nieuws

Risico’s ondergronds bouwen in een hand

bouwbreed Premium

delft – Het ondergronds bouwen in Nederland heeft op het ogenblik de wind mee. Het proefproject voor het boren van de Tweede Heinenoordtunnel is zeer leerzaam gebleken. Tijdens het collectieve leerproces is niets onder tafel geveegd – tegenvallers of onvoorziene zaken zijn juist ervaren als leerelement. Het ondergronds bouwen van goederentransportsystemen, zeker in stedelijke gebieden, kan voor grote projecten zorgen.

Uitermate gunstige ontwikkelingen, kortom. Maar hoogleraar ondergronds bouwen Horvat heeft toch zo zijn bedenkingen. “Bij projecten in voorbereiding en uitvoering is een aantal dingen – geheel onnodig – fout gegaan. Dat vormt bijna een bedreiging voor het ondergronds bouwen. Het heeft ook veel negatieve publiciteit voor het ondergronds bouwen tot gevolg gehad.”

Als een van de oorzaken van de problemen noemt Horvat het niet accepteren dat de risico’s bij ondergrondse bouwprojecten groter zijn dan bij welke andere projecten ook. Bij ondergronds bouwen speelt volgens hem dat producten voor het gebruik in de bouw- of de eindfase die niet direct controleerbaar zijn.

“Daarom is indirecte controle essentieel. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van een goed kwaliteitszorgsystemen. Je zou ook bij voortduring de vraag moeten stellen: ‘Wat gebeurt er als het product anders werkt dan voorzien en hoe monitor je dat voor de oplevering van het product’. Er moet bovendien een gedegen scenario zijn voor als het fout gaat. Beide stappen kosten weliswaar extra geld, maar de risico’s worden daarnaast wel beheersbaar.”

Elke opdrachtgever begaat een blunder als hij een werk te goedkoop laat aannemen, benadrukt de hoogleraar. “Om de prijs laag te houden, worden de ontwerper en de aannemer nu vaak volkomen uitgeknepen. De opdrachtgever zou erop moeten toezien dat zijn project voor de aangeboden prijs kan worden gemaakt en dat de risico’s die erin zitten beheersbaar blijven. Dat voorkomt dat hij zelf van een fancy prijs uitgaat waardoor het later bij de aanbesteding of de uitvoering tegenvalt. Een kenmerk van ondergronds bouwen is nu eenmaal ‘het is duur en het blijft duur’, alhoewel indirecte voordelen het hoge kostenniveau weliswaar compenseren.”

Om de relatief hoge kosten te drukken, zoekt de ondergrondse bouwer bijna verplicht zijn toevlucht tot innovatieve technieken. Op zich verhoogt dat de initiele risico’s, omdat de werkelijke uitwerking van de toegepaste technieken pas na een aantal projecten bekend zal zijn.

In dit kader noemt Horvat de techniek van de groutinjecties. “Die levert bij meerdere werken mindere waterdichtheid bij oplevering op dan waarop werd gehoopt. Helaas is de kans dat het fout gaat niet uit te sluiten. Daardoor kunnen onbeheersbare risico’s ontstaan en die leveren extra kosten op en een slecht imago voor het ondergronds bouwen. Maar toch zou het onjuist zijn vanwege de tegenvallers, te concluderen dat de techniek niet werkt. Aanvullende maatregelen, zoals extra monitoring en een snel toepasbaar scenario om gestructureerd te repareren, maken de risico’s van de techniek beheersbaar. Bij de ondergrondse bouwwijze van de ‘cut-and-cover’ methode zijn de voordelen van groutinjecties zo groot dat het de moeite waard is deze te blijven toepassen.”

Horvat heeft een uitgesproken mening over verantwoordelijkheden bij ondergrondsebouwprojecten: ze moeten niet worden opgesplitst maar in een hand worden gelegd. “Het verloop van een ondergronds bouwproject is sterk afhankelijk van wat er kan gebeuren tijdens het maken ervan. Bovendien: de invloed van de ondergrond op de uitvoeringsactiviteiten is moeilijk te voorspellen. Dat geldt ook voor de reactie van de omgeving – denk aan gebouwen – op mogelijke deformaties in de ondergrond.”

Veel vastleggen

Grote ondergrondse werken eisen volgens Horvat dan ook dat opdrachtgevers naar een ‘design and construct’ contract gaan. Daarbij is de persoon, die het werk realiseert, niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp maar tevens voor de aannamen die gemaakt worden tijdens dat ontwerp.

