nieuws

Hilversumse Snelliusschool in ere hersteld De eerste huurders trekken er eerdaags in

bouwbreed Premium

hilversum – Gemeente-architect Willem Marinus Dudok liet zijn stad een rijke erfenis na. Maar liefst 84 kroonjuweeltjes waarvan het Hilversumse raadhuis ongetwijfeld de meeste furore verwierf. Een gebouw met identieke kenmerken, eveneens in de jaren dertig door Dudok gerealiseerd, is de Snelliusschool. Een complex dat momenteel een ingrijpende restauratie ondergaat.

Net als bij de restauratie van het raadhuis heeft Van Hoogevest Architecten ook ditmaal de touwtjes in handen.

Het Amersfoortse architectenbureau kreeg in 1996 al opdracht van de gemeente om voor vier Hilversumse scholen van Dudok een restauratieplan op te stellen. De restauratie van de Nienke van Hichtumschool kwam het eerst aan bod. “Nadat we de school aan woningstichting Dudok verkochten met de verplichting het gebouw te restaureren, ging het balletje rollen”, legt Arie den Dikken van monumentenzorg uit.

De Snelliusschool was tot voor kort als conservatorium in gebruik. Totdat eigenaar de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten de school onlangs aan vier particulieren verkocht.

Rigoureus

Door bemiddeling van de gemeente en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg zegde het Nationaal Restauratiefonds de nieuwe eigenaren een lening toe tegen het voordelige rentepercentage van een procent. Hierdoor kon ook de Snelliusschool worden gerestaureerd.

Nauwelijks zes maanden later is zowel de buitengevel, de entreehal als de bovenverdieping rigoureus onder handen genomen. De eerste huurders willen de bovenverdieping begin juli betrekken.

Kantoor

Het Hilversumse bouwbedrijf Pellikaan dat met de restauratie is belast, staat dan ook flink onder druk. “We gingen er aanvankelijk vanuit dat de school een school zou blijven”, legt opzichter Ronald Veltman van Van Hoogevest uit. “Nu het gebouw een kantoorbestemming krijgt, brengen de nieuwe bewoners een berg computers mee. Dat betekent dat je heel wat meer kabels moet wegwerken.”

Monumentenzorg is nauw bij de restauratie betrokken. Ze staat er op dat de oorspronkelijke structuur van het gebouw zoveel mogelijk gehandhaafd blijft. Niettemin zijn onder druk van de toekomstige huurders concessies gedaan. Zo zijn twee lokalen van tussenwanden voorzien. Weliswaar in een lichtere tint om de toevoeging te accentueren. In een ander lokaal is op verzoek van de nieuwe bewoners een entresol aangebracht. De constructie hangt aan de stalen vakwerkliggers van het dak en laat de aangrenzende muren vrij.

Ook hier is het duidelijk dat het om een toevoeging gaat. De vroegere klaslokalen waar opnieuw bollampen in jaren dertig stijl de plafonds sieren, zijn nog duidelijk herkenbaar.

Toen de Snelliusschool nog als conservatorium fungeerde, was die herkenbaarheid soms ver te zoeken. Teneinde de akoestiek te verbeteren, waren diverse lokalen als studio ingericht.

Typische Dudok-tinten, betegelde kolommen, tegelvloeren en stucwerk gingen schuil achter voorzetwanden, systeemplaten en vloerbedekking. Veltman vertelt dat de tegels in de gangen gelukkig hard bleken te zijn. Hierdoor konden deze, nadat de vloerbedekking was verwijderd, gemakkelijk worden schoongestraald.

Kapotte tegels worden tijdens de restauratie waar mogelijk met kunstharsmortel hersteld of door Kon. Makkumer Tegels nagemaakt. Zelfs het aanbrengen van spikkels of craquele behoort volgens de projectleider tegenwoordig tot de mogelijkheden.

Dudok had de gewoonte storende elementen zoveel mogelijk weg te werken. Het regenwater van het dak werd binnendoor via regenpijpen afgevoerd. Omdat ze in de loop der jaren verstopt zijn geraakt, werden nieuwe regenpijpen aan de gevels gemonteerd. Ook hier heeft Pellikaan de oorspronkelijke situatie in ere hersteld.

Kopzorgen

Heeft het bouwbedrijf aan het interieur van de school de handen vol, ook de buitengevel baart Veltman regelmatig flinke kopzorgen. Het hoogste punt (de schoorsteen) was waarschijnlijk eerder gevierd als er niet een enorme scheur in de schoorsteen was ontdekt. “De kop bleek dermate aangetast dat we hem volledig moesten vervangen. Van tevoren was dat niet vast te stellen.”

Ook de voor Dudok zo karakteristieke lange metselvlakken verkeerden in slechte staat. Als gevolg van koude en warmtewerking was de buitengevel gescheurd en op een aantal plaatsen losgelaten. De rode baksteen boven de glaswand van de fraaie halfronde entreehal moest geheel worden vernieuwd. Om het euvel niet weer krijgen, is de oude muur door een vrijstaande gevel vervangen die met spouwankers aan de binnenmuur is bevestigd.

Op de meeste plekken valt de restauratie nauwelijks op. Alleen daar waar de nieuwe verblendsteen niet doorloopt tot een inwendige hoek valt enig verschil te bespeuren.

Ondanks alle tegenslagen zou Veltman het restauratiewerk niet graag voor nieuwbouw verruilen. Ook bij de restauratie van het raadhuis was hij nauw betrokken. Hij vertelt dat veel kennis die bij dat project is opgedaan ook op de Snelliusschool toepasbaar is.

“Het leuke is dat we ook hier de door Dudok gemaakte tekeningen kunnen gebruiken. Veel oude detailleringen zijn daarop terug te vinden.”

Het juweeltje in wording baart wat kopzorgen, maar opzichter Veltman had het restauratiewerk van de oude Snelliusschool niet graag willen verruilen voor nieuwbouw.

Reageer op dit artikel