nieuws

Het probleem van de afscheidskus op een vliegveld

bouwbreed

Oorlogstijd, Casablanca, het vliegtuig op de achtergrond start de motoren. Humphrey Bogart tegen Ingrid Bergman: “You’d better hurry, otherwise you’ll miss your plane”. Zij draait zich om naar het vliegtuig, hij verdwijnt de andere kant uit beeld. Dat was nog eens een duidelijk afscheid. Zo’n scene kun je tegenwoordig niet meer filmen. Een afscheidskus als zij het terminalgebouw ingaat? Of in de rij voor de incheckbalie? Vlak voor de douane? Wuiven als zij afslaat naar de tax-free winkels? Of vanaf het panoramaterras naar een anoniem vliegtuig – hopelijk het goede – zwaaien?

Er bestaat niet een archetypisch beeld hoe een vliegveldterminal eruit moet zien, zoals stations er onmiskenbaar als stations uitzien. Daarom zijn het vormeloze, holle gebouwen waar onduidelijk is wanneer de afscheidskus moet worden gegeven. Door die associatie met leegte en verveling staan vliegvelden overal ter wereld ter discussie. Niemand vindt ze leuk, niemand wil ze hebben, ze worden getolereerd als noodzakelijk kwaad.

Zo althans schildert architectuurdocent Mark Cousins van de Architectural Association in Londen het dilemma van het moderne vliegveld. Hij was een van de vele sprekers op een symposium in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) over het vliegveld als stad van de toekomst.

‘Publiek kwaad’

Vliegvelden zijn sinds de tijd van Casablanca uitgegroeid tot complete steden. Maar het ontwerp en de inpassing van deze steden is problematisch. Dat klonk ook door in de bijdragen van de andere sprekers, vooral in menige slip of the tongue. Zo liet PvdA-kamerlid Rik van der Ploeg zich ontvallen dat vliegvelden een “publiek kwaad” zijn. Hij haastte zich eraan toe te voegen dat dat slechts een economische vakterm is. Van der Ploeg probeerde ermee aan te geven dat vliegen in elk geval geen publiek goed is en niet langer rijkssubsidie verdient.

Schiphol-ontwerper Jan Benthem onderschreef dat vliegvelden inderdaad voor de helft van de passagiers een probleem zijn, namelijk de vertrekkende helft. De aankomers gaan zo snel mogelijk weg, de vertrekkers moeten worden beziggehouden. Het is zelfs zo sterk, dat zonder de bijkomende economische activiteiten in en rond de terminals vliegvelden niet rendabel zouden zijn.

Van alleen het vliegen kunnen we niet leven, beaamde Schiphol-manager Krul. Schiphol ontwikkelt zich daardoor tot een heuse stad, “behalve dan dat er niet gewoond wordt”. Een soort spookstad dus. Een stad ook zonder publieke ruimte, zonder openbaar stadsplein, want alle ruimte is prive-eigendom.

Krul ging wijselijk niet in op de vraag of al die nevenactiviteiten op den duur de groei van Schiphol niet zouden verstikken. AVBB-voorman Brinkman zag echter nauwelijks een probleem in de toekomst. Er moest nu snel beslist worden over de uitbouw van Schiphol, omdat daar al dertig jaar over is gepraat. “Geen erg sterk argument, dat geef ik toe”, reageerde hij op het gelach uit de zaal, en voegde er snel aan toe dat natuurlijk eerst nog even gekeken moest worden hoe een en ander moest worden ingepast “met wat bossen en meren”.

‘Taboe’

Hoe Schiphol kan worden uitgebouwd tot heuse stad had Rem Koolhaas ruim een jaar geleden al uitgezocht voor deze firma. Hij presenteerde een plan waarin alles wat maar bebouwd kon worden in de omgeving van luchthaven, tot de uiterste grens ook was bebouwd. Deze vliegveld-stad tussen Zuid-As en Hoofddorp zou de stad Amsterdam overbodig maken.

Vraag uit de zaal was wat de status was van dit plan. Koolhaas: “Het zal op Schiphol ergens diep in een la liggen, want het is absoluut taboe”.

Voorlopig zal ter afscheid dus nog gegeven gekust moeten worden in een spookstad zonder bewoners, in een vagelijk begrensd niemandsland genaamd “departure”.

In het NAi is nog tot en met 8 maart een tentoonstelling te zien waarin negentien vliegvelden met elkaar worden vergeleken; in het nabijgelegen Foto Instituut is tot en met 15 maart een tentoonstelling over de verbeelding van het vliegveld in de fotografie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels