nieuws

Kans voor bouwvakkers op werkloosheid neemt gestaag af

bouwbreed Premium

amsterdam – De kans om als bouwvakker werkloos te worden daalt gestaag. Die is het grootst in de grond-, water- en wegenbouw en het kleinst bij timmerlieden. Verder wordt de al lang voorspelde verschuiving van nieuwbouw naar renovatie en onderhoud zichtbaar. Een groeiend segment van het bouwplaatspersoneel is in die sector werkzaam.

Volgens ‘De bouwarbeidsmarkt in het najaar 1998’ van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) is de kans om werkloos te worden gedaald van twaalf procent in 1997 naar tien procent vorig jaar. Zonder timmerlieden, die vier procent kans op werklosheid hebben, zou het percentage vijftien zijn.

In de gww-sector is de kans het grootst met zesentwintig procent. Het EIB denkt dat dit hoge percentage vooral te wijten valt aan de winterwerkloosheid die in deze sector traditioneel hoog is. Ook regionaal is veel verschil in werkloosheid. In het noorden ligt de kans op zeventwintig procent tegen vier procent in het westen van het land.

Een geleidelijk toenemend deel van het bouwplaatspersoneel is werkzaam op onderhouds-, renovatie en verbouwingsprojecten. In 1995 was een kwart van de bouwvakkers in deze sector werkzaam tegen een derde in 1998.

Wellicht is dit een reden waarom ook het aantal werkenden toeneemt dat zegt dat werk een hoge mate van vakbekwaamheid, improvisatietalent en veel eigen initiatief vereist. Deze ontwikkeling is bij alle beroepsgroepen, ook de minder geschoolden, waar te nemen.

De scholingsgraad blijft de laatste jaren redelijk stabiel. Ongeveer zestig procent van de werkenden heeft geen vakopleiding. Ruim een kwart van heeft de primaire opleiding voltooid en bijna vijftien procent de secundaire opleiding.

Het netto-loon is vorig jaar met 3,5 procent gestegen. Het aantal bouwvakkers dat meer dan het cao-loon verdient is ten opzichte van 1997 marginaal gestegen en ligt rond zestig procent. De gemiddelde toeslag is veertien procent.

De gemiddelde leeftijd van bouwvakkers stijgt nog steeds gestaag. Die is nu ruim 37 jaar. Enkele jaren geleden lag die nog op 35. Het geeft aan dat de vergrijzing ook in de bouwvak doorzet en dat de instroom van jong bloed achterblijft.

Ongeveer een kwart van de werkenden is actief bij onderaannemersbedrijven. Metselaars werken relatief vaak bij onderaannemers, zestig procent. Vorig jaar lag dat percentage nog op vijftig procent. Werkenden beneden de 45 jaar werken iets meer bij onderaannemers, boven de 45 meer bij hoofdaannemers.

Bij die laatste groep is de bedrijfsbinding ook groter. Ongeveer zeventig procent van hen werkt al langer dan drie jaar bij hetzelfde bedrijf. Voor werkenden bij onderaannemers ligt dat percentage op 55 procent.

Reageer op dit artikel