nieuws

A.J. Kropholler met het Raadhuis in Medemblik (1940-1942)

bouwbreed Premium

Bouwkunst als ruimtezang, bouwkunst als tijdzang, bouwkunst als zang der oorzakelijkheid. Zo luiden de drie hoofdstuktitels uit het boek Over bouwstijl vroeger en nu van Alexander Jacobus Kropholler (1881-1973). Als men vervolgens zijn oeuvrelijst erbij betrekt, gedomineerd door raadhuizen, kerken en kloosters en publicaties in het R.K. Bouwblad, wordt het duidelijk dat we hier met een traditioneel georienteerde architect van doen hebben. In de jaren dertig realiseert Kropholler behalve het ternauwernood aan snode uitbreidingsplannen ontkomen Van Abbemuseum in Eindhoven, een serie raadhuizen in Noordwijkerhout, Waalwijk, Wateringen, Leidschendam, Asten, Medemblik, Grou en Arcen en doet hij mee aan prijsvragen voor de stadhuizen van Leiden, Den Haag, Haarlem, Eindhoven en Amsterdam.

De gerealiseerde raadhuizen zijn varianten op een basistype met trapgevel, schuine kap, bakstenen gevels en monumentale entree. Kropholler stelt dat ‘het steile dak met trapgevel, de hooge stoep vanwaar toespraken kunnen worden gehouden, steenen kruiskozijnen en in ’t front een flink gebeeldhouwd gemeentewapen (…) den beschouwer duidelijk maken, dat dit raadhuis niet voor een volksstam op de Fidje-eilanden (sic!), maar voor een Nederlandsche gemeente bestemd is.’

Het raadhuis van Medemblik wordt vaak gemakshalve als conservatief symbool gezien ten opzichte van het er vlakbij gelegen tien jaar oudere gemaal Lely van architect Roosenburg met zijn witgepleisterde gevels en strakke, hoekige vormen. Maar is deze tegenstelling tussen modern en traditioneel wel zo simpel? Het gemaal is dan wel witgepleisterd, maar het gebouw is symmetrisch en de gevels zitten vol decoratieve accenten.

De raadhuizen van Kropholler zijn door hun rationele systematiek in zekere zin modern; Kropholler varieert op het archetype van het Hollandse raadhuis. Zijn zware, Romaanse vormen, typisch Nederlandse bouwmaterialen en zijn rationele architectuur zijn in bepaald opzicht ook een _ vooral uiterlijke _ voortzetting van het werk van Berlage, die gemakshalve door zijn vernieuwende inzichten en progressieve maatschappij-opvattingen vaak wordt ingelijfd als modernist, maar ook stond voor het eerlijke vakmanschap en het ambachtelijk zuivere detail.

Ter ere van Krophollers zeventigste verjaardag schrijft collega Koldewey dat ‘Krophollers werken tonen dat hij met een in de jaren steeds toenemende liefde en hartstocht heeft gezocht naar grootsheid, dwars tegen de Nederlandse kleinburgerlijkheid in. (…) Door Berlage ingezet bij zijn Beursgebouw, is het zoeken naar een totaliteit van grootse schaal een van de typische trekken van het huidige architectuurstreven, waarbij Kropholler voorop staat en zelfs zijn uiterste tegenvoeters de Nieuw-zakelijken moeten in hem in de strijd tegen het kleine een voortrekker zien.’

Reageer op dit artikel