nieuws

Tekort aan werkpaleizen

bouwbreed

Iedereen in overheidsland heeft zijn of haar mond vol van ‘duurzaam’, alles moet duurzaam zijn: woningbouw, bedrijventerreinen, havens, wegen en noemt u maar op. Duurzaam houdt in dat we op zich alles mogen bouwen als het maar niet of zo min mogelijk het milieu belast. Typisch zo’n politiek thema waar niemand tegen kan zijn.

Echter dit is de theorie, want het gaat praktisch gezien op de grens van dit millennium over het bouwen van een paar honderdduizend woningen, het aanleggen van vele wegen en nieuwe havens, en, het bouwen van vele bedrijvencomplexen. Daarmee krijgt de overheid het dan ook knap moeilijk.

Kiezen tussen werkgelegenheid, mobiliteit en goed wonen voor de inwoners van dit landje enerzijds en het laten prevaleren van landschap en milieu anderzijds, is kiezen tussen twee kwaden: niet bouwen of het milieu belasten. Me dunkt een aardige stelling voor notoire twijfelaars, die daarover hun hoofd mogen breken.

Diegenen, die het hardst roepen dat het milieu voor wonen, werken en mobiliteit gaat, hebben naar mijn indruk een duurbetaalde job, wonen riant en rijden met hun dienstauto meer dan 60.000 km per jaar. Dus dat is niet helemaal eerlijk, want de meeste bewoners van dit land nemen best genoegen met een kleiner salaris, een bescheidener behuizing en rijden zelf heel wat minder kilometers per jaar in hun eigen eenvoudige auto.

Natuurlijk vindt iedereen het milieu en het landschap belangrijk, we hebben immers de aarde slechts te leen en het is de plicht van een ieder om voor het nageslacht hierop zuinig te zijn. Uitwassen van hen die onnodig of met opzet het milieu verpesten, en dit geldt ook voor overheden, verdienen een harde aanpak. We moeten echter toestaan dat in alle redelijkheid en onder vele voorwaarden de bevolking van dit land kan wonen, werken en reizen.

Vooral tijdens discussies over beoogde duurzame bedrijventerreinen moet ik regelmatig een glimlach onderdrukken en dit terwijl lachen zo gezond is. Vooral het punt van het beweerde extensieve gebruik van bedrijventerreinen werkt op mijn lachspieren: niemand zal toch geloven dat bedrijven met opzet dure en te grote terreinen kopen of huren. Ook bedrijven zullen proberen hun huisvestingskosten zo laag mogelijk te houden, dus hun bedrijfspand met omliggende grond zal niet te ruim bemeten zijn. Wel is het voor een onderneming belangrijk dat zij terreinen in reserve houdt om ter plaatse te kunnen uitbreiden: om een extra bedrijfshal, productieruimte of kantoortoren te kunnen bouwen. Het zogenaamde intensieve grondgebruik leidt al bij de Vinex-woningbouw tot problemen en het lijkt mij juist deze discussies voor bedrijven in alle realiteit te voeren en niet te overdrijven. Dubbel grondgebruik is ook een veel besproken onderwerp en hierbij fantaseer ik over bedrijventerreinen waarbij kantoren op productiehallen zijn gebouwd, grote parkeergarages onder zware industriele panden verschijnen en vliegtuighangars zich onder de passagiersterminals bevinden. Hiervan verwacht ik weinig heil.

Bedrijfspanden kunnen ook heel goed in de vorm van lintbebouwing langs wegen staan, deze grond is toch niet in trek voor andere zaken dan als uitzicht en geluidsscherm te dienen voor het auto- en treinverkeer. Tevens zijn deze terreinen goed ontsloten voor auto-, trein- en scheepsvervoer.

Ten aanzien van de milieubelasting van de industrie moet mij van het hart, dat teveel linkse discussies tenderen in de richting van het slechts toelaten van bedrijven die, met door zonne-energie opgewarmde oventjes, koekjes bakken van derde wereld mais. Ik denk overigens dat deze koekjes niet zo’n grote aftrek zullen vinden en we kunnen ook niet alle consumptieartikelen importeren. Helaas kan ons land niet zonder industrie en bedrijven; zowel niet voor onze consumptie als niet voor onze werkgelegenheid.

Als de Koningin zich in ons land drie woonpaleizen en een werkpaleis kan veroorloven, mogen haar onderdanen dan beschikken over een woning, een werkplaats en fatsoenlijk vervoer?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels