nieuws

‘Van Weele promoveert schimmige denktrant tot realiteit’

bouwbreed

In Cobouw is een discussie gaande over de huidige praktijk van rapporteren van deskundigen bij schades samenhangend met funderingen. Er zijn rapporteurs die de eerlijke rechtsgang in gevaar brengen. Prof. ir. A.F. van Weele heeft zich op 26 februari 1999 en op 18 maart 1999 verdedigd tegen de beschuldigingen van V.J. de Waal. Onderstaand geeft V.J. de Waal op zijn beurt zijn commentaar op Van Weele’s ‘achtergrond- informatie’.

De kern van het probleem is, dat de heer Van Weele de waarden van uitspraken op technisch gebied rechtstreeks koppelt aan de naam en/of opleiding en/of autoriteit en/of antecedenten van de persoon die de uitspraak doet. Dan gaat hij over tot beoordeling van deskundigheid van hemzelf en anderen en concludeert hij, dat het niet om een deskundige gaat en dat derhalve de argumenten terzijde gelegd kunnen worden.

Er wordt de indruk gewekt, dat een natuurkundig ingenieur geen verstand heeft van grondmechanica of funderingstechniek. In veel opzichten is grondmechanica zelfs meer een vak voor fysici dan voor civiel ingenieurs. Nobelprijzen op het gebied van geneeskunde, chemie, economie en de vrede zijn door fysici gewonnen zonder academische opleiding op het betreffende gebied. Met zijn redeneertrant kunnen we ook elke schaakmeester diskwalificeren als geotechnicus. Overigens houd ik mij nu meer dan twintig jaar bezig met funderingstechniek en ben ik daarop vijftien jaar werkzaam.

In zijn brief in Cobouw 18 maart 1999, zet hij de discussie voort met:

“.., dat De Waal directeur is van het aannemingsbedrijf Walinco, dat gespecialiseerd is in versterking van funderingen door middel van palen en dat hij in dit geschil dus niet als onafhankelijk expert is te beschouwen. Zeker niet nu hij voorstelt (en wellicht opgedragen heeft gekregen) om palen onder een deel van Het Groene pandje aan te brengen.”

Ik vestig de aandacht op het scheppen van sfeer met bijvoorbeeld ‘aannemingsbedrijf Walinco’ hoewel Walinco zich juist altijd presenteert als funderingsbedrijf en dat ook is. De genoemde ‘opdracht’ is suggestieve speculatie, niet meer of minder dan bluf. De opdrachtgever kan beamen, dat er geen intentie is om Walinco een funderingsopdracht te verstrekken. Er is ook geen offerte. Er is wel een offerte door een concurrerend bedrijf uitgebracht voor verbetering van de fundering.

In het onderdeel ‘Bierenbroodspot’ gaat de heer Van Weele in op de opdracht die mijn bedrijf verkreeg lange tijd na het kort geding in 1997. Daar was tijdens het kort geding geen sprake van. Inzake de adviezen van de heer Van Weele in dezelfde rechtszaak kan ik zeggen, dat hij het advies schreef, hoewel IFCO, waar hij nauw bij betrokken was, al in eerdere fase in opdracht van de verzekeraar betrokken was geweest inzake het beoordelen van het funderingsontwerp en de uitvoeringswijze, evenals trillingsmetingen en besprekingen inzake overig onderzoek. IFCO moest dus het eigen advies – naar mijn mening helaas verkeerd uitgepakt – verdedigen. De partijdigheid die de heer Van Weele mij verwijt lijkt dus veeleer op hemzelf van toepassing.

De heer Van Weele tracht in zijn stuk te bewijzen, dat zijn visie juist is door aan te tonen, dat de mensen die de andere visie aanhangen er geen of minder verstand van hebben. Dat is echter een principieel onjuiste manier van werken. De omgekeerde redenering is wel juist. Het is namelijk mogelijk door een technische beschouwing aan te tonen, dat iemand ongelijk heeft. Als dat een elementair onderdeel van de wetenschap betreft, en als de betrokken specialist ook bij zijn standpunt blijft, toont dat aan, dat de betrokken specialist ofwel geen verstand ervan heeft, ofwel partijdig is.

