nieuws

Verder suffen of de cowboylaarzen aan?

bouwbreed

In ons land staan nog vele oude grotere panden, die wel of niet adequaat in gebruik zijn en waarvan de monumentale status ook nog onzeker is. Hierbij kunt u denken aan kerken, watertorens, fabrieksgebouwen, kloosters, internaten, pakhuizen, scheepswerven en dergelijke.

Om deze panden van de sloop te redden, zijn goede herbestemmingsplannen nodig en deze plannen ondervinden helaas meer hinder van stof dan van lef.

De ambitieuze initiatiefnemers om deze grote panden te redden van de slopershamer door er een andere woon/werkbestemming aan te geven, voelen zich dikwijls – zeer emotioneel – de redders van het nationaal erfgoed. Met al hun goede bedoelingen missen zij in de meeste gevallen de kennis, ervaring en (financiele) middelen om hun herbestemmingsplannen tot een goed einde te brengen. Daardoor staan deze panden er nog steeds ‘werkeloos’ bij; men zou professionals vaker en eerder moeten inschakelen, evenals dat deze OG-professionals vaker bereid kunnen zijn mede hun nek uit te steken om een groot aantal bedrijfsmatige en monumentale panden te herbestemmen.

In 1995 had ik genoegen te mogen meewerken aan een boek over industrieel erfgoed met de titel ‘Oude fabrieken, nieuwe functies’, onder auspicien van het Projectbureau Industrieel Erfgoed PIE en het bureau Twynstra Gudde.

In dit boek werden over dit onderwerp de zes F’s geintroduceerd: de functionaliteit, de filosofie, de financien, de flow, de fasering en de fou. De filosofie is de drijfveer achter het project (de meerwaarde van het pand) en de flow betreft de samenwerking tussen betrokken partijen, de fasering is cruciaal om het toch al complexe proces inzichtelijk en flexibel te houden. Het hoofdstuk ‘de fou’ nam ik zelf voor mijn rekening, het gaat hier om de gek die nodig is om een project te trekken, anders lukt het niet, althans, indien de gek (fou) zich niet tijdig terugtrekt om plaats te maken voor de OG-professionals. Ik weet niet of dit boek nog te verkrijgen is, maar ik vind de inhoud nog alleszins actueel en aan te bevelen voor hen die zich aan zo’n industrieel erfgoed willen wagen.

Onlangs richtte monumentenfreaks op de Stichting Pandenbank Noord-Brabant op, die tot taak heeft voor circa 150 panden in die provincie een nieuwe bestemming te vinden. Hun plannen hebben de initiatiefnemers, samen met de Nijmeegse Universiteit vastgelegd in ‘een handboek voor herbestemming van grote monumenten; een uitdaging!’ Hierbij hanteren zij geen zes F’s maar zelfs een TIEN-stappenplan. Een boekwerk dat ook is aan te raden.

Aannemers, projectontwikkelaars, makelaars OG en financiers zijn echter niet van die grote lezers, dit zijn ‘machers’, ze willen concrete klussen op hun bureau zien met cijfers die op een A4-tje passen. Zie hier het dilemma! Hoe krijgen we die plannenmakers en boekenschrijvers bij elkaar, zodat die prachtige grote panden rendabel en functioneel een passende herbestemming krijgen?

Om dat voor elkaar te krijgen, heb ik dan toch die fou (gek) nodig, die (markt) partijen mobiliseert, mensen enthousiasmeert, geld lospeutert bij aarzelende overheden en financiers, institutionele eigenaars overhaalt om panden tegen een laag bedrag te verkopen en schier eindeloos onderhandelt en leurt.

Dus een – naar Van Kooten en De Bie – vrije jongen (of meisje!) op cowboylaarzen, die niet snel opgeeft, veel liefde heeft voor grote monumenten en die professionals tot wanhoop drijft. Maar ook (net) op tijd weggaat, zodat die aannemers, projectontwikkelaars, beleggers en makelaars OG de klus overnemen en goed klaren. Dus hun stoffige schoenen met speculaasmotief verruilen voor spitse cowboylaarzen.

Hans Broeren, makelaar en taxateur OG, Amsterdam

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels