nieuws

Krullenjongen

bouwbreed

De krullenjongen in de bouw bestaat niet meer. Vroeger begonnen jongeren als krullenjongen. Zij waren dan het hulpje van de vaklieden zoals de timmerman en de metselaar. De krullenjongen van toen maakte wel zijn eigen gereedschapskist. En dat doen jongeren die nu in de bouw beginnen, nog steeds.

Veel jongeren hebben hun eindexamen gedaan. En voor de jonge schoolverlaters hebben bedrijven veel belangstelling. Jongeren zijn in aantal schaars. Daarom zie je allerlei bedrijven hun beste beentje voortzetten om die schaarse jongere voor zich te winnen. De bouw blijft in dit opzicht niet achter. Leren en werken gaan nog steeds samen in de bouw. En jongeren die voor een bouwopleiding kiezen kunnen de eerste jaren vooruit.

Intussen heeft het aloude leerlingwezen plaats moeten maken voor een nieuw systeem, de WEB. De WEB staat voor de Wet educatie en beroepsonderwijs. Jongeren die timmerman, metselaar, voeger, tegelzetter willen worden krijgen in de WEB te maken met de beroepsbegeleidende leerweg. Met de WEB doen allerlei nieuwe termen hun intrede. Een opleiding is geen opleiding meer, maar een kwalificatie. En die is weer onderverdeeld in deelkwalificaties.

De vroegere onderverdeling in de beroepsopleiding met twee jaar primair en twee jaar in de voortgezette opleiding bestaat dan ook niet meer.

In de WEB wordt nu gesproken over een niveau-indeling. Er is sprake van drie niveaus. Niveau 1 staat voor de assistentopleiding van ongeveer een jaar. Zoiets als de krullenjongen van weleer.

Daarna volgt niveau 2 met de basisberoepsopleiding. Hiervoor staat een periode van twee tot drie jaar. In niveau 3 kan de jongere zich verder bekwamen in de vakopleiding. En hiervoor staat een periode van twee tot vier jaar.

Maar in diezelfde WEB staan nog meer zaken vermeld. De leer- en arbeidsovereenkomst uit het leerlingwezen heeft plaats moeten maken voor een onderwijsovereenkomst en een praktijkovereenkomst. Ook wordt niet meer over leerling gesproken, maar over deelnemer. En als alles goed loopt begin je als jonge schoolverlater met twee overeenkomsten op zak aan de assistentopleiding.

Wel belangrijk is dat de landelijke opleidingsorganen zoals de Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf en de SBW bepalen welke bedrijven de beroepspraktijkvorming mogen verzorgen. In elk geval moet het gaan om bedrijven met gekwalificeerde leermeesters.

Gelukkig is in de cao voor het Bouwbedrijf in een bijlage geregeld hoe de introductie van een nieuwkomer moet verlopen. Jeugdige werknemers beginnen met een basiscursus veilig en gezond werken van Arbouw.

Maar bij die introductie komt meer kijken. De werkgever geeft informatie over aard en organisatie van het bedrijf en ook over de aard en de duur van het object en de door de werknemer te verrichten werkzaamheden.

Dan wordt er gesproken over een kennismaking op het werk. Bij de introductie horen ook de arbeidsvoorwaarden zoals beloning, werk en rusttijden.

En dan informatie over voorzieningen op het gebied van veiligheid, gezondheid en hygiene.

Een werkgever moet aan jeugdige werknemers informatie geven over de verschillende opleidingsmogelijkheden en als die er is, info over de ondernemingsraad in het bedrijf.

Er komt op de schoolverlater en op de werkgever veel af, voor de eerste spijker in het hout kan of de eerste steen gezet kan worden.

Reageer op dit artikel