nieuws

‘De Maaswerken vergen een ander denkpatroon’

bouwbreed

Peter-Paul van Meel’s blik is gericht op de enorme kaart van de Maas die in zijn kamer aan de muur hangt. Zonder van de kaart op te kijken zegt de plaatsvervangend projectdirecteur van de Maaswerken “de rivier te laten leven” als grootste uitdaging van het karwei te zien. “Je leeft veel meer met de rivier. Het vergt bij Rijkswaterstaat die altijd uitgaat van het verdedigen van oevers ook een omslag in denken. Het is een leerproces, je dwingen een rivier z’n gang te laten gaan.”

De Maaswerken. Laat deze naam in het Limburgse vallen en ongetwijfeld heeft iedereen daar dan ook prompt wel een mening over. De komende jaren moet de Maas over een lengte van zo’n 350 kilometer natuurvriendelijke oevers krijgen. Doel is hoogwaterbescherming om overstromingen als in 1993 en 1995 te voorkomen. Centraal bij de enorme werkzaamheden (die alles bij elkaar zo’n f. 2 a f. 3 miljard vergen), staat dat het rivierenlandschap zijn natuurlijke karakter weer terugkrijgt. Daarnaast speelt als niet onbelangrijk aspect de terugdringing van de wateroverlast. “Het moet weer veilig zijn langs de oevers van de Maas”, zo benadrukt Van Meel. In de Maaswerken zijn ook de aanpak van de Grensmaas en de Zandmaas samengevoegd. “Het project houdt in Limburg de gemoederen bezig”, weet Bertie Bisschop, communicatie-manager van het projectbureau. “Er gaat bijna geen dag voorbij of er staat wel iets over in de regionale kranten.”

En dat is volgens hen ook logisch. Het verdiepen en verruimen van de Maas is van grote invloed op alles wat zich rond de rivier afspeelt: van wonen tot werken en van recreatie tot natuur. “Iedereen” zo benadrukt Bisschops, “heeft wel een mening over de rivier en de wijze waarop zij moet worden aangepakt.”

Draagvlak

Sinds een jaar is de projectgroep bestaande uit vertegenwoordigers van provincie Limburg, en de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij officieel aan de slag. Toen zijn de bestaande projecten Grensmaas en Zandmaas/Maasroute verenigd. “Een vergadertijd”, vat Van Meel het afgelopen jaar samen. “Er moeten immers heel wat procedures worden doorlopen. Dat is in Nederland nu eenmaal de regel. Maar dat is ook noodzakelijk om voor dergelijk grote infraprojecten een breed draagvlak te creeren”, aldus de plaatsvervangend projectdirecteur. Duidelijk is dat Van Meel nu onder de hand wel toe is aan de uitvoering van de projecten.

“We zijn als team enorm begeesterd. Het is een moeilijk project. Vooral omdat van de benodigde f. 2 miljard een kwart afkomstig is van het Rijk. De rest moet door de markt worden opgebracht. Dat geld moet immers door zand- en grindwinning op tafel komen. Dat maakt het geweldig complex, risicovol ook. Maar ook tot een uitdaging want je moet faseringen aanbrengen omdat je juist afhankelijk bent van de zand en grindopbrengsten.”

Leerproces

Het plaatsvervangend hoofd van de Maaswerken benadrukt dat het project voor Rijkswaterstaat een enorm leerproces is. “We zijn altijd zo gewend geweest ons slechts te richten op de bouwkundige zaken, dat het echt een omschakeling is nu juist daar eens niet alleen aan te denken. Om een voorbeeld te geven: we hebben alle mogelijke soorten informatie over het verdedigen van een oever. Maar over de eroderende werking van een rivier was nauwelijks informatie beschikbaar. En dan is het aardig dat in een grote organisatie als Rijkswaterstaat er altijd wel iemand is die daar zelf wel veel over weet. Ik moet zeggen dat mij gebleken is dat er binnen de dienst ontzaglijk veel kennis zit. Probleem is alleen om die kennis te vinden…maar dat is een ander verhaal.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels