nieuws

Het Oceanium en de lol van de techniek Oceanium leidt tot nieuw recyclingsysteem voor zeewater

bouwbreed Premium

rotterdam – Het Oceanium, de toekomstige nieuwe aanwinst van Diergaarde Blijdorp in Rotterdam, benadert zo goed mogelijk tien verschillende biotopen van de zee- en kustbewoners van Noord- en Zuid-Amerika. ”Dit stelt onder meer bijzondere eisen aan de kwaliteit en conditie van het water”, zegt projectmanager ir. Bob Kniese. ”Uiteindelijk heeft dit geleid tot een geheel nieuw ontwikkeld zeewaterrecyclingsysteem. Dat is de lol van de techniek.”

In het Oceanium zal zes miljoen liter zeewater circuleren. De kwaliteit moet hoog zijn en hoe gevoeliger de dieren die erin leven, hoe zuiverder het water moet zijn. Het Oceanium ligt niet aan de kust en dus is grootschalige verversing van zeewater (te) kostbaar.

”We hebben tevens een fiks aantal randvoorwaarden gesteld, zoals over de helderheid van het water. Als we de condities van een oceaan willen nabootsen, moeten we stikstof uit dat water weren. Vissen produceren ammoniak dat wordt omgezet in nitriet en later nitraat. Dat en andere vervuiling moeten eruit.”

”Uiteindelijk hebben we gekozen voor een systeem van 22 modules van dezelfde opbouw. Daarin behandelen we het water tot drie kwaliteitssoorten: van heel zuiver tot normaal zeewater. Zeezoogdieren bijvoorbeeld kunnen iets meer hebben, haaien zijn al wat gevoeliger en ongewervelden hebben absoluut zuiver water nodig.”

Eiwitafschuimers verwijderen met behulp van een beetje ozon 80 procent van de vervuiling, zo is de bedoeling. Ongeveer 20 procent wordt door biologische en zandpersfilters gezuiverd. Een klein deel vervuild zeewater gaat het riool in. De bedoeling is dat tot 2 tot 5 procent per maand te beperken.

”Dan gaat het altijd nog om 300 kuub per maand”, zegt Kniese. ”We willen dat water aanvoeren via de Schie/Schiekanaal en een pijpleiding van daar naar het Oceanium. Het zeewater zou eventueel kunnen komen uit ballast van lege tankers die Rotterdam aandoen.”

Vibraties

De waterbehandelingssystemen worden gekoppeld aan de energie-installaties om het ideale leefklimaat voor de dieren te bereiken. Een centraal computersysteem houdt het verloop van het proces in de gaten.

”Het is een gecompliceerd systeem geworden”, vertelt Kniese. ”Vissen kunnen over het algemeen geen trillingen en vibraties verdragen. Daarom hebben we elektromagnetische velden, geluid en dergelijke vermeden. Een tik tegen een ruit bijvoorbeeld heeft op een vis in het water het effect van een flinke stomp voor zijn kop, omdat water niet indeukbaar is. Met de plaats van de pompen, leidingen en dergelijke hebben we daarmee rekening gehouden.”

”We hebben”, vervolgt Kniese, ”gezocht naar vormen van energiebesparing, want het zal duidelijk zijn dat het Oceanium een flinke energiebehoefte heeft. Maar we hebben geen experimenten willen uitvoeren. We hebben beproefde en vooral betrouwbare systemen gekozen in een bijzondere samenhang. De systemen staan, met het oog op het belang van de dieren en planten, boven de grond. We moeten we er snel bij kunnen als er iets gebeurt.”

”We hebben ook niet gekozen voor warmte- en koudeopslag in de 1500 heipalen, al hebben we het wel even overwogen. Het hart van het binnenklimaatsysteem is een energieuitwisseling tussen de koude en warme bassins, die ongeveer op 50/50-basis zullen worden benut. Er komen vier warmte/koudepompen.

Biotoop

”We proberen de natuurlijke biotopen te benaderen. Het is duidelijk dat tussen de Falklandeilanden en het subtropische Cuba een temperatuurverschil bestaat met zes graden. Ook het publiek zal ‘ in iets mindere mate ‘Êdie temperatuurverschillen ervaren.”

”Dit alles willen we bereiken zonder deuren of kunststof gordijnen. Wel worden hier en daar luchtgordijnen aangebracht. Maar wie de logische route volgt, gaat natuurlijk ook min of meer geleidelijk van het koude noorden (of zuiden) naar de subtropen en

tropen”, legt Kniese uit.

Energiebehoefte

De ‘ computergestuurde ‘ vraag naar warmte of koude wordt mede bepaald door het aantal mensen in het gebouw. Dat is ook van invloed op de behoefte aan luchtverversing.