“De situatie waarbij de verantwoordlijkheden bij een partij liggen, leidt naar alle waarschijnlijkheid technisch en financieel tot de meest aantrekkelijke oplossing. Bij ‘design and construct’ moet de aannemer in een vroeg stadium veel vastleggen.”

Horvat durft te stellen dat het grote inzicht en de deskundigheid hiervoor bij de grote aannemers ligt. “Die deskundigheid valt uitstekend te combineren met verantwoordelijkheid. De keuze van de aannemer moet uiteraard wel in concurrentie gebeuren. Om de discussie bij onderhandelingen met de aannemer op gelijk niveau te kunnen voeren, moet ook het kennisniveau van de opdrachtgever gelijk liggen met dat van de aannemer. Een andere voorwaarde: de aannemer krijgt voldoende tijd om zijn technisch voorstel te maken.”

Horvat vindt dat opdrachtgevers in Nederland hiervoor te weinig tijd inruimen. Design and constructcontracten voor aannemers in het ondergronds bouwen betekent niet dat ingenieursbureaus minder te doen krijgen. Deze bureaus blijven hun belangrijke rol behouden. Ze moeten opdrachtgevers helpen bij het opstellen van een conceptontwerp met een programma van eisen waarin de plannen van de opdrachtgever duidelijk worden omlijnd. Ze zullen ook betrokken blijven bij de uitvoering, om de aannemer daarin bij te staan.

Beheersbaar

Met het leggen van verantwoordelijkheden bij uitsluitend de aannemer wijkt professor Horvat af van de ideeen van prof.dr.ir. De Ridder, eveneens van de TU Delft, die er voorstander van is de risico’s daar te leggen waar ze beheersbaar zijn. Dat is volgens Horvat niet goed mogelijk.

“Neem een situatie waarbij zich bijvoorbeeld tegenvallers in de ondergrond voordoen. De opdrachtgever laat grondonderzoek doen. Dat wordt geinterpreteerd en in een rapport vastgelegd. Het rapport wordt aan de aannemer overhandigd en dan zou de opdrachtgever er verantwoordelijk voor zijn. Dat is niet goed.”

Horvat vindt dat de aannemer verantwoordelijk moet zijn voor de grondslag, zowel bij de plaats van sonderingen als daartussen. “De aannemer kan, met zijn deskundigheid, de gegevens interpreteren. Daarbij moet mede rekening worden gehouden met de effecten en risico’s van de voorgenomen technieken. Wordt zijn werk daardoor beinvloed, dan moet hij daarop anticiperen en een bedrag aan geld opnemen in de aanneemsom. Tegen moeilijk beheersbare risico’s zou de aannemer zich moeten verzekeren.”

Horvat denkt dat verzekeraars in open discussie best ‘alles’ willen verzekeren. “Maar zoiets heeft uiteraard wel zijn prijs.”

Kwetsbaar

Bij voorbereiding van projecten in gebieden met een kwetsbare omgeving zijn makkelijk fouten te maken die in een later stadium tot problemen leiden. “De opdrachtgever heeft de mogelijkheid, vooruitlopend op het project, een aantal maatregelen te laten uitvoeren. Dit alles om eventuele schade, bijvoorbeeld ten gevolge van het boren van tunnelbuizen, te voorkomen.”

Dat zou volgens professor Horvat een misstap zijn. ” Een voorbeeld: de aannemer van een boortunnelproject gaat iets maken waarvan het werkelijke gedrag zeker tijdens de uitvoering niet nauwkeurig genoeg voorspelbaar is. Daarbij komt dat het incasseringsvermogen van de ondergrond afhankelijk is van de maatregelen die de opdrachtgever noodzakelijk acht.

Stel: er is bepaald, dat acht millimeter zakking van de bovengrond bij het boren van de tunnelbuizen op te vangen is en dat deze waarde in het bestek is opgenomen. De aannemer houdt zich daar wel aan, maar door bijvoorbeeld een foutje is dat tijdelijk niet mogelijk. Voor een korte periode wordt het dertien millimeter. Zoiets is niet te bewaken. Als er dan wat gebeurt dan zegt de aannemer dat het niet aan hem kan liggen. Ook de ontwerper zal zeggen dat zijn acht millimeter goed is. Dan verzeil je in een discussie die je niet zou willen voeren. Duidelijker zou zijn als de man die de tunnelbuizen boort verantwoordelijk is voor eventuele schade en voor maatregelen die schade kunnen beperken of voorkomen.”

Reageer op dit artikel