nieuws

Bouw koploper in economische groei Productiewaarde in 1997 voor het eerst boven honderd miljard

bouwbreed

den haag – De bouwnijverheid doet het fantastisch, zelfs beter dan de gemiddelde Nederlandse economie. Voor het eerst sinds het topjaar 1988 overtreft de volumegroei van de toegevoegde waarde – vijf procent meer – de prestaties van de totale economie.

Ronkende taal bij de presentatie van de CBS-cijfers over ‘De Nederlandse economie 1997’. “Een zeer goed jaar”, constateert Steven Keuning van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Enkele algemene cijfers: de economische groei bedraagt 3,6 procent, een volle procent meer dan in de rest van Europa; 56.000 werklozen minder; en een overheidstekort van minder dan een procent van het bruto binnenlands product (BBP).

“De bouw profiteerde in 1997 ten volle van de gunstige Nederlandse economie”, schrijft het CBS in het jaaroverzicht. “De productiewaarde – inclusief interne leveringen – steeg met maar liefst acht procent en kwam hierdoor voor het eerst boven de honderd miljard gulden.”

Arbeidskosten

Naast de forse toename van de toegevoegde waarde droeg ook de bescheiden loonsomontwikkeling bij aan de stijging van het exploitatiesaldo met niet minder dan vijftien procent. Oorzaak van de lage arbeidskostenontwikkeling is de geringe groei van het arbeidsvolume in verhouding tot de productiegroei. Verder had – net als in 1996 – de aanhoudende groei van het aantal zzp’ers een positief effect op het exploitatiesaldo. In arbeidsjaren uitgedrukt, namen de zelfstandigen zes procent meer werk voor hun rekening. Alles bij elkaar nam het aantal arbeidsjaren van werknemers en zelfstandigen met 12.000 toe tot 426.000.

De productie van de b en u steeg met vijf procent. Er werden zeven procent meer woningen gebouwd, negen procent meer bedrijfspanden. Door de zachte winter daalde het aantal uren vorst- en neerslagverlet met bijna de helft. Per werknemer nam het aantal productieve uren met vijf procent toe.

GWW

Na een forse groei in 1996 zag de gww-sector de productie van nieuwbouw en groot onderhoud in opdracht van de overheid met ongeveer drie procent dalen. Daar staat tegenover dat de productie in opdracht van bedrijven met zeventien procent steeg. Gemiddeld komt de productiestijging van de toegevoegde waarde uit op ongeveer drie procent.

In de ‘overige bouwproductie’ hebben de installateurs het grootste aandeel: zeventig procent. Schilders-, stukadoors- en andere afwerkbedrijven vormen de resterende dertig procent. De installateurs noteerden een productiegroei van zeven procent. De overige bedrijvigheid nam met vier procent toe.

Het CBS ziet in de ontwikkeling van de totale Nederlandse economie in 1997 een paar opmerkelijke verschijnselen. Het gemiddelde loon is de laatste vier jaar vrijwel constant gebleven. Nederland dat sinds 1973 al de kortste werkweek had van alle industrielanden, beleefde in de afgelopen jaren bovendien de grootste arbeidstijdverkorting.

Verder constateert het CBS dat de afdrachten van het bedrijfsleven aan de overheid sneller stijgen dan het nationale inkomen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels