nieuws

Nieuwe voorschriften voor hijsen met hydraulische graafmachines

bouwbreed

ede – Machinisten van hydraulische graafmachines die bij grondverzet ook zware lasten verplaatsen, moeten in het bezit zijn van een speciaal hijsdiploma. Hiertoe moet een aanvullende opleiding worden ontwikkeld die gelijk is aan de verkorte opleiding ‘Hijsen met graafmachines’ van de Stichting Beroepsopleidingen Weg- en Waterbouw (SBW).

Deze aanbeveling doet een branchebrede commissie uit de grond, water- en wegenbouw om een einde te maken aan de wirwar van wetgeving, definities, richtlijnen en (publicatie)bladen rond het hijsen met hydraulische graafmachines. De commissie, die bestaat uit vertegenwoordigers van NVWB, VAGWW, Aboma +Keboma, Cumula Nederland (voorheen Boval) en BMWT, doet deze aanbevelingen en een aantal conclusies om dit specifieke werk veiliger te maken.

Hijsen met een graafmachine in relatie tot graafwerk omvat volgens de commissie het “tillen, transporteren en neerlaten van een last door gebruik te maken van bepaalde hijsmiddelen, zoals bijvoorbeeld staaldraadstroppen, kettingwerk en hijsbanden, waarbij assisentie nodig is van van een persoon voor het aanslaan en onthaken van een last, of het stabiliseren tijdens transport van de last”.

De commissie onderscheidt de hydraulische graafmachines in drie categorieen: machines die alleen graafwerkzaamheden verrichten, machines die hijswerkzaamheden verrichten in relatie tot graafwerkzaamheden en machines die zijn ingericht als mobiele hijskraan.

Beleidsregels

Er bestonden uiteraard al langer richtlijnen, zoals de Machinerichtlijn 89/392/EEG die op 1 januari 1995 is ingevoerd, later aangevuld met de 91/368/EEG, 93/94 EEG en 93/68/EEG. De P-bladen zijn per 1 juli 1997 vervallen en vervangen door beleidsregels.

Voor het hijsen met graafmachines vormt de Europese regeling EN 474-1/5 het uitgangspunt. Deze bevat een aantal technische voorzieningen en voorschriften voor hydraulische graafmachines met een hefcapaciteit van duizend kilo of een lastmoment van 40.000 Nm. Mini-graafmachines en wielladers vallen niet onder de aanbevelingen, maar gezien de toenemende multi-functionaliteit van de machines volgen hiervoor mogelijk nadere richtlijnen. Daarnaast gelden sinds juli 1997 de bepalingen van de Arbowet en het Arbobesluit. Voor het hijsen met hydraulische graafmachines gelden evenwel minimale voorschriften.

Bij de machine wordt een volledig ingevuld kraanboek geleverd. Verder is er een lastvluchttabel volgens bijlage B van EN 474, waarop ook moet zijn aangegeven onder welke voorwaarden er met een last mag worden gereden. Bij een hydraulische graafmachine die onder de werking van de Europese EN-normen 474-1 en 474-5 op de markt is gebracht, kan vermelding van de maximale hijslast op de giek tegenwoordig vervallen. Tot 75 procent van de kieplast van de machine kan worden benut.

Voor hydraulische graafmachines die nog onder de ‘CP 7’ op de markt zijn gebracht gelden afwijkende regels, waaronder de beperking van de maximale hijslast op de giek. Wel kunnen deze graafmachines door de fabrikant of leverancier onder de werking van Europese Richtlijnen worden gebracht. Dit vereist dus initiatief van de eigenaar van de machine. In elk geval moeten alle graafmachines voor 5 december 2002 zijn voorzien van een overlastsignalering.

Verplicht is voorts een overlastsignalering in de cabine, waaronder niet een last-momentblokkering wordt verstaan. Voorgeschreven zijn ook: slang-/leidingbreukkleppen op de lastdragende zijde van de hydraulische asblokkeercilinders, stempelcilinders, dozerbladcilinders (wanneer het dozerblad wordt gebruikt voor afstempeling) en hefcilinders van de giek; deze zijn doorgaans echter standaard op de machine aanwezig. Tenslotte is een goed bevestigde hijshaak/-oog verplicht.

Aanvulling

De commissie heeft aanvullende voorschriften opgesteld. Zo moet voor een slang-/leidingbreukklep op de lepelsteelcilinder worden gezorgd. Bij hijswerkzaamheden zijn in de regel personen binnen het bereik van de graafmachine en de hijslast aanwezig. Omwille van hun veiligheid is een slang-/leidingbreukklep op de lepelsteel noodzakelijk. Alleen als expliciet uit een risico-inventarisatie blijkt dit bij specifieke werkzaamheden niet nodig is, kan deze voorziening achterwege blijven. Daarnaast eist de commissie een overlastsignalering die ook hoorbaar is voor mensen in het vluchtbereik van de machine.

De commissie wil verder dat machinisten een korte aanvullende opleiding volgen, die gelijk is aan de verkorte opleiding ‘Hijsen met graafmachines’ van de Stichting Beroepsopleidingen Weg- en Waterbouw (SBW). De opleiding moet worden afgesloten met een examen. Deze verplichting zou moeten gelden voor machinisten in opleiding en voor machinisten die al werken. Voor zeer ervaren machinisten volstaat het afleggen van het examen; zij hoeven dus geen opleiding te volgen. De precieze exameneisen moeten nog worden geformuleerd.

Als een hydraulische graafmachine volledig wordt ingericht en gebruikt als mobiele hijskraan, moet de machinist een volledige hijsopleiding met zogenaamd hijsbewijs succesvol hebben doorlopen (als het lastmoment groter is dan 10 tm).

Afwijkingen

Hoe stellig de richtlijn ook klinkt, in de dagelijkse praktijk kunnen in specifieke situaties afwijkende voorwaarden gelden. Werkgevers dragen hierin een eigen verantwoordelijkheid. Voor Arbowet en Arbobesluit moeten zij een risico-inventarisatie en -evaluatie uitvoeren. Wellicht blijkt daaruit dat aanvullende voorzieningen noodzakelijk zijn. Daarnaast kunnen ook opdrachtgevers extra eisen stellen bij het gebruik van graafmachines met een hijsfunctie.

De richtlijn heeft een bindende status, ook in geval van huur. Wie vragen of twijfels heeft, doet er goed aan zich eerst te wenden tot de branche- of vakvereniging, of tot het veiligheidsinstituut Aboma+Keboma in Ede.

Ook de mobiele graafmachine JS160w valt onder de eisen voor hydraulische graafmachines met hijsfunctie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels