nieuws

Ventileren voor de huiszwam!

bouwbreed

De Serpula lacrimans, oftewel in goed Nederlands de huiszwam, is het meest bekende en gevreesde lid van het schimmelgeslacht Serpula. Deze vooral in gematigde klimaten woekerende zwam verteert al na korte tijd helemaal het door hem aangetaste houtwerk. Om dit te voorkomen dient de ruimte waarin het hout zich bevindt goed geventileerd te worden.

Dat had de architect die twee panden tot een bankgebouw wilde verbouwen zich kennelijk niet voldoende gerealiseerd. Toen vijf jaar later de bank weer werd verbouwd, ontdekte men dat een deel van de houten vloeren was aangetast door de huiszwam.

De twee huizen werden oorspronkelijk geventileerd via de kelder van een van beide panden. Dat werd op zijn beurt weer geventileerd via een koekoek en de trap met een deuropening naar de begane grond. Daarna was de koekoek door de huurder van het pand dichtgemetseld, zodat de ventilatie alleen nog via de deuropening naar de begane grond kon plaatsvinden. Toch was dat nog ruim voldoende.

Na de verbouwing was deze deuropening echter verdwenen en vervangen door een luik. Op grond van het verbouwingsontwerp van de architect werden bovendien twee andere koekoeken aan weerszijden van de trap naar de achteringang van de bank dichtgemaakt zodat ook de ventilatie daardoor onmogelijk werd.

Aan de voorwaarden voor zwamvorming werd zo op een ideale manier voldaan. Het ervoor benodigde hout was aanwezig, er was gebrek aan ventilatie en de vijf waterputten op de binnenplaats leverde het nodige vocht. Overal waren sporen van de huiszwam te vinden en omdat de zwam in staat is het vocht over grotere afstanden te transporteren vanaf de vochtbron naar elders aanwezig hout, kon ook oorspronkelijk kurkdroog hout door de zwam worden aangetast. Die aantasting vond niet alleen plaats op de begane grondvloer en de kozijnen van de koekoeken aan de binnenplaats. Ook de houten balken die door de aannemer tijdens de verbouwing gebruikt waren voor de ondersteuning van de vloer en ter plaatse op de grond waren blijven liggen, waren een goede voedingsbodem voor de zwam.

De huurder van het bankgebouw stelde de eigenaar van het bankgebouw aansprakelijk voor de ontstane schade en eiste dat hij direct de noodzakelijke werkzaamheden zou laten verrichten om de oorzaak weg te nemen en een nieuwe vloer te laten aanbrengen. Zijn brief werd direct doorgespeeld aan de aannemer omdat die en de architect in de ogen van de eigenaar/opdrachtgever van de verbouwing aansprakelijk waren voor de schade. Omdat beiden weigerden aansprakelijkheid te aanvaarden, liet de eigenaar de nodige herstelwerkzaamheden door een andere aannemer uitvoeren en vorderde daarna voor de Raad van Arbitrage de kosten ervan van zijn aannemer en architect.

Een van de beschuldigingen aan het adres van zijn aannemer was, dat die de vochtbron voor de zwamvorming niet had weggehaald. Diens opdrachtgever beriep zich daarbij op de besteksbepaling, dat de kosten van alle ten behoeve van het werk benodigde sloopwerken, inclusief de putten en de andere te slopen onderdelen, voor rekening van de aannemer kwamen.

De arbiters vonden dat de hier bedoelde sloopwerken alleen betrekking hadden op de werken die voor de verbouwing in de weg zaten of die de constructie zelf te veel zouden hebben verzwakt. Alleen die werken moesten dus volgens het bestek gesloopt worden. De sloop sloeg volgens de Raad dus niet op de vijf putten die voor de verbouwing op de binnenplaats aanwezig waren.

Die binnenplaats werd ongeveer 70 centimeter opgehoogd door op de aanwezige betontegels een laag bouwafval te storten. Die laag werd weer aangevuld en geegaliseerd met zand, waarop weer lagen polystyreen en plastic werden gelegd. Daarop kwam weer een 12 centimeter dikke betonvloer waarover een vloerverwarming en een 5 centimeter dikke anhydrietvloer werd aangebracht. Alle vijf putten verdwenen daar dus onder maar zij werden niet afzonderlijk dichtgemaakt of gesloopt.

Als zij de vochtbronnen waren voor de zwamvorming onder de begane grondvloer van de bank had de opdrachtgever in het bestek de verwijdering van deze putten moeten voorschrijven. Diens architect had blijkbaar niet dezelfde kennis van dit vervelende biologische verschijnsel als de arbiters van de Raad, die in hun vonnis een duidelijke les over de Serpula lacrimans opnamen. Daarin verweten zij de architect ook dat hij in zijn ontwerp de nog aanwezige ventilatiemogelijkheid onder de vloeren had weggenomen zonder voor een alternatieve ventilatie te zorgen.

Dat kwalificeerde de Raad als een verwijtbare fout, die in artikel 55 lid 4 van de Standaardvoorwaarden 1988 Rechtsverhouding opdrachtgever-architect wordt omschreven. Voor de schadelijke gevolgen van zo’n fout is de architect op grond van het eerste lid van datzelfde SR-artikel aansprakelijk. De daarin vereiste verwijtbaarheid was hier duidelijk aanwezig: de zwamvorming was immers een rechtstreeks en voorzienbaar gevolg van het wegnemen van de ventilatie.

Dat niet alleen de architect de kosten van het herstel moest betalen omdat ook de aannemer niet vrij van schuld was aan deze ongelukkige verbouwing, hoort u de volgende week.

(BR 997 p.1033)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels