nieuws

Voorfinanciering redt infraprojecten Netelenbos denkt dat provincies tevreden zijn

bouwbreed Premium

amsterdam – Voorfinanciering moet uitgestelde infrastructurele werken redden. Minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) zegt te denken dat de meeste provincies nu tevreden zijn. Zij gaf dit te kennen tijdens het Nederlands Wegencongres in Amsterdam.

De bestuurlijke overleggen van de afgelopen weken lijken niet vergeefs te zijn geweest. Volgens Netelenbos is dankzij creativiteit van lagere overheden voor een groot aantal projecten een oplossing gevonden. Vandaag zal zij duidelijk maken om welke projecten het gaat en op welke wijze in de financiering is voorzien.

Wel lichtte zij een tipje van de sluier. “Er wordt meer gefinancierd dan in het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport is voorzien. Het betreft vooral voorfinanciering. Minister Zalm (Financien, red.) als bank van lening en de rentelasten voor de regio. Ik denk dat alle provincies nu tevreden zijn”, zei een opgewekte minister. Zij kreeg de afgelopen weken praktisch alle provincies over zich heen doordat in het MIT een groot aantal regionale projecten geschrapt waren of in elk geval naar de toekomst waren verschoven. Niet alle problemen zijn nu opgelost. Zo is er voor de Tweede Coentunnel nog geen financiering. De bewindsvrouwe hoopt dat het bedrijfsleven hier brood in ziet. “De Coentunnel kan ik u aanbevelen als pps-project, dan mag u nog tolheffen ook”, zo hield zij de verzamelde wegenbouwers voor.

Netelenbos hoopt in zijn algemeenheid dat publiek-private samenwerking (pps) voor infrastructurele projecten nu eindelijk van de grond komt. Zij verklaarde zich te beseffen dat het succes van pps in hoge mate afhangt van het tijdstip waarop private partijen worden betrokken bij een project. “Nu zie je vaak dat een project bijna is uitgedacht en dat daarna aan private partijen wordt gevraagd of zij bereid zijn te participeren. Het enthousiasme is dan niet groot.”

Sturen

Toch ziet zij wel mogelijkheden juist als het gaat om meervoudig ruimtegebruik. Daarbij wees zij onder meer op Sijtwende en de A4 Midden-Delfland. “Benutten van de lucht boven infrastructuur kan aantrekkelijk zijn voor private investeerders. We zullen moeten nadenken hoe we dat meer kunnen sturen”, aldus Netelenbos.

In januari hoopt zij wat dit betreft een eerste aanzet te kunnen geven voor de discussie hoe een en ander in het vat wordt gegoten. Dan komt zij met de perspectievennota, een opmaat voor het Nationaal Verkeers- en Vervoersplan, zoals zij het derde Structuurschema Verkeer en Vervoer wil noemen.

Decentralisatie

“Daarin zullen wij aangeven hoe we denken over de infrastructuur tussen nu en 2030. Ik nodig u allemaal uit daarover mee te praten.”

De minister kondigde in dit verband wel aan dat zij denkt aan een verdergaande decentralisatie van het verkeers- en vervoersbeleid. “In de toekomst zult u dus vaker met de provincies moeten praten over wegenbouwprojecten”, hield zij haar gehoor voor.

Haar hoop voor de strijd tegen de congestie in Nederland is overigens niet gevestigd op het leggen van meer asfalt. “Dat zouden de burgers ons achteraf niet in dank afnemen.” Betere benutting van de bestaande infrastructuur en mobiliteitsbeheersing zijn pijlers waar zij meer in ziet. Daarmee moet rekening worden gehouden in de ruimtelijke ordening. “Om mobiliteit te beheersen, zou vooral moeten worden gebouwd langs openbaar vervoersassen. Op die manier stimuleer je de bewoners de auto te verruilen voor het openbaar vervoer.”

Reageer op dit artikel