nieuws

‘Ik houd van de zwaartekracht’ Botta in Maastricht

bouwbreed

Precies op de grens van het oude Maastrichtse stadsdeel Wyck en het nieuwe Ceramique bouwt de Italiaanse architect Mario Botta ‘La Fortezza’. Waarom dit woon/werkgebouw eruit komt te zien als een bastion verduidelijkt een tentoonstelling in het Bonnefantenmuseum. Botta houdt namelijk van gewichtige architectuur.

Wie ‘een Botta’ bestelt, weet wat hij krijgt. Of het nu een museum in San Francisco is of een kantoor in Tokyo, een dorpskerkje in Zwitserland of een synagoge in Tel Aviv, onmiddellijk is aan de massieve vormen te zien dat het een Botta is. Bijna altijd is het gebouw een combinatie van primaire vormen – een cilinder of kegel omgeven door rechte blokken – uitgevoerd in zwaar metselwerk of beton. ‘La Fortezza’ in Maastricht vormt daar geen uitzondering op.

Op een steenworp afstand van de plek waar de ruwbouw van La Fortezza verrijst, is in het Bonnefantenmuseum een indringende tentoonstelling met werk van Botta ingericht. Houten maquettes, foto’s en krijttekeningen van elf openbare gebouwen maken duidelijk dat architectuur voor Botta een zaak van ernst is. Voor modieuze gimmicks is geen plaats. Botta’s architectuur gaat over ‘eeuwige’ waarden: de verhouding tussen architectuur en natuur, het spel met daglicht en de kracht van symbolen. Die veranderen niet van jaar tot jaar of van land tot land; daarom is ook Botta’s architectuur er meer een van constanten dan van verandering.

Met zijn krachtige vormen wil Botta het onderscheid met de natuur benadrukken. Botta: “Architectuur staat boven de natuur”. En het gebruik van zwaar metselwerk verklaart hij op ontwapenende wijze: “Ik houd van de zwaartekracht.”

Mario Botta (1943) is een representant van de Tessiner architectuur. Tessin (of op zijn Italiaans: Ticino) is een streek op de grens van Italie en Zwitserland rond Lugano, waar sinds de jaren zeventig een aantal spraakmakende architecten vandaan komt. Gemeenschappelijk aan hun werk zijn de strakke, geometrische vormen, veelal uitgevoerd in schoon beton.

Botta werd geboren in Tessin maar studeerde architectuur in Venetie. Een van zijn leermeesters daar was Carlo Scarpa, een maestro wat betreft ongewone materiaalkeuze en verfijnde detaillering. Botta werkte er ook nog samen met andere beroemdheden: Le Corbusier en Louis Kahn. Vooral de invloed van Kahn is onmiskenbaar. Het architectuurklimaat werd destijds overheerst door een vermoeid modernisme, waarbij de ene flat nauwelijks meer te onderscheiden was van het andere kantoorblok. Architect Kahn echter bouwde volstrekt eigenzinnige ensembles, bijvoorbeeld in de vorm van grote ‘trommels’ van baksteen. Vormen en materialen die nu ook het werk van Botta tekenen.

In 1970 ging Botta weer terug naar Tessin. Hij heeft er nu een eigen bureau. Zijn werkterrein is ondertussen de hele wereld en zijn oeuvre omvat alle soorten gebouwen. Kortom, hij is nu zelf een beroemdheid.

Waardigheid

Een van zijn bewonderaars is architect Jo Coenen. Botta en Coenen zijn verwante geesten. Ook voor Coenen is architectuur een zaak van gewicht.

Veel ontwerpers zijn er van overtuigd dat tegen de huidige dynamiek geen ontwerp meer is opgewassen. Gebouwen worden alweer gesloopt voor ze oud kunnen worden, steden woekeren onbeheersbaar voort, infrastructuur trekt op willekeurige plaatsen sporen door het land. In die omstandigheden is het onzin te ontwerpen voor de eeuwigheid, zo luidt hun credo. Het enige wat je kunt doen, is behendig meesurfen op die golven.

Net als de Tessiners verzet Coenen zich tegen een dergelijk fatalisme. Juist in een weggooi-cultuur moet architectuur vastigheid bieden, een eigen plek en een gevoel van continuiteit. Architectuur moet de mens een beschut huis bieden en openbare instellingen bekleden met de juiste symbolen van waardigheid, is de overtuiging van zowel Coenen als Botta.

In die geest ontwierp Coenen begin jaren negentig een monumentaal plan voor woning- en kantorenbouw op het oude fabrieksterrein van Ceramique in Maastricht. Het is een compositie van enorme bouwblokken langs een brede boulevard. Voor de invulling van de grote bouwblokken droeg Coenen zijn favorieten voor, onder anderen de Tessiners Snozzi en Botta, de Portugees Siza en het Spaanse bureau MBM. De Italiaan Rossi bouwde het Bonnefantenmuseum.

In Coenens plan neemt Botta’s La Fortezza een sleutelpositie in. Het staat op de grens tussen oud en nieuw, de plaats waar ooit de stadsmuur stond.

Handschrift

Bij de opening van de tentoonstelling gaf Botta uitleg over zijn werk. Hij deed dat als een begeesterde schoolmeester, compleet met schoolbord en krijt. In een handomdraai schetste hij het stedenbouwkundig plan van Coenen en de karakteristieke aanzichten van zijn eigen gebouw.

Die tekeningen zijn Botta’s handelsmerk. Ook de tentoonstelling in het Bonnefantenmuseum bestaat voor een belangrijk deel uit dergelijke krijttekeningen, ter plekke door Botta in een halve dag gemaakt. Botta benadrukt dat deze schetsen interpretaties zijn, net als de krachtige zwart-wit foto’s en houten maquettes. “Een architectuurtentoonstelling is een contradictie. Architectuur bestaat alleen in de vorm van gebouwen. Alleen ter plekke kun je beleven wat het materiaal je doet, de lichtval en de ruimte.”

De schitterende maquettes, gemaakt op Botta’s eigen bureau, halen verschillende aspecten van zijn architectuur naar voren. De galerie in Tokyo is neergezet als een massief blok, “als een totem”, aldus Botta. Van diverse kerken, met name de kathedraal in Evry, is vooral de vorm van de binnenruimte tot uitdrukking gebracht.

Voorts benadrukt hij het belang van de omgeving. Maar hoe komt het dan dat al zijn gebouwen zo op elkaar lijken? Dat lijkt maar zo, zegt hij; dat is een kwestie van “handschrift”. In wezen vindt de architect zijn gebouwen steeds totaal andere scheppingen “waarvan de regels gedicteerd worden door de context”.

In zijn ontwerp voor Maastricht is het de herinnering aan de stadsmuur die levend wordt gehouden door de twee lage kantoorvleugels. Als “pijlen” wijzen ze naar de oude en nieuwe stad. Ze flankeren een rond gebouw met honderd appartementen. Dat staat daar als “een toren, een baken in de stad, zonder voor- of achterkant”.

Balans

In de toren van La Fortezza zijn de afzonderlijke appartementen niet te onderscheiden; hun aanwezigheid is ondergeschikt gemaakt aan het stedelijk belang, aan de verschijning als baken tussen oud en nieuw. Botta: “De functie van een gebouw hoeft niet de drager te zijn van het beeld; dat kan een ander symbool zijn.”

Evenmin is er, net als in al zijn overige gebouwen, iets te zien van de vele installaties die tegenwoordig nodig zijn om gebouwen te laten functioneren. Ook die acht Botta minder relevant, sterker nog, hij ziet er de zwakte van de huidige architectuur in. “Al die installaties die je ziet, zijn een metafoor. De architectuur lijkt ermee op een stervende die aan allerlei infusen en apparaten ligt.”

In het verlengde van deze afwijzing van functionaliteit, installaties en techniek als dragers van architectuur, verwerpt Botta ook de ‘cultuur van de vooruitgang’. “Die betreft alleen maar de mechanische kant van de cultuur en niet een betere kwaliteit van het leven.”

Daartegenover zoekt hij naar de emotionele wortels van de cultuur. “Het huis is van oudsher de laatste plaats van verdediging. De plek waar je je veilig kunt voelen en kunt terugtrekken. Het is mijn huis. Het is ook een metafoor voor de buik van de moeder. Je vindt er de kracht om de volgende dag weer deel te nemen aan het openbare leven. Je vindt er de eigen wortels en identiteit. Als die balans goed is, zijn alle maatschappelijke problemen opgelost.”

De tentoonstelling ‘Botta in Maastrcht’ is in het Bonnefanten te zien tot 27 september. Daar is ook het boek ‘Mario Botta, Public Buildings’ te koop met daarin alle schetsen en afbeeldingen van maquettes die op de tentoonstelling zijn te zien. (Uitg. Skira; f. 75; ISBN 88-8118-321-8)

In een handomdraai schetst Botta het stedenbouwkundig plan van Ceramique en de karakteristiek van zijn woon/werkgebouw. Twee kantoorvleugels flankeren een rond appartementengebouw. De vleugels symboliseren de oude stadsmuur ter plekke, de toren moet dienen als baken tussen oude en nieuwe stad.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels