nieuws

Impulsieve aankopen maken Van der Most miljonair ‘Nieuwbouw is onbetaalbaar, daar ga je op failliet’

bouwbreed Premium

kalkar – Het gaat goed met Henny van der Most. De realisering van wat hij zijn liefdesbaby noemt, ‘Kernwasser Wunderland’ in het Duitse Kalkar, vordert en dat maakt hem een tevreden mens. Dat is wel eens anders geweest. Bijvoorbeeld toen hij zijn zeggenschap over ‘de Bonte Wever’ dreigde kwijt te raken. “Ik mocht niet eens meer zwemmen in mijn eigen zwembad.” Een gesprek met een eigenzinnige zakenman. “Uiteindelijk gebeurt het toch zoals ik het wil.”

Hij oogt vriendelijk en is dat ook. Links en rechts deelt hij een groet uit aan gasten die in het restaurant van Kernwasser Wunderland het ontbijt nuttigen. “Smaakt het?”, vraagt hij aan een echtpaar dat bijna glunderend ja-knikt. Een mompelend “mooi zo” en Van der Most is alweer voorbij. “Dit vind ik nu het belangrijkste”, zegt hij, “tevreden gezichten, want dat betekent dat het goed gaat. Mond-tot-mondreclame, daar moet ik het namelijk van hebben.”

De eens zo omstreden kerncentrale in Kalkar wordt omgetoverd tot amusementspark. Op de koeltoren prijkt al een berglandschap, waarlangs waaghalzen straks omhoogklauteren. Attracties als zweef- en draaimolens staan te wachten op bezoekers.

Kleedhokjes

Volgende maand opent het 450 kamers tellende hotel. Diverse restaurants, waaronder een steakhouse en een kiprestaurant, zijn klaar. Ook de tennisbanen en het aanpalende sportcomplex liggen er uitnodigend bij. “Onderdeel van de centrale waren vijfhonderd kleedhokjes. Uiteraard spiksplinternieuw, hoefde ik niets aan te doen. Het ligt dan voor de hand om een sportvoorziening te realiseren.”

Optimaal gebruikmaken van de bestaande voorzieningen. Het vormt de basis voor het succes van Van der Most. Immers, zijn paradepaardjes als De Bonte Wever, Speelstad Oranje en Preston Palace zijn allemaal in oude fabrieksgebouwen en een voormalig ziekenhuis gerealiseerd. “Nieuwbouw”, zo benadrukt hij, “is onbetaalbaar daar ga je als bedrijf op failliet. Vandaar dat er ook nog geen tweede Bonte Wever of Preston Palace is.”

Het levensverhaal van Henny van der Most leent zich uitstekend als onderwerp voor een spannend jongensboek. Immers, de jongen Van der Most maakt zijn schoolopleiding niet af en lijkt meer iemand van twaalf ambachten, dertien ongelukken. “Ik heb zoveel baantjes gehad. Totdat ik op een gegeven moment zoiets had van: ik ga voor mezelf beginnen.”

Op 24-jarige leeftijd doet hij dat met een handel in bruikbaar ijzer. “Een prachttijd”, zegt hij, terugkijkend op deze periode. Bij de aanleg van viaducten koopt hij afvalijzer op om het vervolgens aan elkaar te lassen en weer te verkopen.

Het lucratieve handeltje legt hem geen windeieren. Van der Most raakt, zoals dat heet, in goeden doen en laat achter zijn huis een zwembad aanleggen. “Je kent dat wel: barretje en saunaatje erbij, hartstikke leuk.” Dat vinden de buren van de ondernemer ook. In toenemende mate zijn ook zij in het bad te vinden. Niet voor niks natuurlijk, want de gewiekste zakenman ziet hierin een uitstekende mogelijkheid om iets te verdienen.