Het Oceanium haalt de overige energiebehoefte behalve uit fossiele energie ook van de wind en de zon. Een windmolen zorgt voor de watercirculatie in de waterpartij buiten het gebouw en een zonneboiler zorgt mede voor de heetwatervoorziening. Regenwater wordt opgevangen om planten te besproeien en de toiletten door te spoelen. ”We hebben een heleboel alternatieve energiemogelijkheden toegepast”, zegt Kniese, ”maar zonder revolutionair te zijn of voorop te lopen. We gingen steeds heel ver, maar als we voor de keuze kwamen tussen experiment en bewezen betrouwbaarheid, kozen we voor het laatste. Want al het leven in het Oceanium, dieren zowel als planten, is afhankelijk van de klimatologische omstandigheden die wij hebben geschapen.”

Het Oceanium ligt op het elf hectare grote uitbreiding van Blijdorp op het vroegere Roel Langerakpark.

Beton

sterk, waterdicht en glad

Het Oceanium is in feite een tamelijk gewoon’ gebouw dat is gebouwd rond een aantal bijzondere tanks. Elke tank vertegenwoordigt een eigen deel van de wondere onderwaterwereld, die Blijdorp wil laten zien.

”We hebben proeven uitgevoerd met DCC-beton”, zegt projectmanager Bob Kniese, ”dat zonder trilnaalden in de bekisting is aangebracht. Het zou gemakkelijker zijn geweest als we gewoon ruw beton met een laag coating hadden kunnen gebruiken.”

Het beton moest sterk, waterdicht en vooral zo glad mogelijk zijn. De wanden zijn 35 tot 40 centimeter dik. Er is voldoende dekking boven de bewapening om het zeewater geen kans te geven op de bewapening in te werken. Het beton krijgt een kleurcoat.

”Er zijn nogal bijzondere eisen aan het beton gesteld”, zegt Kniese. ”De kleurcoat moet voorkomen dat het beton verder uitloogt. Bij het uitlogen loopt de zuurgraad namelijk op en dan zou het biologisch evenwicht in de tanks worden verstoord, met het gevolg dat de vissen dood kunnen gaan. We hebben berekend dat het beton ongeveer drie maanden nodig heeft om uit te logen, waarna de filterinstallaties voor een evenwicht in het water kunnen zorgen. Hoe we dat doen, houden we nog even voor onszelf.”

”Dat het beton heel sterk moet zijn, is logisch als men bedenkt dat de tanks van fikse afmetingen zijn. Een haai bijvoorbeeld moet voldoende ruimte hebben om zijn specifieke patronen, de zogeheten glijpaden, te kunnen zwemmen. De betonnen wanden moeten, verdeeld over tien systemen, in totaal zes miljoen liter zeewater op hun plek houden.”

”We hebben voor zo glad mogelijk beton gekozen, omdat dit voor het beeld van het publiek het beste is. Bovendien willen we zo min mogelijk naden. Om een voorbeeld te geven: de achterwand van een bassin wordt volkomen egaal zwart gemaakt, om de oneindige diepte van de oceaan te laten beleven, terwijl de helderheid van het water tenminste 15 meter is. Daarbij kunnen we geen oneffenheden gebruiken.”

”De binnenkant van het gebouw wordt volkomen weggedecoreerd’. De vloeren worden zanderig of kleiachtig, koraalriffen worden aangelegd, deels met echt, deels met kunstkoraal, op sommige plekken zwemmen dieren onder de bezoeker door, op andere plekken over hem heen. De decoratie gebeurt door een gespecialiseerd Amerikaans bedrijf dat piepschuim, polyurethaan en spuitbeton gebruikt. Vorm en kleur moeten voor een niet van echt te onderscheiden natuurlijke omgeving zorgen.”

Projectteam en uitvoering

Het projectteam dat de bouw realiseert, bestaat uit projectmanager ir. B. Kniese, constructiebureau CAE uit Capelle aan den IJssel, adviesbureau Halmos uit Den Haag en architect Gerard Schroeder uit Overveen. Zij hebben het programma van eisen en het bestek gemaakt.

Aannemer is J.P. van Eesteren uit Rotterdam, die ook als hoofdaannemer voor de E- en W-werken en de liftinstallaties optreedt. Het projectteam heeft zelf heiwerk, landschapsinrichting en decorwerk aanbesteed. Het E-werk doet Alewijns uit Delft, het W-werk ULC uit Utrecht.

De liften komen van All-in, de waterbeheersingsinstallatie komen van IAT uit Engeland. De Amerikaanse bedrijven Reynolds en Manwarren zorgen voor respectievelijk het acrylaatwerk en de decoratie.

De decorglasruiten komen van Tetterode uit Voorthuizen, de keukeninstallatie komt via Vijverborg uit Breda, Brinkman uit ‘s-Gravenzande zorgt voor het plantenbeheerssysteem.

De totale aanneemsom bedraagt 70 miljoen gulden, waarvan alleen al 8 miljoen aan het waterbeheersingssysteem wordt besteed.

Reageer op dit artikel