nieuws

Private financiering zal altijd bescheiden zijn

bouwbreed

De financiele bijdrage van het bedrijfsleven aan grote projecten zoals de hogesnelheidslijn zal altijd bescheiden zijn. “Het zal nooit in de tientallen miljarden lopen”, aldus T. Pitt Treumann, de speciale adviseur van minister Jorritsma (Verkeer) over de rol van prive-kapitaal bij de aanleg van spoorlijnen, wegen en havens.

Pitt Treumann gelooft niet dat dankzij particuliere inbreng de projecten in Nederland sneller van de grond komen. “Kijk naar Engeland: daar zijn ze eindeloos aan het emmeren met de spoorlijn naar de Kanaaltunnel”, aldus de speurder naar kapitaal van de markt.

Pitt Treumann is sinds 1 maart voorzitter van een commissie die modellen bedenkt voor gemengde financiering van de megaprojecten. Aanvankelijk alleen voor de financiering van de Betuwelijn en de hogesnelheidslijn, maar nu ook voor de Rotterdamse haven. De komende maanden zet hij ook zijn huidige baan voort: bankier bij de Europese Investeringsbank.

Onder andere ABN-Amro schilderde onlangs een rooskleurig beeld van de rol van het bedrijfsleven bij de infrastructuur. De overheid komt tot 2020 circa f. 100 miljard tekort voor alle voornemens. Mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, kunnen de particuliere kapitaalverschaffers dat gat dichten.

Ook de adviseur van Jorritsma denkt dat er geld uit de markt te halen is, maar is minder optimistisch over de bedragen. Hij is terughoudend over het aannemen van particulier geld. “Dat de overheid niet genoeg geld heeft, mag nooit de reden zijn voor privatisering. Want dat leidt ertoe dat je ofwel het bedrijfsleven opzadelt met kosten die het niet kan dragen, ofwel dat je tafelzilver weggeeft.”

Goedkoper

Als voorwaarde voor prive-kapitaal stelt hij, dat het voor beide partijen voordelig moet zijn. “De private sector moet iets extra’s bijdragen, waardoor het totaal maatschappelijk goedkoper wordt dan wanneer de overheid het zelf zou doen.” De Wijkertunnel, die voor een deel door particuliere bedrijven is gefinancierd, geeft hij als voorbeeld van hoe het niet moet. “Al met al is die tunnel duurder dan als de overheid het zelf gedaan zou hebben.”

Wat volgens Pitt Treumann wel kan: een stationsrestaurant dat zelf zijn pand neerzet. Of intensieve samenwerking met grote elektronicaconcerns voor de bovenleiding en de stroomvoorziening van spoorlijnen.

Ook voor de Betuwelijn zijn er mogelijkheden. Minister Jorritsma is al eerder tevergeefs op zoek gegaan naar kapitaalverschaffers. Toch denkt haar nieuwe adviseur investeerders te kunnen interesseren. “Je kunt denken aan de bouw van stations, overslagcentra, aan de technische bovenbouw en aan delen van de exploitatie.”

Alles volledig aan de markt overlaten, is volgens hem niet mogelijk. De financiele opbrengsten zijn bij infrastructuur altijd lager dan de kosten. “Er is een verschil tussen het maatschappelijk nut en het financieel rendement van infrastructuur. Bijvoorbeeld het spoorwegennet: het nut daarvan voor de Nederlandse economie is veel groter dan de inkomsten van de NS.”

Franse model

Samenwerken met marktpartijen kan in allerlei vormen. Hoewel Pitt Treumann zijn huidige functie pas een maand bekleedt en alle modellen wil bestuderen, laat hij al een voorkeur doorschemeren voor het Franse model. Daar richten overheden en bedrijfsleven een gezamenlijke onderneming op voor de aanleg en exploitatie van grote projecten. “Dat moet in Nederland goed toepasbaar zijn. Essentieel is immers dat dit een land van consensus is. Het poldermodel gaat ook op voor infrastructuur.”

Het liefst ziet de kapitaalzoeker dat bedrijven zelf consortia vormen voor aanleg en exploitatie. Aannemers, banken, vervoersbedrijven en leveranciers van technische installaties moeten de koppen bij elkaar steken; al dan niet aangespoord door de overheid. Ook buitenlandse partijen kunnen daaraan meedoen. Het loopt nog niet storm, erkent Pitt Treumann, “maar er is wel degelijk belangstelling”.

Over de gang van zaken bij de HSL richting Belgie en Parijs is hij bezorgd. Nu al zouden er veel meer treinen moeten rijden, in Nederland over bestaand spoor, naar Parijs. “In 2005, als de lijn klaar is, moet je al marktaandeel hebben. De beste marketing is het opvoeren van de frequentie.”

* Leo Maat en Cor de Horde zijn journalisten van het ANP.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels