nieuws

‘Kabinet moet geluidhinder blijven bestrijden’

bouwbreed

Geluidhinder is een sterk onderschat probleem. De Sociaal-Economische Raad (SER) wil dat het kabinet hiertegen maatregelen blijft treffen. Plaatselijke overheden kunnen aan de uitvoering een belangrijke bijdrage leveren. De ruimtelijke inrichting van Nederland maakt een zekere geluidhinder onvermijdelijk. Toch wordt de aantrekkelijkheid van stedelijke gebieden voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van de leefomgeving.

De SER vindt het opmerkelijk dat het derde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP3) geen serieuze afweging maakt tussen de milieudoelstellingen en de beschikbare instrumenten, maatschappelijke en politieke voorkeuren. Milieudoelstellingen moeten een hard gegeven zijn en alleen worden gewijzigd bij nieuwe wetenschappelijke inzichten of maatschappelijke weerstand. Ook technische en economische haalbaarheid spelen hierbij een rol. Het nieuwe kabinet zou er goed aan doen, voor de komende regeerperiode tussendoelen voor het milieu op te stellen, met de bijbehorende maatregelen.

Convenanten

Volgens de SER hebben de milieu-instrumenten in de laatste jaren aan belang gewonnen. Te denken is aan milieuconvenanten, meerjarenafspraken voor een efficienter energieverbruik en heffingen. Verhandelbare emissierechten en kostenverevening bieden eveneens interessante mogelijkheden voor toekomstig beleid. De SER verwacht veel van bestaande, verder uit te bouwen convenanten. In het verlengde daarvan ligt een nieuwe invulling van deze instrumenten. Dit geldt ook voor overeenkomsten waarin niet een bedrijfstak, sector of product centraal staat, maar een breder doel zoals duurzame vervoersystemen. De SER ziet verder mogelijkheden in het het voorstel van MKB-Nederland om per bedrijfstak met kleine en middelgrote ondernemingen tot afspraken te komen over milieu en energie.

De SER raadt terughoudendheid aan bij het verstrekken van subsidies of vergelijkbare fiscale tegemoetkomingen. Het blijft namelijk onduidelijk of de inzet van schaarse overheidsmiddelen tot een kosteneffectief resultaat leidt. Subsidies werken verder allerlei ongewenste neveneffecten in de hand en blijken vooral ook moeilijk af te schaffen. Daar komt bij dat een subsidie de vervuiler welbeschouwd beloont. Met nader onderzoek zou het rijk hier meer zicht op moeten krijgen.

Transport

De SER maakt zich zorgen over de stikstofoxide-uitstoot van het verkeer. Verlaging van de maximumsnelheid tot 100 kilometer per uur op snelwegen en de installatie van een econometer en een cruisecontrol kunnen de verzuring aanzienlijk verminderen. De hoeveelheid stikstofoxide daalt nog verder wanneer zware transportmiddelen aan scherpere emissienormen voldoen. Tegelijk nemen dan de hoeveelheden fijn stof en vluchtige organische stoffen af. Bij deze maatregelen valt aan een bescheiden subsidie te denken. Nederland loopt met de verscherping vooruit op EU-beleid. Concurrentienadelen worden gecompenseerd met financiele tegemoetkomingen. Het derde Structuurschema Verkeer en Vervoer dat volgend jaar verschijnt moet ingaan op de invloed van transport op bereikbaarheid en milieu.

Een deel van de SER kan zich vinden in een verdubbeling van de regulerende energiebelasting en van de heffing op fossiele brandstoffen, de laatste krachtens de Wet belastingen op milieugrondslag. Een ander deel van de SER vindt dat het zakelijke energieverbruik zoveel mogelijk buiten de hogere heffingen moet blijven. Vooral de industrie maakt door middel van meerjarenafspraken al veel werk van een efficienter energieverbruik. Een hogere energiebelasting zou daar niet bij passen. Een aantal SER-leden willen dat zakelijke kleinverbruikers buiten de regulerende energiebelasting vallen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels