nieuws

Bouw en procesindustrie kijken samen naar kosten

bouwbreed

De bouw en de procesindustrie maken steeds meer gebruik van elkaars kostendeskundigheid. Tot en met vandaag houden zij gezamenlijk een internationaal kostencongres in het World Trade Centre te Rotterdam. Daar wisselen ‘cost engineers’ hun ervaringen uit.

Uit het 15e International Cost Engineering Congress komen twee trends naar voren. Aan de ene kant toont de kostendeskundige in de procesindustrie steeds meer belangstelling voor de aanpak van de bouwkostenadviseur. De reden is, dat de procesindustrie in toenemende mate bouwkundige maatregelen moet nemen, zoals het inbouwen van installaties en het plaatsen van geluidsschermen. Bovendien gebruikt de bouwkostendeskundige een indeling in elementen, waardoor de kosten van verschillende projecten beter zijn te vergelijken. De kostenadviseur in de procesindustrie heeft zo’n systeem nog niet.

Aan de andere kant leert de bouw van de procesindustrie om risico’s in te schatten. Vooral bij grote projecten is dat van belang. De risico’s nemen enorm toe met de omvang en de complexiteit van bouwprojecten. Bovendien wordt een steeds groter deel van het budget in de bouw (20 tot 25 procent) besteed aan installaties. De adviseur in de procesindustrie is gewend om de kosten daarvan in te schatten en te beheersen.

Risicoanalyse

“Vroeger werd er in de bouw volstaan met een post ‘onvoorzien’. Tegenwoordig benoemen we de risico’s en wordt de som van alle denkbare risico’s vertaald in geld”, legt J.F.M. Strik uit. Hij is directeur van de Brink Groep te Leidschendam en medeorganisator van het congres. “Risicoanalyse is de trend. Het levert meer bewustzijn van de risico’s op. Bovendien kan het verschil tussen wat er maximaal mis kan gaan en de redelijke risico’s worden verzekerd, als de kosten bekend zijn en er strak wordt geinspecteerd.”

P. van der Pijl van de Brink Groep presenteerde een methode om een opstelling van de kosten van een groot project beter te controleren. “We gaan het proces na aan de hand van het programma van eisen. Op die manier komen we achter fouten, die we niet ontdekken als we de begroting alleen maar nakijken of hem opnieuw maken op basis van dezelfde stukken.” Zo kwam bijvoorbeeld aan het licht, dat in een bepaalde begroting voor de hogesnelheidslijn een tunnel van 1300 meter over het hoofd was gezien.

Certificering

Een ontwikkeling die gevolgen kan hebben in heel Europa is de certificering van ‘cost engineers’. In het kader van het Leonardo da Vinci onderwijsprogramma werken Nederland, Frankrijk, Italie, Noorwegen en Groot-Brittannie samen aan de standaardisering van het beroep. “In Nederland wordt een kostendeskundige meestal pas ingeroepen bij een conflict. In Engeland is de ‘quantity surveyor’ van begin af aan bij elk project betrokken”, aldus Van der Pijl. Het is dan ook geen wonder dat Engeland de voortrekker is van de Europese kwalificatie. “Dit zal in heel Europa doorwerken”, stelt R.M. Batten, voorzitter van de Britse International Cost Engineering Council (ICEC). “Zelfs de Duitsers zullen volgen, zoals de Britten over enkele jaren de Euro accepteren”, voorspelt hij.

Bijna 400 deelnemers uit 28 landen bezochten het congres in Rotterdam. De organisatie was in handen van de Nederlandse Vereniging van Bouwkostendeskundigen (NVBK), de Dutch Association of Cost Engineers (NAP-DACE) en de ICEC. Over twee jaar vindt het congres plaats te Calgary in Canada.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels