nieuws

Kansen genoeg voor kleine aannemer

bouwbreed Premium

Het lijkt steengoed te gaan met de bouw in Brabant. “De bouwnijverheid in Noord-Brabant kan terugkijken op een zeer goed jaar. De nominale omzet groeide in 1998 met 5,7 procent, tegen 3,9 procent in 1997. Het landelijk gemiddelde (+ 3,9 procent) blijft duidelijk achter bij Brabant.” Zo meldt het Erbo-rapport ‘Het bedrijfsleven in Noord-Brabant 1998-1999’.

En niet alleen de omzetontwikkelingen wijzen de goede kant op. “Bijna tweederde van de bouwbedrijven heeft in 1998 geinvesteerd. Dit percentage ligt aanzienlijk hoger dan in 1997, toen 58 procent van de bedrijven een investering pleegde.”

Erbo staat voor Enquete Regionale Bedrijfsontwikkeling. Een jaarlijks terugkerend onderzoek naar de ontwikkeling van het regionale bedrijfsleven, waaraan alle Kamers van Koophandel in Nederland meewerken.

Afgaande op omzetgroei en investeringen lijkt het dus steengoed te gaan in de Brabantse bouw, maar de werkelijkheid is genuanceerder. De lucht is blauw, maar aan de horizon dreigt een wolkenhemel.

Een van de problemen waarover de kleine en middelgrote aannemers in Noord-Brabant zich het hoofd breken is de concurrentie van de grote landelijk opererende bedrijven. Deze kopen grondposities en zijn vervolgens voor de gemeenten de aangewezen partners om Vinex-wijken te realiseren. Daarmee drukken ze de kleintjes uit de markt. Deze ontwikkeling speelt natuurlijk niet alleen in Brabant, maar overal waar Vinex-wijken verrijzen.

Een belangrijk verschil met andere streken is dat nu juist in Noord-Brabant het midden- en kleinbedrijf ijzersterk vertegenwoordigd is en dat zullen de ‘big boys’ weten!

Diverse aannemers hebben inmiddels de koppen bij elkaar gestoken en plannen gesmeed om een vuist te maken tegen de landelijk opererende molochs.

Het principe is eenvoudig: een groep bedrijven, die afzonderlijk van elkaar een maatje te klein zijn om de concurrentie aan te kunnen, vormt een cluster dat sterker staat tegenover landelijk concurrerende projectontwikkelaars en aannemers.

Samenwerking

Een fraai voorbeeld hiervan is Triborgh Bouwontwikkeling, een ontwikkelingsmaatschappij die tot doel heeft om in samenwerking met de gemeente het binnenstedelijk gebied van Tilburg te herontwikkelen. Het initiatief wordt gedragen door aannemers, corporaties en een projectmanagementbureau.

De onderneming heeft goede kans van slagen, want het gemeentebestuur wil de komende jaren minder bouwen rond de stad Tilburg maar daarentegen juist meer aandacht besteden aan nieuwbouw binnen de stadsgrenzen. Dit betekent concreet dat op verschillende plaatsen binnen Tilburg, onder meer in het stationsgebied, sloop en nieuwbouw zal plaatsvinden. Het gaat er dus niet om hier en daar een paar huizen te slopen en er nieuwbouw voor terug te brengen, ‘pleisters plakken’. Nee, het gaat om grootschalige sloop en nieuwbouw binnen de stad.

Volgens de initiatiefnemers een karwei dat je beter kunt overlaten aan aannemers die de stad kennen en die, indien noodzakelijk, direct aanspreekbaar zijn voor het gemeentebestuur.

Maar ondanks dergelijke initiatieven zijn de vooruitzichten voor 1999 niet best. Erbo constateert dat de meeste ondernemers weinig vertrouwen hebben in de toekomst. “Zowel ten aanzien van de omzet, de investeringen als de werkgelegenheid is het aandeel ondernemers dat komend jaar een stijging denkt te realiseren lager dan een jaar eerder.”

Als we naar de ontwikkelingen binnen Brabant kijken is dat pessimisme begrijpelijk. Want niet alleen hebben de kleine en middelgrote aannemers veel te duchten van de concurrentie van de landelijke ondernemers, ze worden nog eens extra in een hoek gedreven omdat provincie en rijk woningbouw vooral willen concentreren rond de grote steden. De kleine gemeenten worden onder druk gezet om minder te bouwen, terwijl juist daar werk is voor het midden- en kleinbedrijf.

Een onoplosbaar probleem? Dat hoeft niet. Vanuit het NVOB gaan stemmen op dat de middelgrote en kleine bouwers zich meer moeten toeleggen op grootschalige verbouwingen en renovatieprojecten. Daarbij zouden de ondernemers niet passief moeten wachten totdat ze werk aangeboden krijgen, maar actief de boer op moeten gaan en hun diensten aanbieden.

Ook een uitbreiding van het aantal kantoorterreinen zou de sombere vooruitzichten voor de bouwnijverheid aanzienlijk kunnen verbeteren. Volgens het NVOB Midden-Brabant is er voldoende vraag naar kantoorruimte, maar worden er te weinig kantoorpanden gebouwd. Erbo bevestigt dit.

Voortvarend

Leggen we de sombere verwachtingen en de mogelijkheden om die het hoofd te bieden naast elkaar dan ontstaat het beeld van een weegschaal die in balans is. Tegenover slechte vooruitzichten staan evenveel kansen om de bouwnijverheid weer in het gareel te krijgen. Men zou bijna tot de conclusie komen: het kan vriezen, het kan dooien. Maar zo’n gevolgtrekking is natuurlijk een grove simplificatie van de werkelijkheid. Immers: het weer is niet te beinvloeden, maar bedrijfsresultaten zijn dat wel. Het is aan de Brabantse ondernemers om de geboden kansen zodanig te benutten dat problemen uit de wereld worden geholpen. Of dat lukt, zal de tijd leren. Maar gezien de voortvarende manier waarop de Brabanders zich afzetten tegen de concurrentie van landelijk opererende ‘big boys’ neigt de balans door te slaan in het voordeel van de Brabantse aannemerij.

Reageer op dit artikel