nieuws

Bouwput Oost-Europa is mijnenveld

bouwbreed

rotterdam – Werk aannemen in oostelijk Europa staat niet zelden gelijk aan vrijwillig een mijnenveld inlopen. Wat de ene dag een solide bouwproject of een solvabele opdrachtgever leek, kan de volgende dag al een luchtkasteel blijken.

Het juridisch systeem van oostelijk Europa functioneert nog gebrekkig, zo bleek op een bijeenkomst van de Rotterdamse Kamer van Koophandel. De bouwer moet voor een realistische aanbesteding niet alleen naar de rechten en verplichtingen in de aannemersovereenkomst kijken maar ook naar de juridische omstandigheden waaronder een werk tot uitvoering komt.

Centraal- en Oost-Europa verkeren in complexe en vaak slecht geordende feitelijke en juridische omstandigheden, weet jurist mr. P. Tubbergen. Zo proberen Tsjechie en Hongarije met de strenge Duitse milieuwetten de vervuiling weg te werken die de voormalige staatsbedrijven achterlieten. Eigendom is door onder meer een slecht functionerend kadaster moeilijk vast te stellen. Belastingen die per regio kunnen verschillen maken fiscale heffingen onoverzichtelijk. Daar komt bij dat landen als Rusland, Roemenie en Bulgarije regels voor import en export vaak wijzigen.

Deurwaarders

Zelfs in meer westers ogende landen als Polen en Tsjechie kampen de rechtbanken veelal met aanzienlijke achterstanden terwijl de rechters slechts beperkte ervaring hebben met ingewikkelde kwesties. Dat beperkt de mogelijkheden voor arbitrage. De uitvoering van een vonnis of een arbitrale beschikking valt of staat met de inzet van plaatselijke deurwaarders. In oostelijk Europa zijn dat vaak slecht betaalde en overbelaste ambtenaren van de overheid.

Toekomstige EU-landen als Tsjechie en Hongarije moeten voor grote projecten met een investering van meer dan 10 miljoen gulden de normen van Brussel hanteren. Correcte uitvoering van deze richtlijnen is volgens Tubbergen echter niet altijd juridisch en/of feitelijk af te dwingen. Een aannemer die verrassingen uit het aanbestedingsproces wil weren doet er goed aan kennis te nemen van de richtlijnen en hun variaties. Nog minder dan in Nederland kan de aannemer ervan uitgaan dat de Oost-Europese aanbesteder rekening houdt met alle relevante omstandigheden. Dat vereist kennis van de plaatselijke toestand en zeer vroegtijdig contact met de aanbieder.

Bij kleinere al dan niet particuliere projecten moet de inschrijver hoe dan ook de financiele draagkracht en bevoegdheden van de aanbesteder onderzoeken. Het is ronduit onverstandig geld voor te schieten als het contract niet is getekend. Maar een rechtsgeldig contract kan ook problemen veroorzaken. De zakelijke mentaliteit is veel harder dan in Nederland. Komt een contract voor de rechter dan nemen kwaadwillende partijen het vonnis niet zelden voor kennisgeving aan.

Goedkeuring

In oostelijk Europa loopt het vaak mis met contracten op basis van ‘uitvoering volgens het bestek van de opdrachtgever’. De vanzelfsprekendheden van een nationaal aannemingscontract gelden volgens Tubbergen namelijk niet. Een aannemer kan met de opgaven van de opdrachtgever eerst een ontwerp maken om dat pas na goedkeuring uit te voeren. Hier ontstaat nogal eens de indruk dat de bouwer een turnkey-contract aangaat. Het juridisch zwaarwegende verschil zit in de goedkeuring. Die geeft aan dat het om twee afzonderlijke contracten gaat. ‘Ontwerp’ en ‘uitvoering’ moeten afzonderlijk winst opleveren. Dit voorkomt dat de bouwer door moet gaan met een risicovol project omdat hij reeds teveel in het ontwerp investeerde.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels