nieuws

Aansprakelijkheid voor kantoorpersoneel onderaannemer?

bouwbreed

Al vaker is op deze plaats aandacht besteed aan de bepalingen van de ketenaansprakelijkheid. In augustus 1996 is een wetsvoorstel tot uitbreiding en aanpassing van de ketenaansprakelijkheid ingediend, maar dat is nog steeds niet aangenomen. Misschien verwacht u een windstilte, maar de wind is zeker nog niet definitief gaan liggen. Nog iedere week verschijnen de tastbare bewijzen van het ‘gekibbel’ van fiscus en bedrijfsvereniging met aansprakelijkgestelden in de vakbladen.

Uiteraard is de aansprakelijkheid zelf vaak onderwerp van discussie. Toch zijn er ook veel situaties waarin de aansprakelijkheid zelf niet bestreden wordt. Steeds vaker berusten aannemers in het karakter van de risico-aansprakelijkheid. Wat een aannemer in veel gevallen ‘slechts’ nog rest, is het bestrijden van de hoogte van de aansprakelijkheid. In eerste instantie stellen fiscus en bedrijfsvereniging namelijk het totale bedrag van de aansprakelijkheid vast. Hierbij wordt vaak rekening gehouden met een bruteringelement (de niet ingehouden loonheffingen wordt zelf ook weer als nettobetaling aan de werknemer beschouwd). Voorts wordt in veel gevallen rente in rekening gebracht en is er incidenteel zelfs sprake van het aansprakelijk stellen voor verhogingen. Door stelling te nemen tegen bepaalde onderdelen van de aansprakelijkheid, trachtten aansprakelijk gestelde aannemers regelmatig de schade te beperken. Vaak zonder veel succes.

Veel meer succes hadden aannemers die stelden niet aansprakelijk te zijn voor de zogenaamde indirecte loonkosten die fiscus en bedrijfsvereniging meenamen in de berekening. Weliswaar werden zij in lang niet alle gevallen in het gelijk gesteld, maar incidenteel was toch sprake van een succes in de strijd met fiscus en bedrijfsvereniging.

Wat zijn nu die indirecte loonkosten? Indirecte loonkosten zijn kosten die, het woord zegt het al, niet direct relateren aan een door de aannemer uitgevoerd werk. In tegenstelling tot de directe loonkosten, zoals de kosten van timmerlieden, elektriciens, metselaars en schilders die op het werk aanwezig zijn, is van indirecte loonkosten niet het rechtstreekse verband met het uitgevoerde werk aan te geven. Sprekende voorbeelden van indirecte loonkosten zijn de kosten van werkvoorbereiders, calculatoren, planners en uitvoerders maar ook de kosten van administratief en leidinggevend personeel.

Aansprakelijkheid

De wettelijke bepalingen op het gebied van ketenaansprakelijkheid spreken niet met zo veel woorden over indirecte loonkosten. Er wordt slechts gesteld dat de aannemer aansprakelijk is voor de loonheffingen die de onderaannemer is verschuldigd in verband met het verrichten van werkzaamheden door zijn werknemers ter zake van dat werk. Op het eerste gezicht lijkt het niet dat indirecte loonkosten uitgezonderd zijn. Immers, ook calculatoren en planners zijn werknemers die bezig zijn met het verrichten van werkzaamheden. Essentieel zal dus zijn in hoeverre de werkzaamheden “ter zake van dat werk” worden verricht. Althans op basis van de wettelijke bepalingen. De lijn die de rechtspraak hanteert lijkt iets minder genuanceerd.

In 1992 besliste de Centrale Raad van Beroep (hoogste rechtsprekende orgaan in premiezaken) dat slechts die loonkosten, die direct en aanwijsbaar toegerekend kunnen worden aan een bepaald aangenomen werk, in aanmerking kunnen worden genomen bij de aansprakelijkstelling. Sommige mensen hebben wel gesteld dat deze zinsnede impliceert dat slechts de directe loonkosten kunnen worden betrokken in een eventuele aansprakelijkstelling. Toch kan men hier niet zo maar van uitgaan.

De Raad noemt namelijk de term loonkosten en spreekt niet van directe loonkosten. Wel duidelijk is dat de loonkosten die in een aansprakelijkstelling worden betrokken, aanwijsbaar moeten kunnen worden toegerekend aan het bepaalde werk.

Dit zal dus inhouden dat de loonkosten van personeel dat werkzaam is op de administratieve afdeling – en zich daar slechts bezighoudt met algemene werkzaamheden zoals boekhouding of salarisadministratie – nimmer in de aansprakelijkheid kunnen worden betrokken. Wat overblijft zijn de kosten van kantoorpersoneel dat weliswaar bij het werk betrokken is, maar wellicht niet of slechts tijdelijk fysiek op het werk aanwezig is. Denk andermaal aan de calculatoren, planners en werkvoorbereiders. De loonkosten van deze werknemers kunnen in principe in de aansprakelijkheid worden betrokken indien en voor zover zij aantoonbaar aan het werk relateren. Indien een planner dus bij meer werken is betrokken, kan slechts dat gedeelte van zijn tijd (en daarmee samenhangende kosten) dat hij aantoonbaar aan een bepaald werk heeft besteed, in de eventuele aansprakelijkheid voor dat betreffende werk worden betrokken.

Wordt een aannemer aansprakelijk gesteld voor de loonheffingen en premieschulden van een door hem ingeschakelde onderaannemer, dan is het voor de aannemer dus van belang te weten of en in hoeverre de indirecte loonkosten van de onderaannemer in de omvang van de aansprakelijkstelling zijn betrokken. Is dat het geval, dan zal bekeken moeten worden of dit terecht is. En indien dat zo is, of de hoogte van de indirecte kosten correct is berekend. De fiscus en de bedrijfsvereniging zullen de hoogte van de indirecte kosten namelijk veelal (ruim) schatten. Om het bovenstaande te controleren is nodig dat de aannemer inzicht heeft in de werkzaamheden van het indirecte personeel van de onderaannemer. Omdat de betreffende onderaannemer waarschijnlijk gefailleerd is en het niet gemakkelijk is om de administratie – indien uberhaupt beschikbaar – van de onderaannemer in te zien, zal de aannemer in veel gevallen moeite hebben om de schatting van fiscus en bedrijfsvereniging te weerleggen.

Conclusie en aanbeveling

De kosten van kantoorpersoneel van de onderaannemer kunnen bij een aansprakelijkstelling van de aannemer in de som van aansprakelijkheid worden opgenomen, indien en voor zover deze kosten aanwijsbaar relateren aan een werk dat door deze onderaannemer is verricht. Hierbij valt vooral te denken aan de kosten van planners, calculatoren en uitvoerders.

De kosten van personeel dat slechts algemene werkzaamheden verricht zonder enige directe relatie met een werk, moeten buiten de aansprakelijkheid blijven. Om bij een eventuele aansprakelijkstelling de fiscus en bedrijfsvereniging van repliek te kunnen dienen, is inzicht in de indirecte kosten noodzakelijk. Omdat het praktisch onmogelijk lijkt dat aannemers van hun onderaannemers (behalve mandagenregisters van het directe personeel) waar mogelijk ook urenspecificaties moeten vragen van ‘indirect’ personeel, is het vaak moeilijk om dit inzicht te krijgen. Toch verdient het aanbeveling om van de onderaannemer zo veel mogelijk informatie op te vragen over de toerekening van dergelijke kosten. Slechts op die wijze heeft de aannemer een redelijke kans de omvang van zijn aansprakelijkheid te beperken.

Dit artikel is geschreven door mr P. van Min, werkzaam bij Arthur Andersen Belastingadviseurs te Rotterdam, geassocieerd met Wouters Advocaten. Bij vragen kunt u de auteur bereiken onder telefoonnummer 010 – 242 16 00.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels