nieuws

Hoe bind ik een opvolger aan mijn bedrijf?

bouwbreed Premium

Ik ben vijftig jaar en exploiteer een aannemingsbedrijf in een bv. Binnen mijn familie heb ik geen opvolgers, maar mijn adjunct (veertig jaar) zou in de toekomst mijn bedrijf kunnen overnemen. Ik zou hem nu aan mijn organisatie willen binden om te voorkomen dat hij op zoek gaat naar een andere baan. Bovendien wil ik met hem nu reeds concrete afspraken maken voor een volledige overname van mijn bedrijf over vijf jaar tegen een redelijke prijs (of mede-eigenaar). Hij levert tenslotte al jaren een belangrijke bijdrage aan de meerwaarde van mijn bedrijf. Hoe kan ik dit aanpakken?

U kunt met uw adjunct een optiecontract sluiten, met bijvoorbeeld een looptijd van vijf jaar onder de voorwaarde dat hij bij u in dienst blijft. Dat optiecontract geeft uw adjunct recht op de aankoop van aandelen in uw bv tegen een vooraf vastgestelde prijs op een vooraf vastgesteld moment. Het voordeel is dat uw adjunct nu nog geen overnamesom hoeft te betalen, maar wel de zekerheid krijgt dat hij uw bedrijf kan overnemen.

Stel u geeft in 1998 uw adjunct een voorwaardelijk optierecht op de aankoop van vijfhonderd aandelen binnen een termijn van vijf jaar. Na ieder jaar wordt het voorwaardelijk optierecht op honderd aandelen onvoorwaardelijk, omdat uw adjunct ook dat jaar in dienst is gebleven. Jaarlijks moet de waarde van de onderliggende aandelen voor de fiscus worden vastgesteld. Na vijf jaar is het totale pakket aandelen onvoorwaardelijk geworden. Een optiecontract kan al via een onderhandse akte worden geregeld.

Loon in natura

Als u een optierecht aan een werknemer verstrekt, vormt dit loon in natura dat aan loon- en premieheffing is onderworpen.

Op 26 juni 1998 is het wettelijk waarderingsvoorschrift gewijzigd. Voor optierechten verleend voor de inwerkingtreding van het nieuwe waarderingsvoorschrift, blijft nog vijf jaar (tot 26 juni 2003), het gunstige 7,5 procent-forfait van kracht.

Stel nu in het voorbeeld dat uw adjunct in het eerste jaar een onvoorwaardelijk optierecht over de eerste honderd aandelen verwerft met een looptijd van vijf jaar. De waarde in het economisch verkeer en de uitoefenprijs bedragen beide 150 gulden. In deze situatie bedraagt onder het oude regime de te belasten waarde van de optie 7,5 procent van 15.000 gulden (honderd x 150 gulden)= 1125 gulden. Dit bedrag vormt een bijtelling voor uw adjunct waar hij, afhankelijk van zijn belastbaar inkomen, 50 procent of 60 procent inkomstenbelasting over betaalt.

De inhouding van loonbelasting moet u als werkgever doen op het moment van onvoorwaardelijk worden van het optierecht (niet het moment van het verlenen van het optierecht).

Waardering

U kunt de aandelenwaardering door uw accountant laten uitvoeren. Er is over de waarde van aandelen in een bv met de fiscus regelmatig een discussie. De waarderingsformule die vaak wordt toegepast gaat uit van een gewogen gemiddelde van de intrinsieke waarde en de rentabiliteitswaarde. De intrinsieke waarde is het zichtbaar eigen vermogen op de balans, gecorrigeerd met de stille reserves. De rentabiliteitswaarde wordt gebaseerd op de toekomstige winstverwachtingen, waarbij rekening wordt gehouden met het te lopen risico en de gestelde rendementseisen. In de verhouding intrinsieke waarde (1) staat tot rentabiliteitswaarde (2), gedeeld door factor 3, wordt vaak een acceptabele waarde vastgesteld.

Forfaitaire regeling

Sinds 26 juni 1998 is een nieuwe wettelijke forfaitaire regeling voor de waardering van aandelenopties in een bv van kracht. Daarbij wordt de waarde van het optierecht gesteld op de som van de intrinsieke waarde (verschil tussen uitoefenprijs en waarde van het onderliggende aandeel) plus de verwachtingswaarde van het optierecht met een minimum van 4 procent van de waarde van het aandeel op het inhoudingstijdstip (moment dat het optierecht onvoorwaardelijk wordt).

De fiscus vindt dat ook de waardesprong tussen het moment waarop het optierecht te gelde wordt gemaakt (bijvoorbeeld verkoop van het optierecht of uitoefening van het optierecht), is belast wanneer dit gebeurt binnen drie jaar na verlenen van het optierecht. De belasting kan dan dus oplopen tot maximaal 60 procent van de waarde van het onderliggende aandeel.

Wanneer de werknemer meer dan 5 procent van de aandelen in zijn werkgever verwerft, of optierechten bezit om ten minste 5 procent van het geplaatste kapitaal in de werkgever te kopen, dan heeft deze werknemer een aanmerkelijk belang in de werkgever. Daarmee gaan voor hem speciale regels gelden. Het komt er kort gezegd op neer dat er eisen worden gesteld aan de hoogte van het salaris van de werknemer, en dat de opbrengsten die samenhangen met de opties of aandelen in de werkgever worden aangemerkt als winst uit aanmerkelijk belang. Over deze winst is de werknemer ten minste 25 procent inkomstenbelasting verschuldigd.

Belastingheffing

Volgens de nieuwe forfaitaire waarderingsregeling moet de waarde van het optierecht van uw adjunct in het voorbeeld (honderd aandelen van 150 gulden) worden gesteld op 20 procent van 15.000 gulden = 3.000 gulden. Uw adjunct gaat daar in zijn 50 procent IB-schijf vanaf het eerste jaar al 1500 gulden belasting over betalen.

Het oude waarderingsvoorschrift voor niet beursgenoteerde aandelenopties was aanmerkelijk gunstiger voor uw adjunct. Maar het blijft nog steeds interessant om uw potentiele opvolger via een optierecht aan u te binden.

Paul Schol. Voor vragen over accountancy en belastingzaken kunt u bellen met Moret Ondernemersservice, Arnhem, telefoon 026 – 32 09 509.

Reageer op dit artikel