nieuws

‘Dit moet een olievlek van positieve ervaringen vormen’

bouwbreed Premium

waddinxveen – Eigenlijk is het veel te mooi weer om binnen te zitten. Toch is het restaurant van Opleidingscentrum SVS in Waddinxveen om kwart voor negen ’s morgens al afgeladen met zo’n vijftig schilders. Op hun vrije zaterdag willen zij ‘anders’ leren schilderen.

“Natuurlijk, het is ook goed voor het milieu. Maar vooral voor jouw gezondheid, daar gaat het om. Vandaag willen we iedereen in vier verschillende workshops laten werken met allerlei watergedragen producten. Vanaf 1 januari mogen we binnen alleen nog met dat soort oplosmiddel-arme producten werken en daar moet je je op voorbereiden. Je moet er wel de tijd voor nemen, maar dat is normaal: de eerste deur die je met traditionele alkydharsverf schilderde zag er ook een stuk minder uit dan de dertigste.”

SVS-docent Jan van Kalkeren houdt zijn inleiding kort en simpel, zodat zelfs mensen die al enigszins lijden aan het Organisch Psycho Syndroom (OPS) alles kunnen volgen: “Elke workshop duurt een uur, daarna is er een kwartier pauze. We hebben liever niet dat jullie allemaal door elkaar gaan lopen; je instructeur neemt je straks wel mee naar het juiste lokaal. Daar mag je niet roken, dat mag alleen hier in het restaurant. Als je niet meer weet waar je moet zijn, hangt op de deur van elk lokaal het programma van vandaag.”

Voor alle zekerheid hangt het dagprogramma ook aan het koffieapparaat. De sfeer is goed en in een mum van tijd heeft iedereen zich omgekleed. Helaas heb ik geen witte sweater met bedrijfslogo, maar een witte labjas met verfvlekken moet voldoende zijn.

Te snel

Tijdens de workshops is het enthousiasme van de schilders aanstekelijk, maar van enige baldadigheid of OPS valt de hele dag niets te merken. Aan de andere kant schijnt ook niemand zich te storen aan de manier waarop we worden toegesproken, dus blijkbaar treffen de inleiders de juiste toon.

“Ben je dan geen schilder”, vraagt een jonge ‘prof’ verbaasd als ik zeg dat ik bij hem kom kijken hoe je een paneel moet plamuren. Elk lid van onze ongeveer twaalf man tellende groep heeft ongeveer een kwartier geleden de linker helft van een kaal stuk triplex in de watergedragen acrylaatgrondverf gezet, en daarna de rechter helft behandeld met een watergedragen transparant product. Op zich gaat dat snel, maar er zijn slechts een paar potjes en dus het duurt even voor iedereen klaar is. Alom tevredenheid over de verwerkbaarheid, ook bij mij.

Licht tegensputterend – eigenlijk moet je een paar uur wachten – plamuren we de linkerkant van de al droog aanvoelende paneeltjes. De acrylaatplamuur droogt veel sneller dan de traditionele, dus moeten we flink doorwerken. Zo mooi als mijn maten kan ik het niet, maar die verzekeren me dat ze oude baasjes kennen waar zij op hun beurt nog niet aan kunnen tippen.

De beschikbare tijd is beperkt, dus na een paar minuten staan we het paneeltje alweer op te schuren en gaan we aflakken met acrylaatverf. Dat bevalt minder, want de vloeiing is matig. Om streepvorming tegen te gaan, is het nodig er nog even een roller over te halen. Dat moet wel snel gebeuren, want anders lukt het niet meer. Het gaat eigenlijk alleen goed als de een schildert en de ander meteen narolt, wat de werkgelegenheid voor schilders sterk zou kunnen vergroten.

Ook de professionals zijn niet echt tevreden over het eindresultaat, al wijten ze het ook aan het strakke tijdschema, waardoor de onderlagen niet voldoende zijn gedroogd.

Lekkermaken

Van Kalkeren komt er nog op terug tijdens de evaluatie: “Dat was natuurlijk niet optimaal werken zo. Maar ga eens na wat een zootje het zou zijn geworden met alkyd! En misschien zou je voor het overtrekken van een hele deur eigenlijk een conventionele plamuur moeten gebruiken. Of je moet natuurlijk onze uitgebreidere cursus over oplosmiddel-arme verfproducten volgen. Sommigen hadden vandaag misschien een echte cursus verwacht, maar we hebben jullie eigenlijk alleen maar een beetje lekker willen maken. Doel van vandaag was vooral het draagvlak voor oplosmiddelarme producten te vergroten. We hopen op een olievlekwerking van jullie positieve ervaringen. Vertel aan anderen wat je hier hebt gezien!”

Bij mij aan tafel klinken gevarieerde geluiden. “Het is hartstikke mooi werken, want je staat niet meer de hele dag in de dampen”, zegt een oude rot in het vak. “Dat wel,” zegt een ander, “maar thuis gebruik ik gewoon alkydverf, dan zet ik de ramen wel open. Want ik vind dat het eindresultaat er niet goed genoeg uitziet.”

Instructief was wat dat betreft ook de ‘pepsiproef’, een workshop waarin we met vier verschillende producten werkten en we zelf moesten afleiden met welke verven we aan de gang waren: alkydhars-, acrylaat-, hybride-, of natuur (kook)verf.

Iedereen is overtuigd van het nut van deze dag: “Kijk, als iemand een slaapkamer wil laten doen, kost dat al gauw drieduizend gulden. Dan verwacht je toch dat er iemand komt die er verstand van heeft.”

Verfcampagne 2000

“We vroegen ons al af of die man van Cobouw nog gekomen was”, reageert Henny de Laat van de FNV als hij me bij de afsluitende borrel vraagt of ik geen lid wil worden van de Bouw- en Houtbond. Hij is verrast dat ik gewoon met alles heb meegedaan. Voor de bond is deze dag ook de aftrap van de ‘Verfcampagne 2000’, waarover deze krant maandag al schreef.

Het FNV wil op korte termijn een duidelijk herkenbaar merkteken op elke verfbus, dat laat zien of het product voor binnen geschikt is, of alleen voor buiten. Een onafhankelijk instituut zou de schadelijkheid van verf in de gaten moeten houden en controleren of de fabrikanten niet rommelen met de merktekens.

Reageer op dit artikel