nieuws

Jan Hoogstad met het ministerie van VROM in Den Haag (1986-1992)

bouwbreed Premium

Stel een willekeurige architectuurkenner de vraag van wie de volgende uitspraken zijn en de kans dat hij met het juiste antwoord komt is verwaarloosbaar: “Mensen krijgen niet de ruimte om elkaar te ontmoeten. Er is geen ruimte voor het toeval. En daar ben ik nu juist naar op zoek. De ruimte moet bezit worden van de mensen die hem gebruiken.”

Toch zijn deze uitspraken kenmerkend voor Jan Hoogstad (1930), al was het maar omdat het woord ruimte zo’n centrale rol speelt. De vorm, maat en verhoudingen van de architectonische ruimte, de opeenvolging van (ruimte)belevingen die men al bewegend door een gebouw ondergaat en de emoties die deze in de beschouwer teweeg kunnen brengen, zijn constanten in Hoogstads zoektocht naar een balans tussen ratio en emotie.

De ratio lijkt daarbij lange tijd de overhand te hebben. Rond 1980 propageert Hoogstad samen met onder meer zijn toenmalige partner Carel Weeber en Wim Quist een autonome, rationele architectuur. Gebouwen van Hoogstad zoals het raadhuis in Lelystad (1976-1984), het raadhuis van Driebruggen (1977-1981) en het Casino in Breda (1985-1987) komen tot stand op basis van een zogenaamd mathematisch plan en een beredeneerde ruimtestructuur.

Ook het ministerie voor VROM waarvoor hij de opdracht in 1986 aanvaardt, heeft een rationeel beredeneerde opzet. Op de relatief kleine locatie naast het Centraal Station in Den Haag moesten 3100 ambtenaren van vijf verschillende afdelingen worden samengevoegd. Het zestien verdiepingen hoge kantoorgebouw met een dubbele kamstructuur is een van de weinige aanvaardbare oplossingen voor de vereiste hoge dichtheid. De hoge geluidsbelasting in combinatie met de wens van de opdrachtgever tot te openen ramen in alle kantoren, brengt Hoogstad op de gedachte om de kammen tussen de kantoren dicht te zetten met grote glasgevels.

De voor het gebouw zo karakteristieke grote serres die hierdoor ontstaan, blijken een onverwacht extra voordeel op te leveren. Deze werken niet alleen als klimatologische en geluidwerende buffer, maar zijn tevens plaatsen bij uitstek voor informele ontmoeting, die het proces van samensmelting van de verschillende ambtenarengroepen tot een geheel aanmerkelijk heeft versneld.

De ‘niet functionele’ tussengebieden blijken daarmee een belangrijke sociale functie te vervullen. Ze keren regelmatig terug in Hoogstads latere werk, zeker waar het gaat om het samenbrengen van verschillende bedrijven in een nieuw gebouw, zoals het gebouw voor AVRO, KRO en NCRV dat dit jaar wordt opgeleverd in Hilversum.

Reageer op dit artikel