nieuws

Voortgang Vinex-bouw vertoont wisselend beeld

bouwbreed Premium

Vanaf het begin van de Vinex-periode peilt het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) de voortgang van de woningbouw.

Na ruim drie jaar laat deze een wisselend beeld zien. Daarbij valt

op dat de BON-gebieden achterlopen op de gefaseerde taakstelling. R. Schnieders gaat in op deze achterstand en stelt zich de vraag of met name deze BON-gebieden aan hun bouwtaak kunnen voldoen.

Over anderhalf jaar is het eerste ijkpunt van het Vinex-beleid. Dan moet de woningvoorraad ten opzichte van 1995 zijn vermeerderd met 428.300 woningen. Het EIB peilt vanaf het begin van de Vinex-periode de voortgang van de woningbouw door de verleende vergunningen te vergelijken met de bouwtaak van verschillende gemeenten, gewesten en provincies. De cijfers over de verleende vergunningen komen per kwartaal beschikbaar. Om de vergelijking te kunnen uitvoeren is de bouwtaak evenredig verdeeld over de kwartalen in deze periode. De stand van zaken na veertien kwartalen Vinex-woningbouw laat een wisselend beeld zien (zie grafiek).

Landelijk gezien ligt de bouwproductie op schema, maar per geografisch gebied zijn er flinke verschillen. Kort gezegd komt het erop neer dat de woningbouw in de BON-gebieden een achterstand heeft opgelopen. Over het algemeen wordt erkend dat procedurele problemen de woningbouw op deze lokaties hebben vertraagd. Tot nu toe werd aangenomen dat de achterstand zou worden ingehaald. In het eerste halfjaar van 1998 is het aantal verleende vergunningen echter aanzienlijk afgenomen. Het aantal verleende vergunningen geeft inzicht in de woningproductie op korte termijn. Voor een aantal BON-gebieden kan verwacht worden dat de bouwactiviteit afneemt. In de tabel wordt het aantal verleende vergunningen over het eerste halfjaar van 1997 vergeleken met het eerste halfjaar van 1998.

Het aantal verleende vergunningen is in het eerste halfjaar van 1998 met gemiddeld bijna 10 procent gedaald. De grootste afname komt voor rekening van de grootste Vinex-locaties. Alleen voor lokaties rond het knooppunt Arnhem-Nijmegen en Haaglanden zijn meer bouwvergunningen aangevraagd.

Hoe moeten deze cijfers worden geinterpreteerd? Indien het aantal verleende vergunningen in het eerste halfjaar 1997 ruim boven de taakstelling zat, zou een daling in 1998 niet zorgwekkend zijn. In het eerste halfjaar van 1997 zijn 44.839 vergunningen verleend. In vergelijking met een halfjaarlijkse bouwtaak van gemiddeld 42.830 woningen lijkt het eerste halfjaar op schema te lopen. De bouwtaak is echter gedefinieerd als de netto-uitbreiding van de woningvoorraad. De netto-uitbreiding is het saldo van de nieuwbouw van woningen, verbouw van andere gebouwen tot woningen en woningsplitsing enerzijds en de onttrekking en samenvoeging van woningen anderzijds. De totale bouwtaak kan gerealiseerd worden bij een circa 15 procent hoger volume aan bouwvergunningen. Vanuit dat oogpunt voldoet het eerste halfjaar van 1997 niet aan de taakstelling. Voor de overige gemeenten is dat geen probleem omdat zij ruimschoots voorlopen op hun taakstelling. Dit ligt anders voor de meeste BON-gebieden omdat zij al ruim achter liggen op de gefaseerde taakstelling. In de tabel is te zien dat voor een aantal BON-gebieden het aantal vergunningen het eerste kwartaal van 1998 verder is teruggelopen.

In Cobouw van woensdag 30 september jl. merkte gedeputeerde Wolf van de provincie Zuid-Holland op dat de productie op de Vinex-locaties in deze provincie goed op gang is gekomen. De bewering is slechts gedeeltelijk waar. Hoewel het aantal voltooide woningen is toegenomen is dat nog altijd te weinig om aan de taakstelling te voldoen. De productie voor BON-gebied SRR ligt prima op schema, dit geldt niet voor Haaglanden: hier is een forse achterstand op de taakstelling. Hoewel het aantal verleende vergunningen in het eerste halfjaar van 1998 is toegenomen met 3 procent, is dit nog altijd te weinig om aan de taakstelling te voldoen. Ook de gemeente Leiden heeft te maken met een achterstand op de taakstelling.

De conclusie van Wolf dat de Vinex-locaties in Zuid-Holland goed presteren doet tegen de geschetste achtergrond wat geforceerd aan. Ook voor de provincie Zuid-Holland geldt dat het aantal te verlenen vergunningen in bepaalde Vinex- en BON-gebieden achterblijft.

Hoe erg is de achterstand? In 1995 zijn voor de periode 1995-2005 per regio Vinex-uitvoeringsconvenanten gesloten. De overheid verleent subsidies als per regio een vastgelegd aantal woningen wordt gebouwd. Landelijk wordt dat aantal gehaald, maar niet op de afgesproken lokaties. En subsidies worden alleen uitgekeerd als juist daar wordt gebouwd. Met name in de overige gemeenten is de afgelopen jaren fors gebouwd. Deze woningen komen dus in principe boven op de afgesproken Vinex-productie.

Wanneer we ervan uitgaan dat de behoefteramingen die aan de taakstelling ten grondslag liggen correct zijn, is het niet onlogisch dat de vraag op grotere Vinex-locaties achterblijft. Dit roept de vraag op in hoeverre gemeenten en bouwondernemers aan de taakstelling gehouden moeten worden. Gedeputeerde Wolf van de provincie Zuid-Holland merkt op dat woningen pas in aanbouw worden genomen als de vraag daar aanleiding toegeeft. In dat licht kan de recente daling van het aantal verleende vergunningen een indicatie zijn dat de vraag naar Vinex-woningen hapert.

Vinex heeft nog anderhalf jaar te gaan tot het eerste ijkpunt is bereikt. De vraag is reeel of met name de BON-gebieden aan hun bouwtaak kunnen voldoen.

R. Schnieders is verbonden aan het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid te Amsterdam.

Voortgang woningnieuwbouw vinextaak realisatie jan-jun jan-jun verschil ’95-’99 in % ’97 ’98 in % Nederland verleende vergunningen Vinex95.700 73,4 9.676 9.930 2,6 BON 190.800 52,6 15.975 13.431 -15,9 Overig 141.800 89,7 19.188 17.079 -11,0 Totaal 428.300 69,5 44.839 40.440 -9,8 BON Twente11.845 70,2 1.125 998 -11,3 BON KAN (Arnhem-Nijmegen) 18.400 56,3 1.3351.501 12,4 BON RBU (Utrecht) 24.610 34,5 1.1601.159 -0,1 BON ROA (Amsterdam) 73.600 45,7 5.3753.433 -36,1 BON Haaglanden 32.775 58,6 2.5072.589 3,3 BON SRR (Rotterdam) 36.800 72,3 3.0212.550 -15,6 BON SRE (Eindhoven) 21.390 40,8 1.4521.201 -17,3

Bron: CBS, bewerking EIB

Reageer op dit artikel