nieuws

‘Kohljaren’ lopen vooral uit in scherven en puin

bouwbreed Premium

den haag – Zestien jaar Helmut Kohl is voor de Nederlandse bouw grofweg in drie delen te splitsen: een normale periode, een boom en een instortende markt. De Nederlandse aannemers hebben dan ook gemengde gevoelens over de jaren met Kohl.

De Nederlandse aannemers liepen flink klappen op in Duitsland. Voordat de Muur viel was West-Duitsland een min of meer normale bouwmarkt. Nadien leken vooral Berlijn en de nieuwe deelstaten een Walhalla. Berlijn zou toch weer de hoofdstad van Duitsland worden. En was het oosten met zijn Plattenbau niet een bouwval? Bouwen en nog eens bouwen, daar dachten de ondernemers aan. Uit alle windstreken vlogen bedrijven en bouwvakkers in.

Het liep slechts enkele jaren goed. Begin jaren negentig ging het bergafwaarts. De gevolgen zijn nu nog steeds voelbaar. Duitse aannemers tekenden massaal voor hun failissement en de buitenlanders sloten hun kantoren. Tot op de dag van vandaag hebben Nederlandse bouwers en andere buitenlandse aannemers miljarden verloren.

De eenwording slokte zoveel middelen op dat er te weinig geld was voor investeringen in infrastructuur en huizen. Daarnaast nam het aantal werklozen toe. De tot dan toe goed verdienende Duitser betaalde zonder schroom een half miljoen Mark voor een huis met de beroemde kelder. De honderdduizenden werklozen kochten geen huis, dus kwam er minder werk voor de woningbouwers. De Duitse overheid draalde met Berlijn te benoemen tot hoofdstad. Het gevolg daarvan was dat alle utiliteitsbouwers in de problemen .

Alle Nederlandse bouwers in Duitsland hebben schrammen opgelopen, zelfs de zeer geprezen Kondor Wessels Groep. Belangrijker is de vraag: wat hebben ze ervan geleerd?

De woning- en utiliteitsbouwers, die de zwaarste klappen opliepen, vaarden een andere koers. Zij richtten zich op huizen tot DM300.000 – zonder kelder – en kantoren werden pas gebouwd als deze vol waren verhuurd.

Ook in organisatorisch opzicht is het een en ander veranderd. Om in de Duitse cultuur te kunnen werken, is een goede beheersing van die taal niet het belangrijkste. De gebruiken en manieren van de toch wat stugge en formele Duitser moeten daarentegen bekend zijn. De overnamestrategieen zijn ook aangepast. De Duitse bouw is net als de Nederlandse een zeer plaatselijke activiteit. Er zijn slechts een stuk of tien grote Duitse aannemers die actief zijn over geheel Duitsland.

Grote vis

De Hollandsche Beton Groep (HBG) wilde Duitsland na Nederland en Engeland als derde Europese thuismarkt en zocht dus een grote vis. Men kocht Wayss en Freytag.

Koninklijke Volker Wessels Stevin bewandelde een andere weg. Door het zeer plaatselijke karakter van de Duitse bouw nam het bedrijf onder andere minderheidsdeelnemingen in kleine bouwers, die een krachtige lokale positie hebben. Opvallend is dat sec bouwen door Nederlanders in Duitsland fors is afgenomen na het instorten van de markt. In de heftige concurrentiestrijd leggen de dure Nederlanders het af tegen de goedkopere Portugese of Engelse bouwvakker Een ontwikkelaar als Bouwfonds International richt zich op het koopsegment tot DM300.000 en laat de bouw over aan een lokale aannemer. Of de ingeslagen wegen van de Nederlandse bouwers in Duitsland tot een succes leiden, is op de dag voor de Duitse verkiezingen niet aan te geven. De bouwmarkt is nog zo instabiel dat gevreesd moet worden voor nog meer rampen. Zo is de grote vraag of HBG in staat is Wayss Freytag overeind te houden.

Reageer op dit artikel