Hierover gaat het volgende betoog inzake technische aspecten van twee van de vier gevallen.

Het Groene Pandje

De fundering op staal van het Groene Pandje in Barneveld was gedeeltelijk verzakt bij het bouwen van een kelder ernaast. De heer Van Weele schrijft in zijn rapport: “De fundering op staal van de rechter zijgevel is weliswaar gezakt en iets verschoven, maar zij heeft in de vorm van kwaliteit en draagvermogen niet ingeboet. De bestaande fundering is even goed voor zijn taak berekend als voor het evenement. Omdat langs het restaurant de stalen damwand in de grond is achtergebleven zullen daar geen vervormingen meer op treden, zodat herstel verantwoord is.” Ik heb daarop gesteld, dat deze voorstelling van zaken misleidend is.

In zijn brief in Cobouw schrijft de heer Van Weele: “Helaas voor hem ziet De Waal dat zelf onjuist. Er zijn tientallen eerdere gevallen geweest, die vergelijkbaar zijn en waarbij een verzakte fundering op staal met succes werd gehandhaafd.”

Wat is er nu allemaal op dit verhaal van de heer Van Weele aan te merken?

a) De belangrijkste eigenschap van de fundering is het vervormingsgedrag. Het draagvermogen is slechts een daarvan afgeleide waarde.

b) De uitspraak uit het rapport is zonder uitgebreid onderzoek voorbarig. Naar mijn stellige mening is de uitspraak onjuist. Want bijvoorbeeld verhogingen of wisselingen van belasting of trillingen kunnen in de meeste gevallen voor verdere zakking zorgen.

c) Volgens opgave van de heer Heesbeen is geconstateerd door middel van metingen, dat er na de gebeurtenis wel degelijk nog zettingen zijn geweest. Dat was ook te verwachten.

d) De uitspraak wordt in het rapport niet bewezen of aannemelijk gemaakt. Er is geen verwijzing naar enige meting of onderzoek die de stelling ondersteunt. Dit is onwetenschappelijk en is onacceptabel voor een hooggeleerde.

e) De heer Van Weele zegt, dat in tientallen eerdere gevallen met succes geen maatregelen zijn genomen. Het zal in ieder geval voor de verzekeringsmaatschappij succes hebben opgeleverd. Maar voor de eigenaar kunnen er toch onaangename gevolgen zijn.

f) De heer Van Weele heeft kennelijk ook niet gedacht aan de eigenaar van het gebouw die een paar jaar later de belasting op zijn pand met bijvoorbeeld een extra verdieping wil verzwaren. Deze eigenaar zal dan mogelijk buiten zijn schuld extra kosten moeten maken voor verzwaring van de fundering.

g) Mocht de heer Van Weele nog steeds van mening zijn (wat mij en vele deskundigen onbegrijpelijk voorkomt), dat er na het gebeurde geen zakking meer zou optreden, dan moet zijn wetenschappelijke ervaring toch zeker hebben aangegeven, dat een dergelijk vermoeden geen zekerheid is.

h) Ik weet zeker, dat de heer Van Weele deskundig genoeg was om te weten, dat zijn verklaring tenminste een stap te ver ging.

i) De heer Van Weele weet met zijn ervaring in schades en rechtszaken, dat het vaak tamelijk moeilijk, kostbaar en tijdrovend is om het tegendeel van zijn uitspraak te bewijzen. Als er in Nederland slechts een professor in de funderingstechniek is, dient die professor zich te realiseren, dat het voor de tegenpartij moeilijk en in de meeste gevallen praktisch onmogelijk is om voldoende tegenwicht te realiseren tegen de mening van de allerdeskundigste specialist.

j) Mijn rechtsgevoel zegt mij, dat een buurman die benadeeld wordt door schade door bouwwerkzaamheden voor elke cent en voor elk risico schadeloos gesteld dient te worden door de bouwer. Ook als de deskundige vindt, dat de schade of het risico slechts minimaal is.

