nieuws

De doordrukpaal

bouwbreed Premium

Een funderingspaal met losse voet die goed steun vindt en toch gemakkelijk door zware bodemlagen drukt. Nico Reus van het gelijknamige funderingsbedrijf uit Oosthuizen bedacht hem. De gesloten voet maakt bovendien een check op de sondering mogelijk, zodat zeker is dat de paal in de juiste zandlaag staat.

Octrooi

nummer 1005793

uitvinder: Nicolaas Vincentius Jozef Reus

plaats: Oosthuizen

Wie in Amsterdam of andere plaatsen met een slappe bodem een bouwwerk wil funderen, moet omzichtig te werk gaan. Een veel toegepaste methode is het ‘pulsen’. Dan pendelt binnen de stalen buis een kleinere buis met een klep op en neer, die de grond onder de paal los maakt en afvoert.

Probleem is alleen, volgens funderingsspecialist Nico Reus, dat je met pulsen de spanning en dus de draagkracht uit de grond wegneemt. Dat vergroot de kans op zetting van de grond en verzakking van de naburige panden. En dan zijn de rapen gaar.

Een grondverdringende paal heeft dat nadeel niet, maar die heeft weer het bezwaar dat die lastig door tussenliggende zandlagen gaat. Dat wil zeggen: met grof geweld van een heimachine gaat het wel, maar dan is het middel erger dan de kwaal.

Reus bedacht daarom een nieuwe paalvoet. Die gebruikt hij in combinatie met een in segmenten opgebouwde, grondverdringende paal die met een druk van 30 tot 80 ton de grond in wordt gedrukt. De NR-voet – de uitvinder gaf zijn initialen mee aan zijn geesteskind – is een losse buis, om het uiteinde van de eigenlijke paal. De verbreding aan het einde zorgt ervoor dat de voet goed steun vindt in de zandlaag.

Zodra de paal op een tussenliggende zandlaag stuit, wordt alleen de voet verder gedrukt. Die hoeft niet de hele paal achter zich aan te trekken, zodat betrekkelijk weinig kracht nodig is. Als de voet door de zandlaag heen is, wordt de buis er weer achteraan gedrukt.

Tijdens de hele operatie kan Reus een check op de sondering uitvoeren. Want de betekenis van z’n bodemonderzoek is heel plaatselijk, weet Reus uit ervaring. Het zou de eerste keer niet zijn dat hij de tweede zandlaag aan de voorkant van een Amsterdams grachtenpand aanboort op een diepte van 16,5 meter, terwijl hij in het achterhuis anderhalve meter dieper moet drukken. Het is een kwestie van goed zijn manometers in de gaten houden. Zodra die voldoende tegendruk signaleren, weet Reus dat hij in de goede zandlaag zit.

Met een open paal lukt dat niet. Daarom stoppen pulsers altijd op de door de sondering aangegeven diepte. Zonder te weten of ze nu in de bewuste laag zitten, erboven of misschien zelfs al er doorheen zijn. Eenmaal in de gewenste zandlaag aanbeland, zit het werk voor de innovatieve voet er nog niet op. Want die leent zich volgens de uitvinder uitstekend om een betonnen bol onderaan de paal te maken. Daarmee wordt de draagkracht verder vergroot.

Ook bij open palen wordt dat wel geprobeerd, maar Reus heeft zo zijn twijfels wat het onder druk aangebrachte beton onder zo’n paal doet. Hij heeft het vermoeden dat in de meeste gevallen een soort potloodpunt ontstaat. En dat levert geen extra steun op.

Het beton dat Reus onder druk naar de bodem van zijn paal voert, stuit op de losse voet en zal die wat vooruitdrukken. Door de tegendruk zal het beton naar de zijkant uitwijken en zo ontstaat de bol waar het Reus om te doen is. Althans, dat hoopt hij, want hij was nog niet in de gelegenheid een NR-paal te ontgraven. Evenmin als zijn concurrenten overigens. Wat daadwerkelijk onder de paal gebeurt blijft giswerk.

De losse voet aan het einde van de funderingspaal wordt gemakkelijk door tussenliggende zandlagen heen gedrukt. Eenmaal in de dragende laag wordt onder druk beton in de paal gebracht dat, als het goed is, bolvormig uithardt.

Reageer op dit artikel