nieuws

Tweehonderd nieuwe daken voor Kosovo Midden tussen de nog rokende puinhopen begint de wederopbouw

bouwbreed Premium

Vervolg van pagina 1 peja/hilversum – Aedes, de landelijke vereniging van woningcorporaties, ontdekte dat het plaatsen van noodhuisjes in Kosovo totaal geen nut had. De Kosovaren blijken meer geholpen met de restauratie van hun eigen huizen, of wat daar nog van over is.

Aedes wilde noodhuisjes – een soort strandhuisjes – in Kosovo plaatsen. Maar de meeste steden hebben ze helemaal niet nodig. Veel Kosovaren zijn al teruggekeerd naar hun eigen – soms zwaar beschadigde – huizen. Ook in plaatsen als Pristina, Prizen en Dakovica zouden de huisjes weinig nut hebben. Daar zijn relatief weinig huizen vernietigd.

Aedes kreeg daarentegen het advies in Peja te gaan kijken. Die stad is voor de helft met de grond gelijk gemaakt. Een plaats waar voor de oorlog dertigduizend huizen stonden, waarin honderdduizend mensen woonden. De bevolking vluchtte massaal met de komst van de Serviers. De plaats veranderde in een spookstad.

Korzelius stak lopend de grens met Macedonie over op weg naar Peja. Met in zijn koffertje 28.000 Duitse mark om de eerste betalingen meteen te kunnen voldoen. Bij banken kun je op dit moment nog niet terecht.

File

“Je weet niet wat je meemaakt. Er stond ruim vijfentwintig kilometer file bij de douanepost. Opeengepakte vrachtwagens vol hulpgoederen, die strandden omdat de Macedonische grenswachters niet bereid waren een poot uit te steken. Wij zijn naar Skopje gevlogen en met een taxi tot aan de grens gereden. Die zijn we lopend overgestoken. Zowel de heen- als de terugweg heeft niemand me zelfs maar naar mijn paspoort gevraagd. Heel surrealistisch.”

Inmiddels zijn 65.000 Kosovaren teruggekeerd in Peja. “Vuil wordt niet opgehaald, er is geen telefoon, geen politie of brandweer, maar er is wel elektriciteit en water.” Desondanks heeft Korzelius zich geen moment onveilig gevoeld. “Ik ben onder de indruk geraakt van de veerkracht van de mensen. De bereidheid om elkaar te helpen. De moskee is vernietigd, maar de eerste marktkraampjes op het plein ervoor staan alweer uitgestald. Je ziet de stad weer groeien en tot leven komen.”

Veel teruggekeerde bewoners bivakkeren zo goed en kwaad als het kan in half verwoeste huizen. “Het behoeft geen uitleg dat het geen pretje is letterlijk geen dak boven je hoofd te hebben bij regen en kou.”

Een dak van honderd vierkante meter kan worden hersteld met zesduizend Duitse mark aan hout, dakpannen en arbeidsloon.

Korzelius had het rekensommetje snel gemaakt. De noodhuisjes kosten vierduizend Duitse mark, een nieuw dak op een bestaand huis kost tweeduizend mark meer.

Flarden

De inventarisatie was al keurig gedaan door internationale hulporganisaties. Aedes richt zich op de bouw van zevenduizend meerlaagse woonhuizen waarvan de begane grond nog in redelijke staat verkeert. De constructie staat nog overeind, maar het dak is aan flarden.

De eerste dagen ging Korzelius op zoek naar bouwmateriaal. Ook voerde hij overleg met het gemeentebestuur van Peja en twee plaatselijke hulporganisaties. Afgelopen zondag vond de aanbesteding plaats.

Drie plaatselijke aannemers zijn maandag aan de slag gegaan met drie verschillende huizen. “De komende weken hopen we het werk op te voeren tot 25 daken per week.”

Het bleek geen enkel probleem goed bouwmateriaal te vinden. Ook de prijzen voor dakpannen en hout waren nog vooroorlogs. “Misschien komt het omdat we zo snel zijn en nog nauwelijks is begonnen met de feitelijke wederopbouw. Over een halfjaar kan het wel helemaal anders zijn.”

Gloeiende plaat

Aedes heeft ruim anderhalf miljoen gulden te besteden in Kosovo. Daarvan wordt elk dubbeltje drie keer omgekeerd, maar het blijft een druppel op een gloeiende plaat benadrukt Korzelius. In totaal zal het bedrag opgaan aan zo’n tweehonderd nieuwe daken.

Hij hoopt het project nog verder uit te breiden met geld van de organisatie Mensen in nood. De gesprekken daarover lopen echter nog. Verder heeft hij weinig goede woorden over voor de NGO’s (Niet Gouvermentele Organisaties). “Als mieren struikelen de hulporganisaties over elkaar heen. Alleen al in Peja streken dertig verschillende organisaties neer. Ik kreeg van de UNHCR een lange lijst met afkortingen. Ze rijden rond in witte 4-wheel-drives met hun antennes en pasjes, maar maken weinig klaar. Het heeft meer weg van landjepik onderling dan dat er werkelijk iets wordt aangepakt. Ontluisterend.”

Reageer op dit artikel