k) In zijn verklaring schrijft de heer Van Weele, dat kwaliteit en draagvermogen van de fundering ongewijzigd zijn. Strikt formeel technisch zou deze uitspraak de mogelijkheid open laten, dat de fundering naderhand nog enige zakking vertoont. Want zakking is iets anders dan draagvermogen of kwaliteit. De uitspraak geeft technisch het gevoel, dat het waar is, maar de hele strekking van de uitspraak met “even goed voor zijn taak berekend als voor het evenement” geeft een ieder de indruk, dat alles in orde is. Met andere woorden: Er wordt een uitspraak gedaan die de technische schrijver een gevoel van waarheid zou kunnen geven, maar de lezer op het verkeerde been zet.

Dan probeert de heer Van Weele nog om mijn verhaal onderuit te halen met: “Waar blijft de vereiste zorgvuldigheid van De Waal om zonder voldoende specifieke kennis en ervaring op het gebied van funderingen op staal in zand- grond te beweren, dat …” Deze zin van de heer Van Weele zegt niets over mij of over mijn uitspraken. Deze bluf tekent wel de afwezigheid van zijn argumenten.

Ronduit curieus is zijn uitspraak op bladzijde 1 in de krant van 26 februari 1999, waarin hij motiveert, dat ik geen verstand heb van geotechniek door onder andere te zeggen “.. een vakgebied dat hij zich in de praktijk heeft eigen gemaakt zoals zoveel meer mensen.” Daarna komt hij in Cobouw van 18 maart 1999 met het argument hierboven genoemd onder D, namelijk de “tientallen eerdere gevallen”. Hij redeneert zelf typisch op basis van de ervaring die “hij zich in de praktijk heeft eigen gemaakt”.

Bierenbroodspot

Inzake het rapport Singel 447/449 constateerde ik een soortgelijke werkwijze van de heer Van Weele als hierboven beschreven. Echter dit rapport staat bol van onjuistheden en orakel-achtige uitspraken. Ik licht daar twee gevallen uit.

Geval 1

Er werden funderingswerkzaamheden uitgevoerd direct naast de rechter bouwmuur van het pand Singel 449. Het pand Singel 447 bevindt zich direct links van 449. De bouwer ging over tot een funderingsversterking van de rechter bouwmuur van 449 alvorens in de nabijheid over te gaan tot het funderingswerk. Naar de mening van de eigenaars van Singel 447/449 en adviseurs ontstond er zakking en schade tijdens werkzaamheden ten behoeve van fundering en bouwput van de nieuwbouw direct ernaast.

De heer Van Weele schrijft: “Bovendien is de zakking van de fundering veroorzaakt door een eigen gebrek, waaraan een te verwaarlozen kleine zakking kan zijn toegevoegd door de nieuwbouw.” Verder is gemeten tussen 17 juli 1995 en (waarschijnlijk) eerste helft 1997, op verzoek van de heer Van Weele, dat gezakt zijn in die periode: linkerzijde 447 (7 mm), rechterzijde 447 (43 mm), linkerzijde 449 (49 mm) en rechterzijde 449 (40 mm).

Mijn verklaring van die getallen is eenvoudig. Door versterking van de fundering aan de rechtermuur van 449 was deze in tamelijk goede staat, waardoor hij minder verzakt is in verhouding tot zijn zeer korte afstand tot de werkzaamheden. De heer Van Weele komt echter met een verhaal waarmee hij de door hemzelf gevraagde metingen tracht te weerleggen. “Tussentijds zijn er geen metingen uitgevoerd, zodat slechts een enkele verschilwaarde ter beschikking staat. Bovendien wordt opgemerkt, dat de meetpunten voor Singel 449 spijkers in het houtwerk betreffen, waardoor betrouwbaarheid van de uitkomst te wensen overlaat. De meetpunten in 447 bevinden zich in de loskomende voormetseling en ook dat komt nauwkeurigheid van de metingen, om het zakkingsgedrag van de voorgevel te beoordelen, niet ten goede. Er bestaan daarom twijfels over deze uitkomsten, omdat deze inhouden, dat de voorgevel van 447 een extra scheefstand moet hebben opgelopen van 43-7 = 36 mm en een dergelijke toename moet zich duidelijk aftekenen rondom de staalplaten, die boven de raampartijen zijn geschroefd. Deze staalplaten tonen echter aan, dat van een zodanige schranking sedert juli 1995 geen sprake is geweest.”