‘Ogen open’

Het verhaal over het goedlopende zwembad bereikt ook de burelen van het stadhuis van Hardenberg. De gemeenteambtenaren kunnen er niet om lachen. De uitspanning is in strijd met het bestemmingsplan en Van der Most moet zijn bijverdienste sluiten. Daarmee lijkt de carriere van Van der Most in de horeca een vroege dood te sterven. “Ach, ik had mijn handel, maar hield mijn ogen open.”

Geluk of stom toeval, hij weet het niet precies, maar begin jaren tachtig koopt hij in een impulsieve bui de hallen van de voormalige weverij in Slagharen. “Ik zag hierin direct mogelijkheden.” Overigens zijn al zijn aankopen impulsief gedaan. “Ga je er lang over nadenken, dan ga je twijfelen. Als ik zie tegen welke problemen we vaak aanlopen. Weet je dat van tevoren, dan begin je er nooit aan.”

De realisering van het vermaakcentrum ‘De Bonte Wever’ vormt het begin van het imperium Van der Most. Steeds loopt de zakenman ergens tegenaan, of het nu een watertoren is of een oude aardappelfabriek. “Ik zie vrij snel of een hal of complex iets in zich heeft. Fingerspitzengefuhl. Ik kan dat niet uitleggen.”

Vaatwasmachine

Dat gevoel heeft hij ook bij de koop van het Prinses Irene Ziekenhuis in Almelo. “Ik ging daar naartoe omdat we voor de Bonte Wever een grotere vaatwasmachine nodig hadden. Ik liep door het ziekenhuis en dacht: ‘dit moet ik hebben’.” Hij zag meteen voor zich hoe hij het ziekenhuis tot een uitgaanscentrum kon ombouwen.

Plotsklaps betrekt zijn gezicht. Immers, de aankoop van het ziekenhuis valt tegelijk met de realisering van De Bonte Wever. Het koopgedrag van ijzerhandelaar Van der Most maakt de banken nerveus. “Het management van De Bonte Wever wilde mij in die periode kwijt. Ze hadden hele andere ideeen dan ik, dat botste.”

Een moeilijke tijd volgt. Van der Most, gewend om de dag met een baantje zwemmen in De Bonte Wever te beginnen, krijgt te horen dat hij niet meer welkom is. Hij moet zijn handen van het bedrijf aftrekken en zich maar met Preston Palace gaan bezighouden. Maar het management faalt. Van der Most moet terug naar Slagharen om De Bonte Wever vlot te trekken. “Ik heb er schoon schip gemaakt, maar koester sindsdien wel een gezond wantrouwen jegens managers.”

Touwtjes

Van der Most houdt nu dan ook zelf de touwtjes strak in handen. Hij regelt, beslist en financiert zoveel mogelijk alles zelf. “Ik bouw het langzaam maar zeker op. Feitelijk bepaalt mijn cash

flow het tempo.”

Zo ook in Kalkar, waar hij vele dagen van de week te vinden is. Tijdens een rondje langs het werk ziet hij in een oogopslag of een gemetseld muurtje recht staat. “Ik heb wel eens wat laten afbreken, hoor. Het moet perfect zijn.” Hij werkt met zowel Duitse als Nederlandse aannemers, maar noemt het werk van de oosterburen grondiger. “Ze werken langzamer, maar het is vaak net een stukje beter.”

Een grote groep mensen met bouwhelm op komt terug van een rondje kerncentrale. De belangstelling voor deze rondleidingen is enorm. “Het verlichten van de centrale kost mij duizend gulden per dag. Dat brengen die excursies niet op. Maar daar gaat het niet om. Al die mensen zien dat hier iets fantastisch aan de hand is en komen zeker terug als het klaar is. Zie het als een goede reclame”, zegt hij met pretlichtjes in zijn ogen.

Henny van der Most in een draaimolen van Kernwasser Wunderland, met op de achtergrond de toekomstige klimtoren. “Ik zie vrij snel of een hal of complex iets in zich heeft. Fingerspitzengefuhl. Ik kan dat niet uitleggen.”

Reageer op dit artikel