nieuws

Bezwaren tegen gasboringen in Waddenzee technisch weerlegd

bouwbreed Premium

Natuurliefhebbers hebben niks te vrezen van gasboringen in de Waddenzee, stelt ir. K. Boorsma. Hij voert daarvoor een nieuwe, geotechnische verklaring aan voor de afnemende zettingen bij Slochteren en het gasveld bij Roswinkel.

Gaswinning leidt als regel tot bodemdaling, maar niet altijd. De eerste prognoses, veertig, dertig jaar geleden, blijken aanzienlijke afwijkingen te vertonen. Het valt mee. De invloed van gasboringen op de bodemdaling neemt af. De meest recente studie ‘Integrale bodemdaling Waddenzee’ schat de maximale eindzetting in 2050 op 36 centimeter in de omgeving van Slochteren, en nul centimeter bij Roswinkel.

Ir. K. Boorsma van het gelijknamige ingenieursbureau in Drachten legt een verband tussen de gunstige prognose voor Roswinkel en de trillingen die tijdens boringen in dit gebied zijn geregistreerd.

Boorsma vergelijkt de veranderingen in de bodem van het Roswinkelerveld met de uitlevering bij het ontgraven en weer dicht gooien van een kuil met dezelfde grond. Wie dat doet, merkt dat er een residu ontstaat van tien tot twintig procent grond. Bij een kuil van een meter diep stijgt het maaiveld met tien a twintig centimeter. Met aftrillen kan deze uitlevering worden beperkt, maar niet volledig teniet worden gedaan.

IJstijden

Om te begrijpen wat er bij gasboringen in de bodem van Roswinkel gebeurt, gaat Boorsma uitvoerig in op de afzetting van zand en klei in de afgelopen twee miljoen jaar.

“Vanaf Roswinkel naar Groningen, Lemmer, Den Helder neemt de dikte van het pleistocene pakket toe van 200 meter tot respectievelijk 300, 500 en 600 meter. Bovenop het eigen gewicht van een honderden meters dik grondpakket is het pleistoceen ten noorden van de lijn Arnhem-Amsterdam in de verschillende, opeenvolgende ijstijden ook belast geweest met een vaak honderden meters dik ijspakket. (200 meter dik ijs betekent 200 ton/m2 = 20 kg/cm2 = 200 N/cm2). Ter vergelijking: een gebouw van 100 meter hoog geeft een belasting van circa 40 ton/m2 = 4 kg/cm2 = 40 N/cm2 aan de onderkant van het fundament.”

Onder druk van de gletsjers zijn de kwartaire zand- en kleilagen in extreme mate samengeperst, vervolgt Boorsma zijn betoog. De grond is horizontaal opgespannen omdat horizontale vervormingen niet mogelijk zijn. Na het smelten van de ijskap bleef de invloed van de belasting elastisch geconserveerd in het korrelcontact (korrelskelet). De korrels zullen echter “iedere kans aangrijpen” om in beweging te komen, komt Boorsma tot de kern van zijn redenering. De trillingen die bij gaswinning kunnen optreden, bieden de korrels die kans. Door de opheffing van de geologisch geconserveerde elasticiteit van de ondergrond neemt het volume van het korrelskelet toe en gaat het maaiveld relatief omhoog.

Het lijkt een beetje op het fenomeen uitlevering, aldus Boorsma. Bij een grondoppervlakte van een vierkante meter en tweehonderd meter diepte zou het maaiveld theoretisch twintig a veertig meter omhoog kunnen komen.

Een soortgelijke reactie verklaart volgens hem ook dat in geologisch voorbelaste gebieden (Noord-Nederland) de sondeerweerstand significant afneemt onder invloed van geinduceerde activiteiten in de ondergrond.

Emoties

In de discussie over de voorgenomen gasboring in de Waddenzee overheersen de emoties. Ten koste van technische argumenten. Boorsma mist een evaluatie van de verwachte bodemdalingen zoals die in de jaren zestig en zeventig in het tijdschrift Intermediair zijn gepubliceerd. In die tijd was men daarover veel somberder dan nu door recente NAM-studies wordt gemeten. De verklaring die Boorsma geeft voor de afnemende invloed van de gaswinning op bodemdaling ontbreekt in de actuele, politieke beschouwingen.

In de toekomst zou de geologisch geconserveerde elasticiteit in het pleistoceen ten noorden van de lijn Arnhem- Amsterdam wel eens goed van pas kunnen komen, meent Boorsma. Hij denkt aan het opkrikken van het maaiveld om het hoofd te bieden aan zeespiegelrijzing. Of aan het opwerken van de Noordzeebodem voor de bouw van Noordzee-eilanden. In plaats van opspuiten en baggertechnieken, zoals bij de Maasvlakte en Europoort, zoekt Boorsma de oplossing in varianten op de methodiek van Ruttelverfahren en de vibromethode. Afhankelijk van de in de pleistocene ondergrond ingebrachte energie kan het maaiveld of de zeebodem tot tientallen meters worden opgewerkt.

Dolf Dukker,

redacteur Cobouw

Volume van korrelskelet neemt toe door trillingen in pleistocene ondergrond

Reageer op dit artikel