nieuws

‘Bewondering voor eerste bewoners’ Edwin Prince over zijn twijfels, hoop en vertrouwen

bouwbreed

eindhoven – “Luister even.” Projectleider Edwin Prince wijst naar de lucht. Een paar honderd meter verderop stijgt een vliegtuig op. Een laag, nauwelijks waarneembaar gebrom begeleidt de kist. Het gezicht van Prince is een en al glimlach, maar vertoont al snel weer een serieuze trek. “Dat vliegveld is psychologisch de grootste bedreiging voor Meerhoven. Als er kritische vragen worden gesteld, gaan ze altijd daarover.”

De bouwlocatie ligt er kaal en verlaten bij. Alleen het Eindhovense bouwbedrijf Hurks heeft zijn terrein afgebakend. De palen voor de eerste zestig woningen zitten in de grond. Enkele betonvlechters buigen zich over de wapening van een fundering. In de verte wordt wat grondverzet verricht. “We staan hier op het noordelijkste puntje van de bouwlocatie”, zegt Prince. Hij geniet zichtbaar. Van grote bouwactiviteit is weliswaar nog geen sprake, maar het begin is er. “Ik ben hier de afgelopen drie jaar intensief mee bezig geweest, maar eigenlijk heb ik continu het gevoel gehad dat ik met papier aan de slag was. Nu zie ik het als het ware tot leven komen en dat geeft een machtig gevoel.”

Twijfels

Met grote stappen loopt de projectleider over het bouwterrein. Hij praat snel, wijst ondertussen naar alle windrichtingen en kijkt de vragensteller zo nu en dan olijk aan. Hij gelooft in Meerhoven, de nieuwbouwlocatie waar de komende jaren zevenduizend huizen verrijzen. Maar er zijn ook twijfels geweest. Niet alleen bij Prince maar ook bij de marktpartij ING Vastgoed Ontwikkeling en de Stichting samenwerkende Eindhovense woningcorporaties SSEW. “Je hebt met z’n allen wel vertrouwen in de locatie, maar je vraagt je tegelijk af of de consument dat vertrouwen deelt.”

Uit een enquete kwam naar voren dat het met de naamsbekendheid van Meerhoven wel goed zat. Maar de nieuwbouw werd, en wordt volgens Prince, voor een belangrijk deel nog steeds door de Eindhovenaren geassocieerd met de nabijheid van het vliegveld. In de presentatie van de plannen is de het bestaan van de luchtbasis niet onder stoelen of banken gestoken. “Je kunt het moeilijk ontkennen”, benadrukt de projectleider. “Wel proberen we andere, sterkere punten van Meerhoven onder de aandacht te brengen.” Die zijn er volgens hem genoeg: een ruime waterplas in de wijk, buitengewoon duurzame en voor Vinex-begrippen ruime woningen en een ontsluiting met hoogwaardig openbaar vervoer. “Een duidelijk en helder verhaal, maar tot het moment dat de woningen de verkoop in gaan, weet je niet of het zal aanslaan.”

Met vreugde heeft Prince geconstateerd dat de woningen tot op heden gretig aftrek vinden. “Ik bel bijna wekelijks met ING Vastgoed Ontwikkeling om de laatste standen te horen. En het gaat goed.”

Prince blikt over de locatie. Het begint een te motregenen, wat de desolaatheid van het gebied op dat moment alleen maar versterkt. “Ik heb bewondering voor de eerste kopers die toch als een soort pioniers zich hier gaan vestigen. Moet je je voorstellen; op basis van verhalen en tekeningen investeren ze in een huis in de ‘middle of nowhere’.”

Hoewel de projectleider realist genoeg is te weten dat de belangstelling voor de huizen is ingegeven door het magere aanbod in het verleden, geeft het toch vertrouwen voor de nabije toekomst. “De locatie gaat nu vorm krijgen. Iedereen kan straks met eigen ogen waarnemen hoe het eruit gaat zien. Dat moet voor een continue stroom kopers zorgen.”

Het is zijn verantwoordelijkheid voor een continu aanbod te zorgen. Wat dat betreft zijn het spannende maanden voor de projectleider. Moeiteloos somt hij de activiteiten op: De architecten voor de volgende vierhonderd woningen in Meerhoven-Noord zijn onlangs gekozen. Het gaat om Architectenwerkgroep Tilburg, Van Sambeek en Van Veem uit Amsterdam en een combinatie van de bureaus Architectenbureau Verhagen, Franken en Onstenk Architecten en Aartsen en Partners. Een consortium van de vier regionale aannemers Peels Bouw, Hendriks Bouwbedrijf, Relou en Van Bree, gaan deze woningen samen met de SSEW bouwen. Medio volgend jaar gaan hiervoor de bouwvergunningen uit. “Er moet een continu bouwproces op gang komen. Nu zijn er zeshonderd woningen in aanbouw, voor volgend jaar staan er zo’n achthonderd op de rol en in het jaar 2000 meer dan duizend.”

Binnenkort heeft de aanbesteding plaats voor de veertig hectare grote waterplas. “We hopen na de winterperiode met afgraven te beginnen. En dan staat nog de selectie van marktpartijen voor het centrumgebied op stapel. Het plan is de realisering van dit centrum, compleet met woningen, winkels en culturele voorzieningen als een integrale opdracht te gunnen. Het projectbureau buigt zich nu met het gemeentebestuur over namen van marktpartijen voor een integraal ontwerp.

Haast

“Er zit anderhalf jaar tussen het goedkeuren van het masterplan en de realisering. Niet slecht, toch?”, zegt Prince lachend. Hij geeft toe dat de planning een sfeer van haast uitstraalt. Noodzakelijk ook omdat de renteteller voor Eindhoven over de grond doortikt. Vertraging kan nogal wat geld kosten. Maar los daarvan wil iedereen optimaal gebruik maken van de gunstige marktomstandigheden. “Als je je ook nog realiseert dat in de Eindhovense woningbehoefte de afgelopen jaren voor een belangrijk deel door de randgemeenten is voorzien, is het meer dan verstandig dat er nu tempo wordt gemaakt om voor de eigen bevolking te bouwen.”

Over twee weken: Vrienden van Eindhoven Airport.

Edwin Prince: “Er zit anderhalf jaar tussen het goedkeuren van het masterplan Meerhoven door de gemeenteraad en de realisering. Niet slecht, toch?” Foto: Bert Jansen

Bouwkavel 28

De palen van de woning van Bart van Schijndel en Ingrid Steeger (Cobouw 1 juli 1998) zitten in de grond. Op de bouwplaats hebben ze lopen passen en meten. “Als je zo alleen die palen ziet, lijkt het wel een beetje klein…”

Bart en Ingrid hebben zich deze weken gebogen over de meer- en minderwerklijst. “Het was niet eenvoudig”, zegt Ingrid daarover. ” We hebben echt moeten worstelen. Niet alles stond op de tekening of was er heel moeilijk op te vinden.”

Het paar neemt in elk geval een buitenkraan en een convectorput. “Het kost allemaal wel een hoop geld.” Verder zit het tweetal nog met wat vragen over de mogelijkheid van een afzuigkap in de keuken en een lichtknop voor buiten.

Dat de bouw een moeilijk te doorgronden fenomeen is, hebben ze inmiddels aan den lijve ondervonden. “Op de bouwtekening stond dat de stopcontacten op een hoogte van dertig centimeter zouden komen. Uit de koop/aannemingsovereenkomst blijkt dat ze op 1,05 m vanaf de grond komen. Kost ons even duizend gulden om ze op dertig centimeter te krijgen. Dat is toch raar?”

In Bouwkavel 28 volgt Cobouw de bouw van het huis van Bart van Schijndel en Ingrid Steeger. Als een van de eersten kochten zij op Meerhoven een geschakelde twee-onder-een-kapwoning. Bouwbedrijf Hurks bouwt het huis.

Reageer op dit artikel