nieuws

Plaats bepaalt sociale zekerheid bedrijf

bouwbreed Premium

den haag – Het personeel van bedrijven die eigen goederen of werknemers vervoeren, valt onder de sociale verzekeringen van het land waar de onderneming zit. Heeft zo’n bedrijf een filiaal of een vaste vertegenwoordiging in een ander EU-land, dan geldt voor de desbetreffende werknemers de wetgeving van die lidstaat. Dat is de strekking van de zogeheten transportbepaling van de EU.

Personeel dat hoofdzakelijk werkt in het land waar het woont, valt onder de sociale verzekeringswetten van het woonland. De plaats van de onderneming, het filiaal of de duurzame vestiging spelen geen rol. Als voorbeeld dient een vrachtwagenbestuurder die in Nederland woont maar bij een Duits bedrijf werkt. In beginsel is hij in de Bondsrepubliek verzekerd. Rijdt hij echter vooral in Nederland, dan geldt de sociale zekerheid van zijn woonland.

Het kan ook gebeuren dat een werknemer bij twee bedrijven in dienst is. Voor de ene werkt hij uitsluitend in een EU-land en voor de ander in weer een andere lidstaat. Elk van deze arbeidsverhoudingen richt zich op werkzaamheden in een land. Toch geldt de transportbepaling. Het totale arbeidspatroon van de werknemer omvat namelijk het werken in twee landen. Vindt een deel van het werk in het woonland plaats dan valt de werknemer onder de sociale verzekeringen van zijn woonland. De vestigingsplaats van zijn werkgever(s) speelt dan geen rol.

Een andere situatie ontstaat wanneer de werknemer niet in zijn woonland actief is. Werkt hij voor bedrijven die in een lidstaat zijn gevestigd, dan valt hij onder de wetgeving van dat land. Is hij in dienst van twee of meer bedrijven die elk in een andere lidstaat zijn gevestigd dan geldt voor hem de sociale zekerheid van het woonland, ook al werkt hij daar niet.

Een bijzondere situatie doet zich voor bij een directeur van een Nederlands bedrijf die in Belgie woont. De Nederlandse wet beschouwt hem als werknemer, de Belgische niet. De Sociale Verzekeringsraad vindt dat het woonlandbeginsel alleen opgaat wanneer iemand als werknemer actief is in twee of meer lidstaten. Per lidstaat kan dan worden getoetst of iemand er werknemer is. De directeur uit het voorbeeld werkt slechts in een land en valt daarmee onder de Nederlandse sociale verzekering. Hetzelfde geldt wanneer iemand directeur van een Nederlands bedrijf is, maar ook in Belgie werkt of de directie over een Belgisch bedrijf voert en ook in Nederland werkt.

De regeling geldt ook voor werknemers die als grensarbeider werkloos zijn geworden. Zij ontvangen van hun woonstaat een uitkering. Tegelijk werken ze enkele dagen in de week in loondienst in een andere lidstaat. Hier is het werklandbeginsel van toepassing. De grensarbeider valt dan onder de sociale zekerheid van het land waar hij werkt.

In een ander voorbeeld woont iemand in Luxemburg en werkt daar als zelfstandige terwijl hij tevens werkt in loondienst in Nederland. Ook hij valt onder de Nederlandse sociale zekerheid. Hier is sprake van samenloop van ongelijksoortige arbeid. Op enkele uitzonderingen na valt de betrokkene onder de wetgeving van de lidstaat waar hij in loondienst werkt.

Dit artikel ontstond naar aanleiding van een studiebijeenkomst van de Sfb Groep. Divisie-adviseur Premieheffing drs J. Sijstermans van de Belastingdienst behandelde bij die gelegenheid het belastingrecht en de sociale zekerheid bij grensoverschrijdende arbeid.

Reageer op dit artikel