Op zeer subjectieve gronden wordt een meetresultaat opzij gezet. Het rapport van Schiebroek twijfelt hierbij terecht aan “het wetenschappelijk geweten van de rapporteur”. Verder tonen de staalplaten niets aan. Overigens werd genoemde funderingsversterking wel in het rapport van de heer Van Weele vermeld, maar zonder die in verband te brengen met het schadeverloop of verloop van zakking. De conclusie van de heer Van Weele: “In voorgaande is aangetoond, dat de zakking en de verschilzakking van 447 zich vrijwel geheel hebben voorgedaan alsof er geen nieuwbouw heeft plaatsgevonden.” Zijn schimmige redenering lijkt hiermee tot werkelijkheid te zijn gepromoveerd. De allerdeskundigste professor vertelt een tamelijk discutabel verhaal, waarbij de meest aangewezen verklaring van het fenomeen verzwegen wordt.

Geval 2

Uitspraak van de heer Van Weele: “Alle maatregelen, die mogelijk waren om de trillingsoverlast te beperken, zijn door de aannemer op dit werk getroffen. Zijn werkwijze getuigt van zorgvuldigheid.”

Ten eerste zijn de damwandplanken ingetrild. Weliswaar na voorboren, maar toch getrild. Echter ook het voorboren is niet zonder schaderisico. Er bestaan geheel trillingvrije technieken (ook zonder boren) om een wand in te brengen. Het indrukken van de damwand zou van grote zorg hebben getuigd. Er zijn dus niet “alle maatregelen, die mogelijk waren”, getroffen. Er zijn slechts maatregelen getroffen, niet alle mogelijke maatregelen.

Daarnaast is er nog discussie of alle getroffen maatregelen wel zo verstandig waren, want er is zowel voor de palen als voor de damwand geboord. Hooggeleerd begrip verandert daar niets aan. Elke bouwvakker kan het begrijpen.

Conclusie

Diverse malen verwijt de heer Van Weele mij, dat ik spreek over zaken waar ik onvoldoende specifieke kennis en ervaring heb. Op dat moment spreekt hij over iets dat hij niet heeft kunnen controleren, zodat de uitspraak veeleer op hemzelf van toepassing is.

Inzake mijn technisch commentaar heb ik tot dusverre nog geen weerwoord gehoord. De heer Van Weele schrijft in zijn brief, dat hij de vier genoemde gevallen behandelt. In werkelijkheid geeft hij betrokken mensen een behandeling.

Het probleem met de volstrekt foute redeneringen is, dat een vertekend beeld van de soms toch al niet geheel duidelijke situatie opgebouwd wordt. De redeneringen apart zijn voor een buitenstaander niet te beoordelen. De rechter of de verzekeringsmaatschappij denkt dan, dat het hele verhaal logisch in elkaar steekt en dat de conclusies in orde zijn. In kringen van technici en wetenschapsmensen is deze werkwijze wel toelaatbaar, want daar maken deskundigen een scheiding tussen zin en onzin.

Ik denk, dat er sprake is van een bijzondere technische intuitie en inventiviteit gecombineerd met meesterlijke overtuigingskracht, die in rechtszalen een leven zijn gaan leiden los van ethiek en wetenschap. Correctie daarvan was nodig. Hoeveel huiseigenaren zijn door deze praktijk benadeeld?

V.J. de Waal, Amsterdam

Intuitie en inventiviteit zijn eigen leven gaan leiden, los van ethiek en wetenschap

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels