nieuws

Bestuurders moeten proeven nemen met vrije kavels

bouwbreed Premium

Het monumentale, Haagse Statenkwartier als voorbeeld voor woningbouw op Vinex-locaties. PvdA-Kamerlid Duivesteijn heeft het zich zo mooi voorgesteld. Iedereen bouwt zijn eigen huis, naar eigen fantasie. De verzameling van die huizen moet wel een hoge attractiewaarde krijgen. Geen catalogusboerderettes, zoals Utrechts wethouder voor ruimtelijke ordening Rijckenberg de doorsnee bebouwing op vrije kavels in Nederland noemt, maar karakteristieke huizen.

Het is jammer dat wethouders voor ruimtelijke ordening die in Nederland de Vinex-locaties onder hun hoede hebben, niet echt warm lijken te lopen voor het idee. Bang als ze zijn voor Belgische toestanden, roepen ze om het hardst dat ze niets kunnen met de motie van het PvdA-Kamerlid, waarin de regering wordt gevraagd te bewerkstelligen dat circa eenderde van de kavels op de Vinex-locaties individueel wordt uitgegeven.

De motie is Duivesteijns wapen tegen de saaiheid van de hedendaagse woningbouw. Hij heeft felle kritiek op de fantasieloze rijtjeshuizen die her en der in weilanden verrijzen. Kritiek overigens die breed wordt gedeeld en die er inmiddels voor heeft gezorgd dat geen gemeente het meer aandurft een Vinex-locatie tot ontwikkeling te brengen zonder daar eerst een stedenbouwkundige van naam naar te hebben laten kijken.

Wethouders voelen zich daarom niet aangesproken door de kritiek dat overal lelijk wordt gebouwd. Ze vliegen onmiddellijk in de verdediging en schermen met de naam van de ingeschakelde stedenbouwkundige, die garant moet staan voor kwaliteit.

Die houding is mede het gevolg van wat in wethouderskringen het papegaaiencircuit wordt genoemd. De lokale bestuurders storen zich aan landelijke politici die kritische architecten napraten. Bovendien kunnen ze niets met het grote aantal kavels dat Duivesteijn wil onderwerpen aan individueel opdrachtgeverschap. Daar is Nederland duidelijk nog niet aan toe.

Toch zou het zonde zijn, als de ideeen van Duivesteijn om die reden tot helemaal niets zouden leiden.

Op zich is het niet gek dat wethouders bang zijn voor Belgische toestanden. In plaatsen waar kavels vrij worden uitgegeven zijn doorgaans niet de parels van de Nederlandse architectuur te vinden. Catalogi vol met tekeningen van standaardwoningen zijn hier tot werkelijkheid verheven. De wijken hebben, om met de Utrechtse wethouder Rijckenberg te spreken, ‘een hoog dak- en carportgehalte’.

Toch is het niet goed, dat de bestuurders direct de verkeerde voorbeelden voor de geest halen als ze worden geprikkeld meer te doen aan individueel opdrachtgeverschap. Ze zouden er beter aan doen met Duivesteijn mee te denken en de mogelijk ongewenste consequenties uit te sluiten. Want op alleen maar wanstaltige bungalows met torenkamers en veel te grote oprijlanen zit bijna niemand te wachten.

Dat neemt echter niet weg dat het heel leuk zou zijn om, bijvoorbeeld bij wijze van experiment, kleinere projecten aan te wijzen, waar de toekomstige eigenaren zelf de architect kunnen kiezen of zelf mogen ontwerpen en de aannemer begeleiden.

Hier en daar zijn er al van die plannen. Zo wil Utrecht toekomstige bewoners van een project in Parkwijk (Vinex-locatie Leidsche Rijn) een grote inbreng geven, zij het binnen de kaders van een stedenbouwkundig raamplan. Groningen heeft al enkele kleinere projecten in de bestaande stad gerealiseerd.

Dergelijke initiatieven verdienen navolging elders in het land. Om dat mogelijk te maken moeten bestuurders zich minder angstig opstellen. Ze zouden juist enthousiasmerend aan de slag moeten. Dan is er een grote kans dat ook de consument warm loopt voor het individueel opdrachtgeverschap. Dat laatste is een absolute voorwaarde voor het slagen van ideeen als die van Duivesteijn. Want als de consument het wil, biedt de markt vanzelf de mogelijkheden en worden ook de prijzen aantrekkelijker.

Reageer op dit artikel