Arbowet maakt wat dit betreft geen onderscheid tussen de aannemer en zijn onderaannemers. Iedere werkgever moet vooraf de risico’s voor zijn werknemers in kaart brengen en wegen, uiteraard om ze vervolgens door passende maatregelen weg te laten nemen. Instructie en toezicht zijn daarbij wezenlijke elementen.

In de nieuwe Arbowet, die op 1 november in werking treedt, wordt valgevaar als een ernstige tekortkoming gezien. Dat wil zeggen dat de Arbeidsinspectie de werkzaamheden stillegt en de betreffende werkgever(s) een bestuurlijke boete oplegt. Als de berichten hierover ons niet bedriegen kan zo’n boete aardig in de papieren lopen.

Bouwplaatsen

Met zo’n boete is de kous vermoedelijk nog niet af. Er bestaat ook nog een Arbobesluit Bouwplaatsen (voorheen Bouwprocesbesluit). Dit legt de verplichtingen van de coordinerend aannemer vast. Op bijna alle projecten krijgt de aannemer deze coordinatierol. Hij moet een veiligheids- en gezondheids (V en G) coordinator aanstellen die onder meer zorgt voor een V en G-plan. Hierin staan maatregelen die gemeenschappelijke risico’s, dus voor personeel van verschillende (onder)aannemers, moeten wegnemen. Het plaatsen van leuningwerk langs vloerranden is een van de meest sprekende voorbeelden.

De V en G-coordinator moet zich er vooraf van vergewissen welke aannemers gelijktijdig of kort na elkaar op een vloerveld werken en welke werkzaamheden zij moeten verrichten. Daaruit volgt een leuningsysteem, een planning en een afsprakenlijstje (wie brengt aan, breidt uit, houdt in stand, demonteert).

De ervaring leert dat in situaties zoals beschreven vaak geen V en G-plan is gemaakt; of het is wel gemaakt maar laat te veel in het midden. De bouwkundige aannemer kan in zo’n geval eveneens een bestuurlijke boete tegemoetzien.

Aannemer bepaalt

De bouwkundige aannemer bepaalt, als hoofdaannemer, in feite of dit soort onveilige situaties wel of niet voorkomen. Hij heeft het gezag om het te verbieden. Dit is mogelijk op grond van het contract met de betreffende onderaannemer(s) en de UAV. Beide zijn gebonden aan de Nederlandse wetgeving, die gewoon moet worden nageleefd.

Maar als de bouwkundige aannemer verstandig is laat hij het niet zover komen en overlegt hij tijdig met de betrokken onderaannemers over werkmethoden, beveiligingsmaatregelen en planning. Er kan dan worden bepaald of de betreffende werkzaamheden, op een moment dat de bouw goed is beveiligd, met andere kunnen meelopen.

Han Knegt

Aboma+Keboma

Reageer op dit artikel